Zelfhaat

De afgelopen tijd bevind ik me voor het eerst sinds lange tijd weer een beetje onder de Turken. Het valt samen met een periode in mijn leven die staat voor een soort back to my roots....

Nazmiye Oral

Het begon spontaan. Een groep Turkse artiesten, de éen kende ik beter dan de ander, zat in politiek-cultureel centrum de Balie in Amsterdam. Met zijn allen maakten we onderdeel uit van Hollandse Nieuwe: een schrijversfestival. De éen ging regisseren, de ander zou acteren en weer een ander had een stuk geschreven. Toevallig werden we één grote tafel. Er werd gelachen en gepraat. Het was een verademing om in het Turks flauwe grappen te maken. Nog mooier was het dat een dierbare Surinaamse vriendin onderdeel uitmaakte van de groep. Nadat ze mij herhaaldelijk had horen roepen dat de groep Nederlands moest spreken omdat mijn vriendin geen Turks verstond, verklaarde ze dat ze vooral door moesten gaan in het Turks omdat ze alles snapte. Surinaamse en Turkse humor liggen dicht bij elkaar.

Misschien had het daarbij moeten blijven. Iedereen was dronken en goed gehumeurd.

Na de extase komt altijd de harde werkelijkheid. Het begon met een opmerking van een Koerdische regisseur tijdens een gesprek over een mooie rol die hij mij aanbood. 'Ik heb gehoord dat je liever niet met Turken werkt?' Ik kon me niet herinneren dat ik ooit zoiets had gezegd, maar ging het toch uitleggen: 'Nou ja, nooit met Turken werken . . . Het is gewoon dat ik teveel mensen ben tegengekomen met weinig respect voor zichzelf en hun vak. Ik heb mensen letterlijk horen zeggen: Waarom zou ik mijn best doen? Ze moeten mij wel nemen. Er is niemand anders. Ik hang de Turk uit en ze vinden het nog fantastisch ook. Die houding irriteert mij. Maar verder . . .'

Hij leek het te snappen maar toen even later duidelijk werd dat ik het project niet kon doen in verband met een tournee, werd ik letterlijk van zijn tafel weggebonjourd. Er moest plaats gemaakt worden voor belangrijke gasten die net uit Turkije waren aangekomen. Schrijvers en dichters. Ik werd niet eens voorgesteld, al was het maar uit beleefdheid.

Tot overmaat van ramp had ik ook nog eens een naveltruitje aan, een overblijfsel van de repetitie van een paar uur daarvoor. De blikken van de gewichtige gasten, in pak, het zonder naam afgevoerd worden van tafel: Het mechanisme faalde. Ik voelde me vernederd. Alleen een wanhopige stem piepte als een bezetene in mijn binnenste, terwijl ik zo waardig mogelijk afscheid nam:

'Ik ben niet zomaar iemand. Ik schrijf.'

Behoorlijk zielig . . .

Ik dacht dat ik in balans en dus onaanraakbaar was en ongevoelig voor vernederingen. Maar de realiteit is dat ik net zo makkelijk te kwetsen ben als vijftien jaar geleden. Waarom? Deels komt dat door het feit dat ik veranderd ben. Ik vraag geen goedkeuring meer. Ik eis respect. En dat voelt men. Ik had het er met een Turkse vriend over: 'Ik heb voor het eerst van mijn leven het gevoel dat mensen van mij eisen dat ik eerst op mijn rug moet rollen om eventueel bij de groep te mogen horen. Je zou dat van je eigen mensen toch niet verwachten? Hij lachte en deed er nog een schepje bovenop: 'Jullie zijn nu toch met die voorstelling bezig? De Gesluierde Monologen? Weet je wat de tendens is? Die vrouwen die in de voorstelling spelen, zijn uitgerekend vrouwen die de islamitische cultuur haten. En dan staan ze wel in zo'n voorstelling. Waarom? Opportunisme natuurlijk.'

Ik probeerde mij niet te laten raken. Mijn vriend keek bedroefd en lachte. 'Ik heb nog gevraagd of ze de voorstelling hebben gezien. Nee. Natuurlijk niet.'

Waar ik had gedacht dat ik onaanraakbaar was door meer persoonlijk evenwicht, bleek mijn enige bescherming tegen kwetsuren te bestaan uit verwijdering. Niet meer met Turken omgaan en ver weg wonen van alles en iedereen die iets met de Turkse cultuurscene te maken heeft. Zalige onwetendheid. Wat niet weet, wat niet deert.

Maar ik moet zeggen dat als ik mij onder de Turkse mannen begeef, mijn niet-bestaande penis enorme proporties aanneemt. Ik krijg last van macho-gedrag. Ook ik verwacht dat de ander op zijn rug rolt. Of op zijn minst mijn superioriteit erkent.

Ik heb het er nog met mijn Surinaamse vriendin over gehad. Hoe komt het dat ik het gevoel heb dat Surinamers wel trots op elkaar kunnen zijn als iemand vanuit het eigen volk iets bereikt of zich profileert? Een reden is dat als een Surinamer iets zegt over de Surinaamse cultuur, het minder gewicht heeft. De Nederlander kent de Surinamer, maar de Turk nog lang niet. Dus alles wat een Turk zegt, gaat over alle Turken. Een tweede reden voor de wrijving tussen mannen en vrouwen zou kunnen zijn dat de Turkse cultuur patriachaal is, waar de Surinaamse matriarchaal is. Hoe dan ook. Deze verwarring en strijd brengt mij toch ook veel goeds. Pijnlijke waarheden. Gelukkig heb ik nooit de mannen uit mijn cultuur gehaat. Toch ben ik ooit door ze gekwetst en heb ze daarom nooit een kans gegeven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden