ZELFKENNIS

HOE staat het in deze tijd van kennisintensivering met de zelfkennis? Valt dat eigenlijk nog wel onder het zo snel populair geworden begrip 'kennissamenleving'?...

Tijdens de radioreclame in de vroege ochtenduren worden er zelfs zoveel www- en dot.com-adressen zó snel op de klassieke mondelinge manier omgeroepen dat ik er aan twijfel of iemand ooit zo'n rondgezongen adres meteen kan opschrijven of onthouden.

Intussen ondergaat het begrip kennis een ware metamorfose. De waardige, klassieke en 'ware' wetenschappelijke kennis, die wel honderd keer was gecontroleerd en getoetst, komt nu ongecontroleerd te staan naast de klantenkennis die een van de medewerker(st)ers van het bedrijf heeft opgebouwd en die economische waarde vertegenwoordigt. Human capital, alles wat we ooit aan ervaringen bij elkaar gesprokkeld hebben, heet voortaan ook kennis. Hetzelfde geldt voor sociaal kapitaal, zeg maar onze sociale relaties en netwerken. Het moderne kennismanagement moet al deze kennis en al die kennissen met kennis op een efficiënte manier leren beheren.

Bij Plato was kennis nog herinnering (aan de eeuwig ware vormen), in de moderne kennissamenleving is kennis een in een elektronisch miniatuurtje neergeslagen spoor van iets of iemand, die ergens 'geklikt' heeft. Herinnering is kennis geworden. Al je gangen kunnen elektronisch worden getraceerd en bijgehouden. Spoorzoeken is kinderspel.

Wie in deze nieuwe kennissamenleving echter de weg kwijt dreigt te raken, kan het beste terugvallen op de in spreekwoorden en gezegden neergeslagen kennis en wijsheid. Bijvoorbeeld: 'Haast U langzaam', een goede raad in een door drukte en snelheid beheerste tijd. Het betekent dat iemand die dingen veilig en zonder fouten afmaakt, beter af is dan degene, die rap en overmoedig is, want 'het is waarschijnlijker dat dingen die met geduldig overleg en met een langzaam rijpend plan gedaan worden tot een goed einde gebracht worden, dan de dingen die gehaast en overijverig afgeraasd worden'. Deze laatste wijsheid ontleen ik aan de grote humanist Erasmus, die gedurende 36 jaar van zijn leven een zeldzame activiteit ten toon spreide: hij verzamelde spreekwoorden en gezegden.

Spreekwoorden zijn waar en niet waar tegelijk, maar dat betekent geenszins dat ze allemaal maar halfwaar zijn. Het zijn deels volkswijsheden, deels aansporingen voor situaties waarin we niet goed weten wat me precies moeten doen. Er gaat een aanstekelijke wijsheid van uit, die soms wel, soms niet van pas komt. Erasmus traceert van elk spreekwoord of bondig gezegde de herkomst - vaak teruggaand tot de Griekse oudheid - en geeft er zijn eigen commentaar bij. Bij het gezegde 'Haast U langzaam' zelfs 24 bladzijden lang, een leuk en leerzaam essay.

Hij legde tijdens zijn reizende leven een verzameling aan van maar liefst 4215 stuks, kriskras door elkaar, zonder systeem of ordening, een naar zijn eigen woorden 'planloos plan'. Een goede reisgids op de pelgrimstocht van het leven - ook al een gezegde dat Erasmus becommentarieerde.

Wie iets wil weten over de herkomst en betekenis van het spreekwoord 'Kleren maken de man' of over 'het paard achter de wagen spannen' kan bij hem terecht, tenminste als je de Duitstalige editie van de Adagia te pakken kan krijgen (mij is niet bekend of er een Nederlandse editie in de handel is; ik ben er nog nooit een tegengekomen).

Het gezegde 'Ken Uzelf' krijgt bij Erasmus een nuttige uitleg, zelfs voor onze hoogdravende kennismaatschappij. Er zijn drie betekenissen in de lange geschiedenis van deze wijsheid te bespeuren. Allereerst bevat het een vermaning de eigen grenzen bewust te blijven, de juiste maat te vinden, zodat we niet boven onze krachten gaan werken. Het is een waarschuwing tegen hoogmoed. Daarnaast ligt de weg naar geluk in de weg naar zelfkennis, die ook weer bestaat in maat houden. En tenslotte komt de socratische betekenis naar voren van weten dat je niets weet. (Zou Socrates zich eigenlijk in onze kennissamenleving wel thuis gevoeld hebben?).

De eerste betekenis van 'ken uzelf' lijkt me direct van nut voor de elektronische snelweg. Er zijn nu zoveel mogelijkheden tot contact, in feite met iedereen, bijna gelijktijdig, over de hele wereld, dat de vraag gewettigd is of de hoeveelheid contacten omgekeerd evenredig wordt aan de intensiteit ervan. Leidt extensivering van kennis tot afname van de intensiteit ervan? Of juist tot een toename? Hoeveel kennissen kan een mens verdragen?

Ik zou zeggen, een stuk of wat, niet meer en niet minder. Voor mij is dat genoeg, net als een paar gedichten voor J.C. Bloem genoeg waren voor een welbesteed bestaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden