Zelf studiespaarpot opbouwen voordeliger

Ouders met lagere inkomens hoeven dankzij het studiefinancieringsstelsel niet te vrezen dat hun kind in de toekomst niet kan studeren....

Iedere grote bank of verzekeraar heeft producten in de aanbieding voor ouders die vroeg willen beginnen met het opzij leggen van geld voor de studie van hun kind. Of ze nu Groeiplan, StudieGroeiplan, Kids Spaarplan of Studieplan heten, het idee achter deze producten is eigenlijk in alle gevallen hetzelfde.

Gedurende een termijn van meestal tien of vijftien jaar leggen ouders maandelijks een vast bedrag in, zeg 50 euro. Zowel de looptijd van het product als de periodieke inleg zijn aan minima gebonden. Aan het einde van het studieplan wordt een fors bedrag ineens uitgekeerd. Als een van de ouders voor het einde van de looptijd overlijdt, betaalt de bank of verzekeraar de premie door.

Normbedragen

Maar hoeveel kost een studerend kind? Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) stelt jaarlijks de bedragen vast die studenten in het hoger onderwijs en in het beroepsonderwijs in verschillende situaties maandelijks kwijt zijn (zie tabel). Uitgaande van deze normbedragen en van een studietijd van vier jaar, kost het laten studeren van een kind overheid, ouders en student tezamen tussen de twintigduizend en 32 duizend euro.

Ouders kunnen er voor kiezen hun kind zelf de financiering van de studie te laten regelen, ook als zij meer dan voldoende verdienen om aan de studiekosten van hun nakomeling bij te dragen. Maar met die keuze zadelen ze hun kind wel op met een studieschuld. Daarom kunnen ouders ook besluiten om mee te betalen.

De Wet Studiefinanciering geeft iedere student ouder dan achttien jaar, ongeacht het inkomen van de ouders, recht op een basisbeurs. Maar dat is niet voldoende om de totale maandelijkse kosten voor boeken en leermiddelen, onderwijsbijdrage, ziektekostenverzekering en levensonderhoud te kunnen betalen. Daarom kent de wet ook de aanvullende studiebeurs.

Jaarinkomen

De hoogte van de aanvullende beurs is afhankelijk is van het inkomen van de ouders. Studenten van wie de ouders samen een belastbaar jaarinkomen hebben van ongeveer vijftienduizend euro of minder, komen voor een volledige aanvullende beurs in aanmerking. Daarentegen krijgen studenten van wie de ouders een belastbaar inkomen hebben van ongeveer 35 duizend euro of meer, geen aanvullende studiebeurs.

Studenten die op basis van het inkomen van hun ouders geen of slechts een gedeeltelijke aanvullende studiebeurs ontvangen, zijn voor het resterende deel van de kosten die door de aanvullende bijdrage worden gedekt, afhankelijk van hun ouders of van een lening. Uitgaande van een vierjarige studie gaat het om een bedrag van 7.680 tot 14.400 euro.

De kosten voor de ouders kunnen nog hoger oplopen. Dat is het geval als zij er voor kiezen ook het deel van de kosten voor hun rekening te nemen dat studenten in de studiefinancieringsregeling zelf in het laatje moeten brengen. Voor maandelijkse bedragen tussen de 125 en 250 euro moeten studenten een baantje nemen of een lening afsluiten. Over een periode van vier jaar gaat het nog eens om zes- tot twaalfduizend euro.

Hoe kunnen ouders in tien of vijftien jaar voor een of meerdere kinderen tien- of twintigduizend euro verwerven? Zowel voor zelf sparen of beleggen als voor een studieplan bij een bank of verzekeraar geldt, dat vroeg beginnen de minste financiële pijn veroorzaakt. Een euro die in 2002 op een rekening wordt gezet, levert in 2018 - risicovolle aandelen misschien uitgezonderd - altijd meer op dan een euro die in 2007 is ingebracht.

In de onderste tabel wordt per tienduizend euro doelkapitaal aangegeven, welke bedragen ouders moeten reserveren over perioden van één tot en met twintig jaar. Ouders met een peuter van drie jaar oud die over vijftien jaar tienduizend euro achter de hand willen hebben, kunnen dat doel bereiken door maandelijks een bedrag van 41 euro opzij te zetten, uitgaande van een voorzichtig rendement van gemiddeld 4 procent per jaar. Maar hoe verhouden de bedragen in de tabel zich nu tot de kosten en opbrengsten van de kant-en-klare studieplannen?

Rendement

Het ABC Kids Spaarplan van Amev stelt een eindbedrag van 10.129 euro in het vooruitzicht als de consument gedurende vijftien jaar 50 euro per maand inlegt en daarmee een fondsrendement van 4 procent wordt behaald. Een consument die met sparen of beleggen in vijftien jaar een rendement weet te behalen van 4 procent, hoeft om een vergelijkbaar kapitaal te vergaren maar ruim 40 euro per maand te storten. Dat scheelt een kleine 10 euro per maand.

Het studiegroeiplan van de Postbank geeft ouders die vijftien jaar lang maandelijks 75 euro inleggen, uitgaande van een fondsrendement van 9 procent, het perspectief op een eindbedrag van 24.008 euro. Maar een consument die zelf met beleggingen een rendement van 9 procent per jaar weet te realiseren, heeft gedurende vijftien jaar voldoende aan een inleg van maandelijks 64,80 euro om een bedrag van 24 duizend euro op te bouwen. Dat is een verschil van ruim 10 euro per maand.

De bovenstaande verschillen zijn te verklaren, omdat niet al het geld dat de consument inlegt, wordt belegd. Van iedere 100 euro inleg wordt bijvoorbeeld in het Groeiplan van de Rabobank 5,5 euro aan kosten en verzekeringspremies ingehouden. In het StudieGroeiPlan van de Postbank gaat het om 7 van de 100 euro en bij het ABC Kids Spaarplan van Amev om 12,5 van de 100 euro.

In het nadeel van het studieplan is ook, dat een vroeger fiscaal voordeel is vervallen. Voorheen hoefde gedurende de looptijd van de verzekering geen belasting te worden betaald. Sinds vorig jaar is een verzekerde over het opgebouwde vermogen echter 1,2 procent vermogensrendemensheffing verschuldigd. Studieverzekeringen die zijn afgesloten vóór 14 september 1999 vallen overigens nog onder het oude stelsel.

Zorgmotief

Veel invloed op de verkoop van studieverzekeringen heeft de invoering van het nieuwe belastingplan nog niet gehad, stellen de financiële instellingen. Het zorgmotief telt voor veel ouders blijkbaar zwaarder dan het effectief omgaan met de eigen middelen. Ook al is die zorg ten overvloede, want een kind uit een gezin met weinig inkomsten kan immers altijd nog terugvallen op een aanvullende studiebeurs en een studielening.

De rente die studenten over de studieleningen moeten betalen, is gunstiger dan de marktrente. Bovendien wordt bij het aflossen rekening gehouden met de draagkracht en bestaat na vijftien jaar de mogelijkheid dat de resterende schuld wordt kwijtgescholden. Gemiddeld lossen studenten hun studieschuld in zes à zeven jaar af. De gemiddelde studieschuld van de ruim 200 duizend debiteuren bedroeg in 2000 10 duizend gulden (ruim 4.800 euro).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden