Zekerheid boven avontuur

Het Directie Overleg Dans bestaat 25 jaar. In een jubileumboek wordt gevist naar het belang van organisatie. De bijvangst is zeker zo interessant....

ARIEJAN KORTEWEG

Iedereen die de dans van nabij volgt, heeft er wel eens van gehoord: de roemruchte wandelclub der dansdirecteuren. Onder aanvoering van Anton Gerritsen, vele jaren directeur van het Nationale Ballet en verwoed wandelaar, trokken de zakelijk leiders van 's lands grootste dansgezelschappen de paden op de lanen in. Terwijl in ritmische cadans de kilometers werden verslonden, spraken de heren over subsidiestromen en over onwetende schouwburgdirecteuren en namen de voornaamste transfers door.

Het clubje, dat na enkele jaren uiteen viel in twee fracties, lag ooit aan de grondslag van het DOD, het Directie Overleg Dans, dat dezer dagen zijn 25-jarig bestaan viert. En nog steeds zijn er (ex-)directeuren die in gezamenlijkheid de wandelschoenen aantrekken. Zo'n genootschap is een uitgelezen onderwerp (veel foto's erbij, graag!) voor het boek dat ter ere van het jubileum verscheen. In gedachten stel je je voor hoe de heren elkaar de maat nemen, hoe Gerritsen onmerkbaar de pas versnelt als de onderhandelingen niet naar zijn zin verlopen, hoe de kaartlezer van dienst die de anderen het bos in stuurt een jaar later ineens minder subsidie krijgt. Met die oer-Hollandse oplossing, het schisma, als onvermijdelijke uitkomst.

Helaas, het DOD, dat zich inmiddels DOD, brancheorganisatie voor de dans noemt, doet niet aan anekdotiek. De wandelclub wordt zijdelings aangestipt. De andere grote ruzie, met een hoofdrol voor het Nederlands Dans Theater van Carel Birnie, die vond dat de overheid zijn gezelschap achterstelde en daarom uit het DOD stapte, wordt even genoemd. Voor het overige is het pais en vree in de dans.

Al is er genoeg reden voor zorg. Dat was zo in 1981, toen de Nederlandse moderne dans wereldwijd een voortrekkersrol vervulde, en dynamischer was dan alle andere podiumkunsten. Dat daarin niets is veranderd, wordt pijnlijk duidelijk uit de negen interviews die, samen met de geschiedschrijving van het DOD, de ruggengraat van het boek vormen. De interviews waren waarschijnlijk bedoeld om te vissen naar het belang van organisatie in de dans, maar hier is de bijvangst zeker zo interessant. Uit de interviews komt het beeld naar voren van de dans als een wat angstige, behoudzuchtige, in zichzelf gekeerde wereld. Alleen wie zich daaraan onttrekt, heeft kans op succes.

Het meest expliciet is Samuel Wuersten, als artistiek leider van het Holland Dance festival, directeur van de Rotterdamse Dansacademie en gastprogrammeur van het Lucent Danstheater een spin in het web. Hij vindt dat het Nederlandse subsidiesysteem verlammend werkt. 'Als ik zie hoe mensen in andere landen moeten knokken om iets voor elkaar te krijgen, dan slaat het kermen en klagen van Nederlandse kunstenaars nergens op', stelt hij vast.

Of het DOD de dans een impuls kan geven? De afgelopen kwart eeuw is dat in elk geval niet voldoende gelukt. Sophie Lambo, zakelijk leider van het gezelschap Conny Janssen Danst, spreekt over een 'imagoprobleem'. 'De kennislacune leidt ertoe dat het voor de gezelschappen steeds lastiger wordt hun waar aan de schouwburgen te slijten.' Ook 25 jaar geleden werden er cursussen voor schouwburgdirecteuren gegeven om hun danskennis op te krikken. Kennelijk is de situatie sindsdien niet veranderd.

Illustratief is het interview met Paul Lightfoot en Sol León, samen de bright young hope van het Nederlands Dans Theater. Ze maken subtiel duidelijk dat de wereld buiten de dansstudio hen eigenlijk gestolen kan worden. 'Ik heb me eigenlijk nooit deel gevoeld van de Nederlandse danswereld.'

Op het gebied van de arbeidsvoorwaarden heeft het DOD ongetwijfeld goed werk verricht. Maar wellicht heeft het verlangen naar zekerheid de zin voor avontuur te veel getemperd. Nanine Linning, 28 jaar en misschien wel de beste choreograaf van haar generatie: 'Van de cao word ik knettergek. Al die dansers die mij eerst vragen naar arbeidsvoorwaarden en pas dan naar mijn artistieke plannen. Natuurlijk, vroeger was de Nederlandse dans een jungle. Maar nu is het onwerkbaar geworden.'

Dat alles is te lezen in het jubileumboek van DOD. Wat node ontbreekt, is een beschouwing waarin alle kritiek die dansers en dansfunctionarissen op het eigen functioneren hebben, nog eens wordt geanalyseerd. Nu blijft het bij incidentele observaties zonder samenhang.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden