Zelfbewustzijn doodt de huiskamerdans

Het gebeurt, zo schat ik, op drie van de tien huisfeestjes. De avond begint als gemoedelijke soiree; mensen zitten, mensen praten. Dan, plotseling, dimmen de lampen. En in de tijd dat je in de badkamer was om een biertje uit de badkuip te vissen, is de sfeer in de huiskamer radicaal omgeslagen. Men praat niet langer. Men danst nu.

Hoe is dit gebeurd? Wanneer besloten de gasten hun conversaties collectief te staken om groteske bewegingen met armen en benen te maken? Het is een even intrigerend als ondoorgrondelijk proces, ongetwijfeld in gang gezet op het moment dat iemand de volumeknop van de muziekinstallatie naar rechts draaide. Vraag blijft: waarom gaven de feestgangers hier zo hartstochtelijk gehoor aan?

Om erachter te komen waarom mensen beginnen te dansen, moeten we ons misschien afvragen waarom ze daarvoor niet dansten.

Dansen is een intieme bezigheid, ook wanneer we elkaar niet aanraken. Zo leggen we de nadruk op lichaamsdelen die we in het dagelijks leven misschien liever een bescheiden rol toebedelen. Toch is schaamte voor uiterlijkheden waarschijnlijk niet wat ons het meest remt. Het demasqué dat dansen heet, heeft minder met lichaam dan met geest te maken. Er zijn geen regels, de invulling van de huiskamerdans is vrij, en laat een mens zich niet het meest kennen in vrijheid? Dansen is onthullen. Laten zien hoe het met je ritmegevoel is gesteld, maar ook hoe je eruit ziet wanneer je vergeet hoe je eruit ziet. Daarmee is dansen in het bijzijn van anderen eenzelfde soort proces als voor het eerst met iemand naar bed gaan: je toont je lichaam in een nieuwe context, in het beste geval gaat dat gepaard met het loslaten van de geest, in het slechtste geval blokkeert de eerste ontwikkeling de tweede.

Wat de overgang van praat- naar dansfeest dus erg in de weg kan zitten, is een gastheer of gastvrouw die op bewegen aandringt: 'Ga nou dansen jongens!' verkleint de kans dat er daadwerkelijk wordt gedanst. Zo'n aansporing werkt immers als volglicht. En zelfbewustzijn doodt de huiskamerdans. Die moet ongedwongen ontstaan of in elk geval de schijn van spontaniteit hebben. En dat is niet de enige voorwaarde. Het licht moet uit, de muziek moet zo hard staan dat het onmogelijk is nog te praten en, het belangrijkste, tenminste een paar anderen moeten ook dansen; vreemde bewegingen verliezen hun vreemdheid zodra ze collectief worden uitgevoerd.

In die zin is dat wat mensen tot dansen aanzet dus vooral: legitimerende omstandigheden.

Betekent dit dat we, diep van binnen, een intrinsieke dansbehoefte hebben die we pas bevredigen wanneer de situatie dat toelaat? Dan valt dansen in de categorie slapen en schransen; we zouden het altijd kunnen maar de mores van het dagelijks leven houden ons tegen.

Maar wat als we alleen zijn, niet geremd door de blikken van anderen?

Zelf dans ik regelmatig voor de spiegel in mijn werkkamer. Een gewoonte uit nood geboren: ik beweeg om rug- en nekklachten te voorkomen. Of is ook dat een legitimatie, een gedachte die me in staat stelt een wezenlijke aandrang uit te leven?

In dat geval ben ik misschien niet de enige. Wanneer ik muziek uit de woning van mijn buurjongen hoor, zou dat kunnen betekenen dat ook hij in pyjama in de woonkamer staat, sprongetjes en pirouettes maakt op Sky full of stars. En misschien doet de onderbuurvrouw hetzelfde, wanneer die housebeat mijn vloer doet trillen. Ja, misschien dansen er iedere namiddag verschillende mensen in mijn straat door hun huiskamers. Ze springen, spreiden hun armen, buigen, draaien. Ze denken dat ze alleen zijn, maar hun gedans is allesbehalve een solitaire bezigheid - waren de muren van glas, dan zagen ze elkaar zwieren, rennen, bukken, slingeren, boven elkaar, naast elkaar, opdat wie door de stad fietst weet: ik fiets dwars door een dansfeest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.