Zelden bracht tv de gruwel zó dichtbij als bij 'In het spoor van IS'

Zelden bracht tv de gruwel zó dichtbij als in Sinan Cans tweeluik 'In het spoor van IS'. Het is allemaal té erg.

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant

Een tijdje geleden sprak ik een jongen van mijn leeftijd. Twee jaar woonde hij nu in Utrecht. Hij volgde taallessen, deed vrijwilligerswerk. Ooit wilde hij de studie afmaken waaraan hij in Syrië begonnen was.

Ik vroeg of hij zich kon voorstellen dat hij ooit zou terugkeren.

Hij schudde zijn hoofd. 'Er is niets meer om naar terug te keren.'

Dat niets werd de afgelopen twee maandagen verkend door documentairemaker Sinan Can. In een interview met journalistenvakblad Villamedia legde Can uit wat hij er was gaan zoeken: 'Ik wil laten zien wat het leed van de ander is, 5.000 kilometer verderop. Zodat we begrijpen wat ze voelen, waarom ze vluchten.'

In zijn reportagetweeluik In het spoor van IS struinde Can (Uitgezet, Bloedbroeders) door de delen van Irak en Syrië waar IS de afgelopen jaren huishield. Je leest regelmatig dat een stad of een land in puin ligt. Ik heb het zelf ook weleens geschreven. Daar denk je verder niet over na, over hoe 'in puin' eruitziet, dat blijft een abstractie. Tot je Can door Mosul, Aleppo of Kirkuk ziet lopen. Journaalnamen. Steden die ooit glansden van historische pracht en gonsden van bedrijvigheid en waar de vernietiging nu volkomen was. Brokstukken. Stof. Wat restte: een enkele vlag, wegblokkades en afgebrokkelde flats als tandeloze monden.

In Mosul hield Can vorige week plots halt. 'O, tering.'

Even verderop lagen dode mensen, gewoon, op wat ooit een straat moest zijn geweest. IS'ers, of misschien ook niet.

De afgelopen twee maandagen bezocht Can de plekken waar het kalifaat werd opgericht, waar het tot bloei kwam (inclusief loonstrookjes én overwerkbriefjes - de bureaucratie van het kwaad) en waar het zijn verwoestende sporen heeft nagelaten. In het landschap, en in de hoofden van de mensen. Hij stond in het gat waaruit Saddam Hoessein tevoorschijn kwam, in de beroemde Al-Nuri-moskee en op een voetbalveldje in Kirkuk, waar mannen bijeengedreven werden, bij het zoeken naar slapende IS-cellen. In een vreemde, lege ruimte sprak Can met een geblinddoekte jihadist. Een man die namens uiteenlopende organisaties talloze slachtoffers had gemaakt.

'De doodstraf zou nog te mild zijn', velde hij het oordeel over zichzelf.

Zelden bracht tv de gruwel zó dichtbij. Het is allemaal té erg: bij Jinek vertelde Can het verhaal van de man die hij in Meskane sprak. Het zoontje van die man werd bijna dagelijks gedwongen de gruwelijkste executies bij te wonen, maar zijn vader verzekerde hem: het is niet echt. Dat bloed is fake, die mensen zijn acteurs. Het is allemaal maar een film. La vita è bella.

Die man zit niet in de serie. Hoeft ook niet: het is zo al hopeloos en naargeestig genoeg. In het spoor van IS is een product van moed, empathie en vertelkunst. Fantastisch, en afschuwelijk tegelijk. Can toont ons waartoe de mens in staat is. Hoe slechtheid van iets niets kan maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden