Zelfcensuur als grootste gevaar

Wereldwijd werden vorig jaar 86 journalisten vermoord vanwege hun werk. Bijna de helft van hen sneuvelde in Irak. De Nederlandse Judit Neurink probeert nu in Noord-Irak lokale journalisten zover te krijgen dat ze alles durven opschrijven....

‘We hebben haar naar de hel gestuurd.’

Dat kreeg de man van Sahar Hussein Ali Al-Haydari op 7 juni vorig jaar te horen van een onbekende die haar gsm beantwoordde.

Even tevoren namen vier gemaskerde schutters de 44-jarige Iraakse journaliste Al-Haydari onder vuur, terwijl ze nietsvermoedend boodschappen deed in de Noord-Iraakse stad Mosul. Ze was op slag dood. Enkele uren daarvoor had de journaliste, die werkte voor diverse onafhankelijke media en journalistiek doceerde, nog verslag gedaan van een zelfmoordaanslag op een lokaal politiebureau.

Zaterdag bracht de Amerikaanse organisatie Freedom House haar jaarlijkse persvrijheidsbarometer uit, in het kader van de internationale dag van de persvrijheid. In een bijna 250 pagina’s tellend verslag wordt per land beschreven hoe de juridische, politieke en sociaal-economische situatie is en in welke mate deze factoren invloed hebben op de persvrijheid. Per land worden gesneuvelde, gevangen of bedreigde journalisten genoemd.

In april bijvoorbeeld werd Edward Chikomba, een cameraman van de Zimbabwaanse staatstelevisie, ontvoerd, mishandeld en vermoord, omdat hij beeldmateriaal van de mishandeling van oppositieleider Morgan Tsvangirai aan buitenlandse media had gelekt. In maart werd internetjournalist Zhang Jianghong in China tot zes jaar celstraf veroordeeld, omdat hij opruiende teksten op internet zou hebben geplaatst.

Diezelfde maand werd in Afghanistan een Italiaanse reporter, met zijn lokale chauffeur, medewerker en tolk gevangen genomen. De Italiaan kwam vrij, na vrijlating van vijf Talibanstrijders door de regering in Kabul, maar de drie Afghanen werden vermoord.

De Iraakse Al-Haydari is slechts een van de 86 journalisten die in 2007 werd vermoord vanwege het werk dat ze deed. Maar, benadrukt het rapport, het gaat er niet alleen om hoeveel journalisten er vorig jaar werden gemarteld, ontvoerd, bedreigd, gevangen genomen of vermoord. Het gaat vooral ook om het belangrijkste gevolg van een onvrije pers: zelfcensuur.

Dat bevestigt Judit Neurink (50) onmiddellijk. Met geld van onder meer persvrijheidsorganisatie Press Now begon de Nederlandse journaliste vorige maand met de opzet van een trainingscentrum voor lokale verslaggevers in Noord-Irak. ‘Journalisten vermijden onderwerpen of kiezen de invalshoek van de gevestigde instanties’, vertelt Neurink. ‘Ze durven niet. De meeste journalisten zijn binnen het partijsysteem opgegroeid. Ze weten niet beter dan zichzelf continu te censureren.’

De afgelopen tien jaar werkte Neurink op de buitenlandredactie van dagblad Trouw. Zij schreef veel over het Midden-Oosten en reisde regelmatig naar de regio. Daar kwam ze vaak reporters tegen die haar om tips en advies vroegen. Van tijd tot tijd gaf ze dan een training. ‘Maar dat was toch een druppel op een gloeiende plaat’, zegt Neurink over de telefoon vanuit Irak. Ze wilde iets fundamentelers.

En nu is het dan zover: een mediacentrum voor honderden Iraakse journalisten. Het doel van het trainingscentrum is hen te helpen hun media te verbeteren zodat die een rol kunnen spelen bij het ontwikkelen van de democratie.

In Irak worden de media voornamelijk misbruikt voor propaganda, stelt het rapport van Freedom House. Neurink wil dat nuanceren. ‘Er zijn inderdaad vooral veel partijkranten in Irak, maar er bestaan ook onafhankelijke media. Met moedige journalisten, die bedreigingen en vervolgingen aan de broek hebben gehad, maar die toch aan onderzoeksjournalistiek blijven doen.’

De belangrijkste les die Neurink de lokale journalisten wil meegeven is dat ze gebruik moeten maken van civil journalism. ‘Ze moeten vanuit de burger schrijven, over dingen die ze zelf interessant en belangrijk vinden.’

Want het nieuws in Irak ligt écht op straat. Neurink: ‘Een collega had bijvoorbeeld gezien dat een kind in vuil water zat te spelen. Ze was met alle moeders in de buurt gaan praten en wat bleek: al hun kinderen waren ziek geworden van dat water.’ Daar heeft ze vervolgens over geschreven. Niet dat er letterlijk over ‘een falende overheid’ kan worden geschreven. Maar door het probleem aan de kaak te stellen, gebeurt er wel iets, vertelt Neurink.

Freedom House betoogt dat democratie goede, verantwoordelijke media nodig heeft. Dat is precies waarom Neurink nu in Irak zit. ‘Het één beïnvloedt het ander. Er is hier geen democratie. Het parlement is een rubber stamp, het heeft nauwelijks invloed. Er moet een signaal komen vanuit de burgers’, zegt ze. En dat is de rol van de journalistiek. Journalisten moeten laten weten dat burgers hier maar een paar uur per dag elektriciteit hebben of geen stromend water, vertelt Neurink. ‘Want het zijn vooral die alledaagse problemen die hen dwars zitten.’

Lokale verslaggevers lopen altijd meer gevaar dan medewerkers van internationale media, blijkt uit de gegevens van Freedom House. Irak blijft de gevaarlijkste regio. Vorig jaar werden er 42 journalisten vermoord. Op een Russische fotograaf na waren het allemaal Irakezen. Zij halen zelden de internationale pers.

Daarom is het goed dat er tenminste één dag per jaar bij het belang van persvrijheid wordt stilgestaan. Hoewel Neurink er ook ‘een beetje dubbel’ tegenover staat, bekent ze. ‘Het zijn altijd journalisten van compleet gecensureerde partijbladen die de dag vieren, nooit degenen die met gevaar voor eigen leven op internet publiceren.’ *

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden