NieuwsOllongren

Zeldzame motie van afkeuring door Eerste Kamer voor minister Ollongren

De Eerste Kamer stelt zich assertief op tegenover het kabinet. Voor het eerst in bijna 150 jaar namen de senatoren dinsdag een motie van afkeuring aan over het beleid van een minister. Het gaat om minister Ollongren van Binnenlandse Zaken. 

Minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Beeld ANP - Bart Maat

Of de motie praktische gevolgen zal hebben, is onduidelijk. Het staatsrecht is daar niet eenduidig over. 

De Eerste Kamer – waar de regeringscoalitie sinds vorig jaar geen meerderheid meer heeft – nam eerder tot twee keer toe een motie aan van SP’er Tiny Kox waarin werd gepleit voor een verbod op huurverhogingen per 1 juli in verband met de coronacrisis. De Kamer vreest dat veel huurders anders in financiële problemen komen. 

Ollongren ziet niets in een algemene bevriezing van de huren en voert aan dat het kabinet met een reeks noodmaatregelen de inkomens al ondersteunt. Burgers en bedrijven hoeven dan niet ook nog steun bij het intomen van de uitgaven, is haar overtuiging. 

Dinsdag stemde de Eerste Kamer over een motie, weer van SP’er Kox, waarin haar opstelling wordt afgekeurd. In de Tweede Kamer zou zoiets voor de minister reden zijn om te vertrekken, maar in de Eerste Kamer ligt dat genuanceerder. Kabinetten komen immers voort uit de electorale verhoudingen in de Tweede Kamer. Daarom is het de vraag of het wel aan de Eerste Kamer is om te beslissen over het aanblijven van bewindslieden.

‘Minister treed op’

Kox benadrukte dinsdag dat hij daar ook niet op uit is. ‘Deze motie zegt niet: minister ga weg, maar minister, treed op.’ Bij de stemming bleek dat alleen de SGP en de coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en CU tegen waren. Kox riep na afloop Ollongren op volgende week dinsdag weer naar de senaat te komen om over de motie te spreken.

De motie markeert de trend waarbij de Eerste Kamer zich steeds politieker opstelt. Vanouds toetst de Eerste Kamer wetsvoorstellen op haalbaarheid, uitvoerbaarheid en juridische houdbaarheid. Maar sinds 2010 stellen de fracties zich steeds politieker op. Dat werd manifest bij het aantreden van het kabinet-Rutte II van VVD en PvdA. Deze partijen hadden van meet af geen meerderheid in de Eerste Kamer, omdat ze dachten dat het niet nodig zou zijn.

Toen ze toch al snel vastliepen, werden over belangrijke wetsvoorstellen afspraken gemaakt met D66, CU en SGP. Die kregen de bijnaam C3, de constructieve drie. Het kabinet Rutte III van VVD, CDA, D66 en CU had bij de start weliswaar een meerderheid in de Eerste Kamer maar raakte die vorig jaar kwijt. Bij het begin van de coronacrisis stonden alle partijen achter de noodmaatregelen van het kabinet. Maar die consensus is nu verdampt, zoals blijkt uit de motie van afkeuring.

De laatste keer dat de Eerste Kamer een motie van afkeuring over een minister aannam was in 1875. Toen ging het over de aanleg van een treinverbinding naar Rotterdam. De ministers van Financiën en van Binnenlandse Zaken boden na de motie hun ontslag aan aan de Koning. Die weigerde dat ontslag te verlenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden