Zelfbeheersing van media lost problemen niet op

De opvatting dat de journalistiek schuld heeft aan allerlei maatschappelijke problemen kan niet worden onderbouwd. Net als de oplossing dat de maatschappij gebaat is bij terughoudendheid van de media, meent Frans Oremus....

Frans Oremus

SLUIPENDERWIJS verspreidt zich de opvatting dat de journalistiek de schuld is van maatschappelijke problemen. Het begon dit jaar met het verwijt aan journalisten dat ze lid zijn van een politieke partij of actief in politieke werkgroepen (Wiardi Beckmanstichting) - een recht van iedere burger. En nu - na de toestanden rond de dood van Pim Fortuyn, waarbij ook journalisten zijn aangevallen en bedreigd - stellen socioloog Peter Hofstede (de Volkskrant, 13 augustus) en Marcel van Dam (Forum, 15 augustus) dat media 'meebouwen aan een keten van gebeurtenissen' en roepen de beroepsgroep op tot zelfbeheersing. Een gevaarlijke suggestie, die nauwelijks wordt onderbouwd.

Goed, voor het pleidooi van Hofstede om 'smerige taal van hooligans' minder aandacht in de media te geven valt nog enig begrip op te brengen. Maar de demagogische draai die Van Dam geeft aan deze oproep tot zelfbeheersing is gevaarlijker. Hij vindt dat de - in glossy jaarverslagen populair geworden - term 'maatschappelijk ondernemen' in de journalistiek opgang zou moeten maken om de 'verantwoordelijkheid voor het welzijn van de samenleving' zo goed mogelijk vorm te geven.

Marcel van Dam doet geen poging criteria te formuleren voor dat maatschappelijk ondernemen in de journalistiek. Die zijn er namelijk al en luiden: het toepassen van hoor en wederhoor en het zorgvuldig omgaan met bronnen et cetera.

Wanneer een journalist zich hier niet aan houdt, wordt hij daar ongenadig op afgerekend: door zijn redactie, door de Raad voor de Journalistiek of in een gerechtelijke procedure.

Maar Van Dam doelt op iets anders. Hij schrijft dat de media soms veranderen in een veelkoppig monster dat ongestuurd en onbeheersbaar verslag doet van een keten van gebeurtenissen die niet zou zijn ontstaan als er geen verslag van was gedaan. Als voorbeelden haalt hij onder andere aan de dood van prinses Diana, de rampen in Enschede en Volendam, 11 september en opkomst en ondergang van Fortuyn.

Zijn redenering is inconsistent, omdat genoemde rampen - en de daarop volgende media-aandacht - in ieder geval aantoonbaar níet hebben geleid tot de dood van meer Britse prinsessen, vuurwerkrampen of vermoorde politici. Wellicht kan de door Hofstede genoemde poederbrieven-hype voor een klein deel worden toegeschreven aan de aandacht van de media, maar al snel blijkt dit effect aan inflatie onderhevig en bloedt de hype dood.

Van Dams suggestie is eigenlijk om niet - of een klein beetje - over 11 september of andere rampen te berichten. Want, zegt hij, als je dan niet anders meer leest, hoort of ziet lijkt het al gauw 'of heel Nederland overmand is door verdriet (...)'. Maar aan die informatie is behoefte. Ook Van Dam zelf vulde menig eigenwijze column aan de hand van door de journalistiek aangereikt materiaal. En als het je teveel wordt, dan zit er toch gewoon een knop op je televisie. In die zin zou de kijker, luisteraar of lezer meer meester van zichzelf moeten zijn.

Gevaarlijk aan Van Dams suggestie is dat de media meebouwen aan een keten van gebeurtenissen en dat die niet te verifiëren is. Tenzij je, bij wijze van experiment, een medialoze maand zou uitroepen. Wanneer je in die periode wel kranten en nieuwsbulletins maakt - maar niet doorgeeft aan de consument - zou aangetoond kunnen worden of er minder ellende in ons land of in de wereld zou plaatsvinden. Ik ben benieuwd. Ook het omgekeerde - meer ellende door minder berichtgeving - zou wel eens kunnen worden aangetoond.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden