Nieuws

Zeker 80 duizend vliegtuigpassagiers zaten in de buurt van een besmettelijke medepassagier

Zeker 80 duizend reizigers naar Nederlandse luchthavens hebben de afgelopen 16 maanden dicht bij een met corona besmette medepassagier in het vliegtuig gezeten. De GGD wist slechts een kwart van hen telefonisch te bereiken. Dit blijkt uit niet eerder gepubliceerde cijfers.

null Beeld ANP
Beeld ANP

Sinds juni vorig jaar zaten ten minste 11.488 met covid-19 besmette passagiers op vluchten naar Nederland. Van de 80 duizend medepassagiers die rondom deze passagiers zaten, lukte het de GGD er 19.500 te bereiken. Hoeveel van hen door het contact ook het coronavirus opliepen, is onbekend.

De GGD Kennemerland, verantwoordelijk voor het zogeheten ‘vliegtuigcontactonderzoek’ – een variant van het reguliere bron- en contactonderzoek –, komt tot die conclusie na analyse van de data van passagiers die zijn aangekomen op internationale luchthavens in Nederland. De gegevens zijn voor het eerst vrijgeven na een verzoek van de Volkskrant.

De 11.488 met corona besmette passagiers uit de GGD-data zaten verspreid over 9.434 vluchten. Van iedere besmettelijke passagier probeert de GGD de ‘nauwe contacten’ op te sporen. Daaronder vallen passagiers die in twee rijen rondom – voor, achter en zijwaarts – de reiziger zaten, en bemanningsleden die intensief contact hebben gehad met de betreffende passagier.

De besmettelijke passagiers hadden in totaal zo’n 80 duizend nauwe contacten op de vlucht. Driekwart van die contacten zijn niet benaderd of werden niet telefonisch bereikt door de GGD. In de drukke zomermaanden wist de GGD zelfs minder dan 15 procent van de passagiers die risico liepen op besmetting door een medepassagier telefonisch te bereiken. ‘In sommige gevallen is overgegaan op e-mails naar nauwe contacten omdat er niet genoeg tijd was om iedereen te bellen’, aldus GGD-woordvoerder Harm Groustra.

null Beeld

Herfstvakantie

Na de zomervakantie werd een groter deel van de mogelijk besmette nauwe contacten bereikt. In oktober, toen veel Nederlanders met het vliegtuig op herfstvakantie gingen, belde de GGD 3.160 reizigers, meer dan in de zomermaanden. Het ‘opsporingspercentage’, het aantal telefonisch bereikte passagiers, lag in de herfstvakantie op 55 procent van de nauwe contacten, vele malen hoger dan in de zomervakantie.

Een klein deel van de onbereikte passagiers verblijft in het buitenland. Hun gegevens worden doorgegeven aan de Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding (LCI), een onderdeel van het RIVM. De LCI neemt vervolgens contact op met de gezondheidsautoriteiten in het land waar de reiziger zich bevindt. Dit gaat om enkele reizigers per dag. Exacte aantallen zijn niet bekend bij het RIVM, en ook de GGD weet niet om hoeveel reizigers dit gaat.

De GGD voert alleen contactonderzoek uit bij reizigers die positief getest zijn én coronaklachten hebben. Bij reizigers die na de vlucht corona blijken te hebben maar geen klachten hebben, wordt ervan uitgegaan dat zij niet erg besmettelijk zijn. Het daadwerkelijke aantal passagiers met het virus onder de leden is mogelijk dus hoger dan de ruim 11 duizend die de GGD constateerde. Datzelfde geldt voor het aantal nauwe contacten.

Nauwe contacten die wel worden bereikt, wordt gevraagd zich bij klachten te laten testen en in quarantaine te gaan. Hoeveel van de 80 duizend nauwe contacten van besmette passagiers daadwerkelijk corona kregen, ‘wordt nog onderzocht’, stelt de GGD Kennemerland.

Veel besmette reizigers in de zomermaanden

Over het afgelopen jaar testten maandelijks gemiddeld 827 vliegtuigpassagiers positief. In de zomermaanden, toen er veel gevlogen werd, werden meer besmettingen geconstateerd. In juli en augustus waren dat er ruim 2.000 per maand.

Vakantiereizigers uit Kreta, Palma de Mallorca en Istanbul zijn goed voor het grootste aandeel van de gevonden besmettingen. Via elk van deze luchthavens kwamen meer dan 800 besmettelijke reizigers Nederland binnen.

De relatief kleine luchthaven van Faro (Portugal) staat op de vierde plek met 714 besmette reizigers, vooral door het grote aantal besmettingen dat in juni werd aangetroffen bij vakantiegangers, onder anderen jongeren die terugkeerden van een eindexamenreis naar Albufeira. Het RIVM meldde in juni dat ruim 200 jongeren positief testten na zulke reizen en riep hen op zich bij terugkeer te laten testen.

Maar in welke mate vliegvelden invoerhavens van passagiers met covid-19 zijn, is onmogelijk precies vast te stellen op basis van deze cijfers, benadrukt de GGD. Testen bij aankomst was in Nederland nooit verplicht. ‘Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat iemand besmet op een vlucht zit, maar geen klachten krijgt en zich daarom nooit laat testen’, aldus woordvoerder Groustra van GGD Kennemerland.

‘Ook hebben we de afgelopen maanden op Schiphol ruim anderhalf miljoen zelftesten uitgedeeld aan binnenkomende reizigers’, zegt hij. ‘Het is niet ondenkbaar dat mensen met een positieve zelftest deze niet hebben laten herbevestigen, maar wel in isolatie of quarantaine zijn gegaan.’

Experts: besmettingsrisico relatief laag in het vliegtuig

Uit het bron- en contactonderzoek zijn ook geen conclusies te trekken over de besmettingsrisico’s aan boord van een vliegtuig, benadrukt de GGD. De besmettingen die de GGD opspoort, kunnen ook voor of na de vlucht opgelopen zijn.

Volgens de wekelijkse RIVM-rapportage over de bron van coronabesmettingen wordt minder dan 1 procent van de besmettingen waarvan de bron bekend is, opgelopen tijdens een vlucht. Ondanks enkele voorvallen waarbij coronapatiënten hun halve vliegtuig aanstaken, lijkt het vliegtuig voorlopig dan ook een relatief veilige omgeving.

Dat beaamt het Nederlands Lucht-en Ruimtevaartcentrum (NLR), dat deze zomer samen met het RIVM het risico onderzocht dat één stilzittende, besmette passagier met een mondkapje anderen tijdens de vlucht zou aansteken door het uitstoten van kleine vochtdeeltjes (aerosolen).

Het gemiddelde risico op besmettingen op rij van de besmette passagier, de drie rijen voor deze passagier en de drie rijen achter deze passagier ligt tussen de 1 op de 1.800 en de 1 op de 120, concludeerden de onderzoekers.

‘Die grote marge komt onder andere doordat het per besmet persoon enorm kan verschillen hoeveel virusdeeltjes iemand uitstoot’, zegt hoofdonderzoeker Rui Roosen. ‘En dat kun je niet voorspellen.’

Ook de afstand tot de besmette persoon, de duur van de vlucht en het correct dragen van een mondkapje maken verschil, bleek uit de studie. Belangrijke nuance: het onderzoek werd uitgevoerd voordat de deltavariant van het virus dominant werd.

Maar reizen verhoogt per definitie de kans op besmettingen

Bovendien vertellen onderzoeken in experimentele settings nooit het hele verhaal, benadrukt Roosen. ‘Zulke experimenten gaan vooral over de situatie waarin passagiers stilzitten’, beaamt Marco Goeijenbier, internist in het Erasmus MC in Rotterdam en gepromoveerd in de virologie. ‘Maar wat is het risico als je opstaat om naar de wc te gaan of als je bij de check-in je tas pakt? In andere woorden, het risico is cumulatief’, aldus Goeijenbier.

Goeijenbier zette in 2016 al het beschikbare bewijs voor besmettingsgevaren van influenzavirussen tijdens het reizen op een rij. De simpele conclusie: ‘Je hebt gewoon veel meer kans om besmet te raken wanneer je op reis gaat dan wanneer je thuis blijft. Daarnaast is het grote risico dat door internationaal reizen nieuwe virusvarianten zich snel verspreiden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden