Nieuws Verkiezingen Algerije

Zeldzame protesten in Algerije tegen bejaarde president Bouteflika

Voor het eerst in lange tijd wordt er in Algerije geprotesteerd tegen de regering. Demonstranten in het Noord-Afrikaanse land willen niet dat de 81-jarige president Abdelaziz Bouteflika zich in april herkiesbaar stelt. ‘Geen vijfde mandaat voor Bouteflika’, riepen de betogers, die zondag in de hoofdstad Algiers opnieuw met vele honderden de straat op gingen.

Demonstranten zaterdag in Algiers. Op de schouders Rachid Nekkaz, zakenman en een van de tegenkandidaten van president Abdelaziz Bouteflika bij de verkiezingen van 18 april. Beeld EPA

Vrijdag trokken enkele duizenden mensen door het centrum van Algiers, vooral jonge mannen. Voor de camera verscheurden zij een groot portret van Bouteflika. De politie voorkwam dat ze naar het presidentieel paleis trokken. Ook in andere Algerijnse steden, zoals Oran, Annaba, Akbou en Sétif, gingen jongeren de straat op. Zaterdag waren er in Algiers honderden betogers.

De bejaarde president heeft er al vier termijnen op zitten. Zijn gezondheid is zeer broos, zeker sinds een beroerte in 2013. Hij is zelden in de openbaarheid te zien en beweegt zich voort in een rolstoel. Al zeven jaar heeft hij geen toespraak gehouden. Regelmatig is hij in het buitenland voor medische behandelingen. Ook zondag werd hij volgens lokale media weer in een ziekenhuis in Genève verwacht.

Generatie van guerrillastrijders

Bouteflika is een vertegenwoordiger van de generatie guerrillastrijders die in de jaren vijftig en zestig vocht tegen de Franse koloniale overheersing en sinds de onafhankelijkheid de touwtjes in handen heeft gehouden. De politieke elite is sterk verweven met de economische machtsstructuren en profiteert daar zelf in buitengewone mate van.

President Abdelaziz Bouteflika brengt zijn stem uit in de gemeenteraadsverkiezingen van november 2017. Beeld AFP

De sinds 1962 regerende partij FLN heeft de ‘grijze eminentie’ Bouteflika, aan de macht sinds 1999, opnieuw naar voren geschoven als kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 18 april. Diverse politieke partijen, vakbonden en organisaties van werkgevers hebben gezegd zijn kandidatuur te steunen. Waarschijnlijk zal hij met gemak winnen. Veel Algerijnen zijn nog altijd gehecht aan politieke stabiliteit.

‘Tegen degenen die dromen van verandering’, zei FLN-leider Moad Bouchareb zaterdag in Oran voor het oog van de tv-camera, ‘zou ik willen zeggen: droom maar lekker.’

Voor veel kijkers was de context van die opmerking wellicht niet duidelijk. De Algerijnse radio en televisie hebben geen woord vuil gemaakt aan de protesten. Radiojournalisten hebben zondag in een brief aan de directie hun onvrede daarover kenbaar gemaakt. De leiding ‘heeft geen respect getoond voor onze neutraliteit’, stellen ze. ‘De radio behoort aan alle Algerijnen.’

Rotsvaste wil

Bouteflika had in een ‘brief aan de natie’ op 10 februari zijn kandidatuur bekendgemaakt. ‘Zeker, ik heb niet de fysieke kracht als voorheen,’ schreef hij, ‘maar de rotsvaste wil om het vaderland te dienen heeft me nooit verlaten, en stelt me in staat de beperkingen van mijn gezondheid te overkomen.’

Tegenstanders zeggen dat de oude staatsman, die naar verluidt nauwelijks kan spreken, alleen in naam president van Algerije is. Het feitelijk bestuur van het land zou in handen van adviseurs zijn.

Niet duidelijk is in hoeverre de protesten vrijdag spontaan waren dan wel georganiseerd. In juni werd in Algerije de burgerbeweging Mouwatana opgericht, die zich verzet tegen een vijfde termijn voor Bouteflika. Mouwatana bestaat uit intellectuelen, journalisten, mensenrechtenverdedigers en leden van de politieke oppositie. De beweging schaarde zich achter de oproep om zondag opnieuw te demonstreren.

Lage olieprijzen

Het is voor het eerst sinds heel lang dat in Algerije wordt gedemonstreerd tegen de regering. Wel uiten Algerijnen regelmatig hun onvrede over de sociale en economische omstandigheden. De lage olieprijzen hebben olieproducent Algerije veel schade berokkend. Volgens officiële cijfers is een kwart van de Algerijnen onder de 30 jaar werkloos.

Tijdens de Arabische Lente van 2011 waren er maandenlang protesten en diverse zelfverbrandingen. Maar anders dan in andere Noord-Afrikaanse landen wisten de betogers geen politieke eisen te verwezenlijken. De ordetroepen slaagden erin de onrust te beperken en tot een echte volksopstand kwam het niet. De herinnering aan de uiterst bloedige burgeroorlog van de jaren negentig weerhield veel Algerijnen ervan de politieke confrontatie te zoeken.

Burgeroorlog

De burgeroorlog duurde van 1991 tot 2002 en kostte het leven aan naar schatting 150 duizend mensen. Toen het er in de eerste ronde van de parlementsverkiezingen van december 1991 op leek dat het Islamitisch Reddingsfront (FIS) in de tweede ronde de absolute meerderheid zou halen, greep het leger in. FIS-leiders werden gearresteerd.

Extremistische organisaties als de Gewapende Islamitische Beweging (MIA) en Gewapende Islamitische Groep (GIA) voerden in de jaren daarna tal van aanslagen uit tegen de strijdkrachten en overheidsfunctionarissen, maar steeds vaker ook tegen burgers. De bloedige reeks moordpartijen van de GIA en MIA beleefde een piek in 1997.

Van de islamistische beweging in Algerije is niet veel meer over. Maar nog altijd bestaat bij de autoriteiten de vrees dat sociale onvrede, vooral op het platteland, opnieuw een voedingsbodem kan worden voor een gewelddadige opstand, en dat de jonge generatie – minder besmet door de herinnering aan de burgeroorlog – alsnog vatbaar wordt voor de lokroep van het islamitisch extremisme.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.