Zei u saai?

Niets is wat het lijkt in het 'mentale universum' van ontwerper Philippe Starck. Een citruspers is niet om mee te persen (maar om over te praten), en een tandenborstel is niet om mee te poetsen (maar om vrolijk van te worden)....

Of je in je eentje binnenkomt op een groot feest waar je niemand kent en waar alle gasten geanimeerd met elkaar staan te praten. Hooguit flarden vang je op van gesprekken: een zin uit de ene hoek van de zaal, een woord uit de andere; gedeelten van verhalen zonder betekenis. Pas als je een gesprekspartner hebt gevonden, ebt de herrie weg tot een - nog steeds vermoeiend - gedruis op de achtergrond.

Wie de verduisterde zaal binnenstapt die het Centre Pompidou in Parijs wijdt aan het eerste retrospectief van de Franse ontwerper Philippe Starck (1949), belandt in de kakafonie van zo'n feest, hóórt veel eerder dan hij ziet, hoort Philippe Starck uitleggen wat hem beweegt, hoort hem aan de ene kant van de zaal praten, aan de andere kant, achter zich, voor zich, hoort elf Philippen Starck door elkaar heen praten in fragmenten van een lang verhaal, zonder adempauzes, zonder chronologie, zonder duidelijke thematische lijn.

De bezoeker was gewaarschuwd: nog voor het gordijn dat toegang geeft tot de ellipsvormige zaal die het Centre Pompidou in nauwe samenspraak met Starck inrichtte, roept een witgeschminkt gezicht op een monitor dat er niets valt te zien. 'Kom!', roept de joker, 'Kom! Er is niets te zien' - niet toevallig een tekst die echoot wat politieagenten zeggen tegen nieuwsgierigen bij een ongeluk: 'Loopt u door, er is niets te zien', waarin dat 'niets' uiteraard betekent dat er wel degelijk iets te zien valt: narigheid, bloed, wanhoop.

'Kom!', roept de witte goochelaar. 'Kom! Er is niets te zien, er is alles te ervaren! Kom luisteren naar die dikke verwaande kwast die zegt dat hij alles heeft gemaakt!'

De bezoeker heeft dan al een folder in handen gedrukt gekregen met een tekst, in het Frans, waarin conservator Marie-Laure Jousset verduidelijkt wat Starck wil met dit eerste overzicht van een carrière die in de jaren zestig begon: 'Zich voor de eerste keer uitspreken over de betekenis, de drijfveren en de omstandigheden die hebben geleid tot het ontstaan van zijn ontwerpen, over de plaats die de mens gegeven is, en over de voortdurende zoektocht naar verrassingen rijk aan emoties en plezier.'

De bezoeker stapt recht in Starcks 'mentale universum' (zegt de folder), midden in de 'coulissen van zijn werk', en hoort daar Starck in elfvoud vertellen over zijn drijfveren en het ontstaan van zijn ontwerpen. Elf bustes staan langs de wand opgesteld, elf koppen gemodelleerd naar het evenbeeld van Starck, waarop zijn gezicht wordt geprojecteerd. Elf keer hetzelfde beeld, elf keer een ander deel van een verhaal dat hem uren en uren heeft gekost om op te nemen. En op de achtergrond de muziek die Laurie Anderson speciaal voor de expositie componeerde.

Alleen wie een stoel heeft weten te bemachtigen tegenover een van de sprekende hoofden lukt het enige tijd te volgen wat de man te zeggen heeft, voordat andere gedachten de overhand krijgen: dat de krullen bovenop de buste een lauwerkrans lijken, dat hij zo verbluffend vloeiend praat, vrijwel zonder versprekingen en zonder pauzes, dat hij al die uren dat hij werd gefilmd zijn hoofd in dezelfde stand heeft moeten houden, omdat anders de geprojecteerde neus niet op de gegoten neus, maar op een wang of een kin zou verschijnen, dat zijn hoofd vreemd vertrouwd is, veel levensechter dan het op een beeldscherm zou zijn. En onontkoombaar is er de gedachte aan de stilte die zal vallen als om 21.00 uur het museum sluit, en al die Starcken tot zwijgen worden gebracht, verlost uit hun eindeloze loop.

Over bijna 180 van zijn ontwerpen praten de hoofden van Starck, ontwerpen die wanneer hij ze noemt boven hem verschijnen op een beeldscherm met erbij de vertaling in het Engels van zijn tekst. En als hij niet over de ontwerpen zelf spreekt, zijn er bespiegelingen over de plaats die de mens gegeven is, en over zijn voortdurende zoektocht naar verrassingen rijk aan emoties en plezier.

Het gaat over zijn kinderen, zijn vrouwen, over vrienden, die hij steevast 'liefheeft', over zijn genegenheid voor bepaalde opdrachtgevers. Starck vereffent rekeningen: hij vertelt dat Wolford, de panty- en maillotfabrikant, kleren maakt sinds het succes van de StarckNaked, een maillot waarvan hij het broekje zozeer verlengde dat het teruggevouwen kon worden tot een jurk, een maxirok, een minirok, en klaagt dat hij niet eens is bedankt. Hij legt zijn ontwerpen uit, hij legt uit hoe de gasten kunnen toveren met licht in het Engelse hotel San Martin's Lane: zelf bijvoorbeeld zou hij 's ochtends een bleekblauw kiezen om bij wakker te worden, na het douchen een energiek geel om de dag goed te beginnen, 's avonds bloedrood om 'alles te doen wat je kunt bedenken wanneer je met een mooie vrouw in een mooie hotelkamer bent'.

Hij vertelt anekdotes: dat hij bij Tompson, waar hij artistiek directeur was, zijn medewerkers vroeg 'target consumer' te vervangen door 'mijn vrouw, mijn zoon, mijn dochter', omdat het zo anders klinkt wanneer je zegt: 'Dit of dat is goed genoeg voor de nicheklant' dan: 'Dit of dat is goed genoeg voor mijn dochter'. Hij zegt dat hij Hong Kong een vreselijke stad vindt omdat alles er draait om geld, maar dat hij zich toch liet overhalen er een hotel te ontwerpen, het Peninsula. Een kleine wraakneming permitteerde hij zich: hij zette de urinoirs zo neer dat alle mannen op de stad staan te pissen.

Soms barst hij uit in een lied, over al die dingen die hij in zijn leven heeft gemaakt. Te veel dingen, zingt een van de Starcken, te veel spulletjes, hij zou er eens mee moeten stoppen.

Honderden dingen maakte Starck, want als deze man beweert dat hij alles heeft gemaakt, zoals de witte joker zei, overdrijft hij niet: je kunt het zo gek niet bedenken of Starck heeft het vormgegeven, van woonhuizen tot hotels, van stoelen en krukken tot zijn citruspers op spinnenpoten, van afstandsbedieningen tot de olympische vlam, van een tandenborstel tot boten, van een per postorder te bestellen huis tot de pasta Panzani.

Het verhaal dat ieder van de elf Starcken vertelt, kan alleen een bezoeker met een overmaat aan tijd en geduld in zijn geheel tot zich nemen. Voor de anderen is er het roze gekafte bijbeltje dat de expositie begeleidt, driehonderd pagina's in kleindruk met zilver op snee en een leeslint, zonder een enkele alinea, zonder plaatjes, zodat lang niet altijd duidelijk is over welk voorwerp Starck spreekt, en of dat ontwerp met die vrolijke naam een stoel is of een waterkoker - het mocht eens lijken op een gewone monografie van een ontwerper.

Explications heet deze exegese: uitleg. In het mentale universum van Starck spreekt niets voor zichzelf. Die zaal, bijvoorbeeld, is niet zomaar ovaal, die is ovaal omdat dat staat voor oneindig en trouwens óók voor de imperfectie van het bestaan: een ovaal is een cirkel 'misvormd door het leven'. Die spot die een lege cirkel aftekent op de vloer staat voor 'de positieve kracht van het gemis'. En het enorme bronskleurige gevaarte op de grond in de expositieruimte, een gladgepolijste vorm die wel wat heeft van een buitenmodel fietszadel, de 'schaduw' zoals Starck die noemt, stelt het onbewuste van de ontwerper voor. Op het moment dat een van de bustes over het onbewuste praat ('het onbewuste liegt niet; wie probeert naar het onbewuste te luisteren, kan proberen onbewuste boodschappen te weerspiegelen, menselijker boodschappen, dieper, tijdlozer'), vervaagt het geprojecteerde gezicht en schijnen er roodkloppende hersenen doorheen.

Achter de witte joker en het zware gordijn bevindt zich een arena, een circus, een theatrale omgeving, zoals de gebouwen die Starck ontwerpt theatraal zijn, en zoals de foto's van hem met zijn ontwerpen (Starck met citruspers op zijn hoofd, Starck als cowboy te paard op een krukje, Starck liggend tussen de door hem ontworpen lakens) theatraal zijn.

Theatraal en pesterig, al mag de conservator honderd keer beweren dat Starck niet wil provoceren, maar verwarren, al zegt Starck zelf dat hij iets interessanters heeft willen doen dan gebruiksvoorwerpen in een museum zetten, waar ze per definitie niet thuishoren.

De pratende bustes, zichzelf dus, noemt Starck met een woordspeling op het Franse conscient (het bewuste), de con-chiant, de strontvervelende klootzak. Die zelfspot maakt kritiek bij voorbaat onschadelijk. Is er niets te zien? Maar dat had ik toch al gezegd! Zegt u saai? Het is strontvervelend!

Kritiek had het Centre Pompidou in elk geval niet. Kennelijk was het museum zo tevreden dat het Starck had weten over te halen het eerste retrospectief van zijn leven te houden, dat hij volledig de vrije hand kreeg, dat niemand hem heeft gezegd dat dit idee, deze inrichting, hoewel bijzonder, hoewel origineel, hoewel prikkelend, ook vervelend is en hautain, hoeveel begeleidende teksten de bezoeker ook op andere gedachten moeten brengen - in die zin is deze tentoonstelling erg Frans, erg gericht op het discours, de theoretische uiteenzetting. De bijdrage van de Franse filosoof Michel Onfray in de Écrits sur Starck is daar een mooi voorbeeld van. In nauwelijks vijftien bladzijden zit je midden in de Pascaliaanse, Nietzschiaanse, Socratiaanse en Hegeliaanse traditie ('Laten we allereerst de veelomvattendheid en de reikwijdte beschouwen van de gebieden die deze persoon bestrijkt, laten we daarna bij deze kunstenaar een totalitaire esthetica constateren in de strikte filosofische of metafysische geest van een Hegel: Philippe Starck omvat, maakt het totaal op van en omarmt het geheel van de voorwerpen ter wereld, niets minder').

Het werkelijke filosofische probleem is daarmee niet opgelost. Een ontwerper, vindt Starck, moet maken wat er nog niet is. Dus is zijn citruspers niet zozeer bedoeld om citroenen te persen, maar meer om 'een meisje dat net getrouwd is een onderwerp te geven om met haar schoonmoeder over te praten', dus is zijn tandenborstel niet uitermate geschikt om tanden te poetsen, maar vooral om neer te zetten en vrolijk van te worden (gewone tandenborstels verdwijnen altijd achterin een la, zegt Starck).

Starck heeft herhaaldelijk gezegd dat het hem er niet om gaat iets moois te maken, maar om iets goeds te maken, om goed te doen. Zo heeft hij bijvoorbeeld een hele catalogus gemaakt met Good Goods, spulletjes die hij 'niet-producten voor niet-consumenten' noemt, en waarmee hij wil bewerkstelligen dat mensen minder consumeren, dat ze bij alles denken: heb ik deze dingen, heb ik die spulletjes wel echt nodig?

Iets treurigs heeft dan de verklaring van de Amerikaans designhistoricus Christopher Mount voor Starcks succes in de Verenigde Staten. 'De mensen willen zijn spullen, maar ze weten niet precies waarom. Starck maakt weinig voorwerpen die werkelijk onmisbaar zijn, en toch lijkt hij te voldoen aan de verwachting van het publiek, of beter gezegd, hij anticipeert op die verwachting, en sluit zo aan op dat zeer Amerikaanse idee dat heeft bijgedragen aan het ontstaan van een immense consumptiecultuur in de Verenigde Staten: ''Maak eerst iets, en zoek er dan een markt bij.'' '

Dat is in feite de tragiek van deze theatrale tentoonstelling waarin een cultontwerper met mooie verhalen en fraaie theorieën een rechtvaardiging tracht te geven van zijn werk. Hij wil zo goedkoop mogelijk produceren, maar zijn naam alleen al geeft een economische meerwaarde aan zijn werk. Hij wil geen leer gebruiken omdat daarvoor dieren dood moeten, hij wil geen vazen ontwerpen omdat voor vazen bloemen sterven, hij gebruikt liever geen hout omdat bomen levende wezens zijn, maar over mogelijke milieuschade bij de productie of de afbraak van het plastic dat hij zo graag gebruikt, spreekt hij niet.

Starck maakt hebbedingetjes, mooie hebbedingetjes, maar hebbedingetjes in de meest letterlijke betekenis van het woord: hij is een meester in het wekken van begeerte. Zijn ontwerpen kunnen op zichzelf staan, zijn discours overtuigt niet.

Elf langdurig sprekende hoofden, bijna 180 plaatjes van ontwerpen, een groot, gepolijst onbewuste dat plezierig warm en glad aanvoelt, een spotlicht op de positieve kracht van het gemis - en een inloopkast vol kleren van de keizer.

'So, this is the entire exhibit?', vraagt een Amerikaan, turend in die onbegrijpelijk Franse folder, aan de eerste de beste voorbijganger bij de uitgang.

Zijn vrouw voegt zich bij hem. 'Is this it!?', roept ze, tegen niemand in het bijzonder.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden