Zelf plukken in tulpenregenboog

Boerenbedrijven komen niet meer rond met landbouw alleen. Sander en José Daniëls-Kolk verdienen bij met een Tulpenpluktuin, die duizenden bezoekers per jaar trekt.

SANDER HEIJNE

MARKNESSE - Een Japanse toerist - een twintiger, hippe zonnebril en zilverkleurig horloge - is in een houten uitkijktorentje geklommen dat een goed uitzicht geeft over de bloembollenvelden. De zon schijnt. De temperatuur is meer dan aangenaam. De lentebries verspreidt de zoete geur van bloeiende tulpen. De Japanner geniet zichtbaar.

Dan kijkt hij naar zijn vriendin. De jongedame slentert dromerig door de bloemenzee. Af en toe bukt ze om een tulp te plukken. Ze heeft al een behoorlijke bos in haar armen. Vanuit de toren roept haar vriend iets in het Japans. De vrouw kijkt lachend op en neemt een pose aan. Hij pakt zijn camera en drukt af. Een Hollandser vakantiekiekje is nauwelijks denkbaar.

De Japanse toeristen zijn niet de enigen die Koninginnedag liever tussen de tulpen doorbrengen dan op de vrijmarkt. In de Tulpenpluktuin van Sander en José Daniëls-Kolk in Marknesse is het een komen en gaan van jonge gezinnen, toeristen en oudere echtparen. Op het erf staan nu voornamelijk auto's met Nederlandse en Duitse kentekens. 'Maar hier komen toeristen uit alle windstreken', zegt José Daniëls-Kolk.

Sander en José Daniëls-Kolk kwamen zes jaar geleden op het idee om een bollenveld in te richten voor bloemenliefhebbers die zelf tulpen willen plukken. Ze waren de eerste in Nederland. De Tulpenpluktuin trekt nu duizenden bezoekers per jaar. De komst van de bloemenliefhebbers betekent een welkome extra inkomstenstroom voor het boerenbedrijf.

Kleine en middelgrote Nederlandse boeren hebben het moeilijk. Alleen de grootste boerenbedrijven kunnen nog bestaan van landbouw alleen. Lang niet alle kleinere boeren hebben de ruimte, of het vermogen, om hun bedrijf uit te breiden. Boeren zijn daarom op zoek naar nevenactiviteiten om het hoofd boven water te houden. Sommigen beginnen een camping. Anderen bieden teambuilding- of managementscursussen aan. Velen beginnen een winkeltje waar ze hun producten verkopen.

Ook het echtpaar Daniëls-Kolk kan niet zonder neveninkomsten. Het gemengde boerenbedrijf verbouwt aardappelen, uien, mais en bloembollen. Daarnaast heeft boer Daniëls een veertigtal stieren. De oude varkensstal van Daniëls is verbouwd tot een horecagelegenheid. In de boerenshop op het erf verkoopt het echtpaar verse boerenproducten. Aardappelen en uien van eigen land. Zuivel, kool en andere landbouwproducten komen van omliggende boerderijen, die op hun beurt weer aardappelen en uien van het echtpaar Daniëls-Kolk verkopen.

De Japanse toeriste plukt de bloemen met beleid. Met een kleine handbeweging knakt ze de stengels vlak boven de grond, zodat de bol in de grond blijft zitten. Een Duits jongetje met een blauwe trui is in zijn enthousiasme minder voorzichtig. Gretig trekt hij de bloeiende tulpen met bol en al uit de grond.

Boer Sander Daniëls - middelbare leeftijd, breedgeschouderd met een oranje cowboyhoed - vindt het allemaal prima. De tulpenbollen uit de Tulpenpluktuin zijn sowieso niet meer geschikt voor de handel. Om zijn bezoekers te plezieren, heeft Daniëls een regenboog aan verschillende kleuren tulpen door elkaar geplant. Normaal is dit een doodzonde voor bollenboeren. Op de veiling willen handelaren weten welke kleur tulp ze kopen. Zodra de bollen door elkaar hebben gestaan, zoals in de Tulpenpluktuin, wil geen handelaar de bollen nog hebben.

De Tulpenpluktuin draait dan ook volledig op de opbrengst van de bezoekers. Bezoekers aan de tuin betalen 1,50 euro entree en 25 cent per geplukte tulp. Een gepensioneerd echtpaar uit Stadskanaal heeft het er graag voor over. Ze zijn speciaal uit het Noorden afgedaald naar de Noordoostpolder om de 85 kilometer lange tulpenroute te rijden. In tegenstelling tot de Japanse en Duitse toeristen zoeken de Groningers minutieus naar tulpen die nog in bloei moeten komen. Die houden het in een vaas langer uit.

De bloeiperiode van tulpen is te kort om van de Tulpenpluktuin alleen te kunnen bestaan. De pluktuin is geopend van medio april tot medio mei. Toch spreekt José Daniëls-Kolk van een schot in de roos. 'De pluktuin genereert veel publiciteit en bezoekers. Dat is goed voor de omzet van de winkel en het horecabedrijf.'

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden