Zeldzame eerste druk Newton in Haarlem

HAARLEM - Hoe het boek precies in het bezit van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen is gekomen, weet niemand meer. Zeker is wel dat komende maandag een uiterst zeldzame eerste druk van Isaac Newtons Philosophiae Naturalis Principia Mathematica uit 1687 in permanente bruikleen wordt gegeven aan het Teylers Museum, op een steenworp verder aan de overkant van de Spaarne in Haarlem.


Tijdens een bijeenkomst van het oudste geleerde genootschap van Nederland (opgericht in 1572) houdt voormalige KNAW-president Robbert Dijkgraaf, even terug uit Princeton, de eerste Spaarnelezing. Daarna wordt het kostbare boek met onder meer de eerste wiskundige formulering van de wetten van de zwaartekracht, beter bekend als de Principia, officieel overhandigd aan het museum.


De eerste druk van Newtons werk had een oplage van tussen de drie- en vierhonderd stuks; latere, veel uitgebreidere drukken (van 1713 en 1726) waren aanzienlijk groter.


De eerste drukken van de Principia doen volgens kenners nu minimaal 400 duizend euro. Het Haarlemse exemplaar is uitzonderlijk gaaf, op een nieuw omslag en een blauwe stempel van de Hollandsche Maatschappij op de titelpagina na. Daaronder heeft ooit iemand met potlood bij het jaartal MDCLXXXVII het modernere '1687' geschreven.


In elk geval in de Leidse bibliotheek is nog een Nederlandse eerste druk van de Principia, zegt wetenschapshistoricus prof. Frans van Lunteren van de VU en Leiden. 'Waarschijnlijk van Vossius, die net als Huygens lid was van de Royal Academy in Londen. Er zijn destijds twaalf exemplaren verzonden naar boekhandelaar Pieter van der Aa. Die stuurde er na twee jaar zeven weer terug. Zo groot was de belangstelling hier kennelijk niet.'


In het boek ontwikkelt Newton langs wiskundige weg de drie hoofdwetten van beweging en kracht, met name de zwaartekracht, die volgens hem universeel zijn en dus zowel op aarde gelden als daarbuiten. Newton (1643-1727) schreef het 500 pagina's tellende werk tussen mei 1684 en april 1686, na een bezoek van de astronoom Edmond Halley die een verklaring zocht voor de baan van de naar hem vernoemde periodieke komeet van 1682. Voor die tijd publiceerde hij zelden; ook al omdat, zo is nu bekend, hij een aanzienlijk deel van zijn tijd besteedde aan bijbellezing en alchemie.


De Principia en Newtons kracht- en behoudswetten vormden eeuwenlang de basis voor alle natuurkunde. Pas in de 20ste eeuw bleken de relativiteitstheorie en quantummechanica nodig.


In zijn inleiding trekt Isaac Newton stevig van leer tegen René Descartes die denkt dat hemellichamen bewegen op wervelingen van een onbekende stof. Newton beperkt zich in zijn teksten nadrukkelijk tot een mathematische beschrijving van bewegingen, zonder op de oorzaken in te gaan. Dat, schrijft hij, zijn hypotheses waarvoor in de natuurfilosofie geen plaats is. 'Hypotheses non fingo', aldus de beroemdste zin van het boek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden