Zelf & Onderzoek

Razend, belachelijk druk, maar niet met zaken van maatschappelijk belang waarmee je andere mensen op verjaardagen kunt vervelen...

Druk

Ik doe het allemaal wel, het rennen naar vergaderingen, het halen van deadlines, het plegen van telefoontjes, alsof het om een moord gaat. Daar gaat veel energie mee verloren en dat is jammer, want op dit moment heb ik al mijn krachten nodig om me aan die andere taak te wijden.

Sinds een dag of vijf, zes is er een verplichting bijgekomen die geen uitstel duldt en alle andere bezigheden overvleugelt. Dit kan niet wachten, dit moet nu meteen geregeld worden. En waar bestaat die belangwekkende opdracht dan wel uit? Uit het niet-doen van de dingen; het niet-opbellen, het toch maar niet-langsgaan, het niet-schrijven van een brief.

Koortsachtige ontwikkelingen die uren in beslag nemen. Beslissingen waarbij het aankomt op de minuut of zelfs op de seconde. De meeste tijd gaat heen met het niet-toegeven, het niet-daaraan-denken.

Ik probeer mezelf te observeren met de onpartijdige nieuwsgierigheid van een bioloog die de verrichtingen volgt van een laboratoriumratje. Zo lag ik nog op de bank met een boek van Alain Finkielkraut in de hand, de Franse filosoof die niets minder dan de teloorgang van de menselijk beschaving behandelt (l'Humanité perdue). Ik doe mijn best een zin in mijn hoofd te prenten die begint met 'ethiek' en eindigt met 'God', en veel dubbele ontkenningen daartussen. Plotseling weet ik zeker dat de beschaving wel even kan wachten, en dat het er nu op aankomt het boek neer te leggen, naar de telefoon te lopen en daar een minuut of acht doelloos rond te hangen.

De hoorn wordt van de haak genomen, neergelegd en vervolgens weer opgenomen. Mijn vingers drukken de toetsen in alsof met deze handeling het volledige Amerikaanse kernwapenarsenaal tot ontploffing wordt gebracht. Toch maar niet. Klopt het nummer wel? Het nummer blijft kloppen.

Intussen bellen er andere mensen met wissewasjes over lezingen, televisieprogramma's en toegezegde artikelen. Die handel ik af, tussen de bedrijven door. Want het enige, echte bedrijf dat hier wordt opgevoerd, de hoofdact zogezegd, is het niet-bellen van Hem.

Daarna uitgeput weer op de bank. Dat was kantje boord.

Als ik een bioloog was, zou ik niet weten wat ik hieruit moest opmaken. Nu ook niet trouwens.

Verliefd

Verward zal je bedoelen. Ik herken wel een aantal klassieke symptomen: de afwezigheid, de agitatie, die zo uit het niets komt opzetten als een mistbank op de A 1, en de onbedwingbare neiging om Hem bij alles ter sprake te brengen, ook als je bijvoorbeeld met iemand staat te praten over de recente ontwikkelingen in het onderwijs.

Goh, dat is toevallig, want dat heeft Hij ook gehad, onderwijs.

Maar daarnaast ontbreekt het aan dat stralende, zorgeloze bewustzijn dat verliefden wordt toegeschreven. De stemming is er meer een van grote ergernis. De boel is in de war geschopt, het schema klopt niet meer.

Nog maar twee weken geleden heerste hier namelijk orde: een moeizaam bevochten vrijgezellenorde, waarin plaats was voor werk, vrienden, boodschappen, tv, maaltijden en zo nu en dan wat lacherige seks. Je kan het afdoen als een Iteke Weeda-leven, maar het was tot voor kort wel het mijne, en hoe dan ook, ik kon de boeken van Alain Finkielkraut er helemaal bij uitlezen.

Onder die betrekkelijke rust broeide van alles. Om maar met het meest voor de hand liggende te beginnen: elke alleenstaande die ouder is dan dertig en min of meer 'bemiddelbaar', zoals huwelijksbureaus dat noemen, heeft herinneringen aan de tijd dat hij niet alleen stond en dat er huizen, bedden en rioleringskosten werden gedeeld. Die herinneringen zijn niet onverdeeld gelukkig, want waren ze dat wel, dan was er niet gescheiden. Het beste dat je ervan zeggen kunt, is dat ze op een gegeven moment bedwongen worden door bezigheden buitenshuis en door nieuw verworven kennissen, die niet beter weten of het vrijgezellenbestaan is voor jou gemaakt.

Dat helpt, je gaat er zelf in geloven en op den duur wordt de ex-geliefde een verhaal met een begin en vooral een eind. Dit einde nu, waar zo lang aan is gewerkt, gehecht en gestikt, wordt plotseling opengebroken door een iemand die weliswaar nieuw is, maar je tegelijkertijd aan zeer oude dingen doet denken.

Hoe onbekommerd is een verliefdheid die je met dezelfde kracht herinnert aan de mislukking van de vorige? Vergeet de violen, probeer je het geluid voor te stellen van een deur die piepend opengaat en meteen daarna keihard dichtgeslagen wordt.

Er hoort ook nog een tekst bij. Ik citeer: 'De minnaar is bij voorbaat al verlaten.'

Roland Barthes

De zin is van hem en komt uit De Taal der Verliefden.

De meeste boeken lees je als je jong bent en begrijp je pas als je ouder wordt; ze rijpen met de leeftijd. Maar met dit boek van Barthes is het anders gesteld. Ik maak het me hink-stap-sprongsgewijs eigen. Las het voor het eerst op mijn 20ste, licht verveeld; vond het geweldig op mijn 26ste; besloot dat het Franse krullendraaierij was op mijn 31ste, en denk nu weer dat er een wereld van wijsheid in besloten ligt. Je hoeft er gelukkig niet voor te groeien om het geheim deelachtig te worden, je moet er alleen voor in de stemming zijn. Licht-obsessief, dat leest het best.

Onder het hoofdstuk 'wachten' noteert Barthes bijvoorbeeld: 'Het buitensporige gevoel van ellende dat wordt teweeggebracht door het wachten op het geliefde wezen, in verband met onbeduidende vertragingen (afspraken, telefoontjes, brieven).'

'Het wachten is als een betovering; ik heb het bevel gekregen me niet te verroeren. Het wachten op een telefoontje is aldus verweven met allerlei kleine verboden, tot in het oneindige, dingen die je nauwelijks durft te bekennen: ik mag van mijzelf de kamer niet uit, ik mag niet naar de wc, zelfs niet opbellen (anders is de telefoon in gesprek); ik vind het vreselijk als iemand mij opbelt (om dezelfde reden). Pure wacht-ellende vereist dat ik in een fauteuil zit met de telefoon binnen handbereik, zonder iets te doen.'

Je kan dit lezen en denken: 'Ja, een dwangneurose, daar zeg je zo wat.' Je kan de tekst ook uitspellen, alsof het de handleiding is bij een nieuw, heel duur en ingewikkeld apparaat dat je net hebt aangeschaft.

In dat laatste geval is de kans groot dat er geen nieuwe droger of strijkmachine staat aan te komen, maar een nieuwe minnaar. Dat boek van Barthes is zoiets als een vlokkentest voor verliefden. Wie het in een adem uitleest, is besmet.

PS

En waar wacht de minnaar vol ongeduld op? Op antwoord, maar meer nog op de afwijzing die hij met zijn dwingelandij forceert. Je ziet het beter bij een ander dan bij jezelf: zo'n Mateman, die naast de telefoon zit en niet rust voordat hij de afgewezen minnaar is geworden. Dit soort pathetiek roept haar eigen mislukking op.

En daarna, om met Remco Campert te spreken 'Maar weer jengelen over eenzaamheid.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden