Analyse Coalitiemogelijkheden

Zege Forum nu al van invloed op volgende kabinetsformatie

De nieuwe samenstelling van de Eerste Kamer werpt haar schaduw vooruit. Alom klinkt de vraag hoe Rutte III kan doorregeren zonder meerderheid in de senaat. Maar de betekenis van de verkiezingsuitslag reikt verder. Hoe moet dat straks met de formatie van een volgend kabinet, nu de verhoudingen in de Eerste Kamer tot 2023 vastliggen?

Thierry Baudet (Forum voor Democratie) en Gert Jan Seegers (ChristenUnie) schudden elkaar de hand. Beeld ANP

Premier Mark Rutte (VVD) liet donderdag weten dat regeren met wisselende, ‘verstandige’ meerderheden de komende tijd de gangbare praktijk wordt. Het is niet ondenkbaar dat dat na de volgende Tweede Kamerverkiezingen, in maart 2021 of zoveel eerder als het huidige kabinet valt, ook het uitgangspunt wordt bij de vorming van een nieuw kabinet.

Nu al nam het smeden van de vierpartijencoalitie van VVD, CDA, D66 en CU in 2017 het recordaantal van 225 dagen in beslag. Met een blik op de nieuwe, versplinterde Eerste Kamer halen voor de hand liggende combinaties van vier partijen bij lange na geen meerderheid (zie grafiek). Een rechtse variant komt wel aan 39 zetels, maar is door allerlei wederzijdse blokkades uitgesloten. Dat noopt straks tot een variant met vijf of zes partijen, een uiterst gecompliceerde situatie.

De leiders van de vierpartijencoalitie: Seegers (CU,) Jetten (D66), Dijfhoff (VVD) en Buma (CDA).

In de twintigste eeuw was het gebruikelijk dat kabinetten ‘het vertrouwen genoten van het parlement’, waarbij onder parlement Tweede en Eerste Kamer werd verstaan. Na de oorlog raakte de formulering in zwang dat een kabinet moest kunnen bogen op ‘een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal’. Zo formuleerde koningin Beatrix dan ook haar formatieopdrachten.

Het eerste barstje kwam in 1998. Na het succesvolle paarse kabinet konden VVD en PvdA samen verder. Verschillende adviezen noteerden dat D66 ‘getalsmatig’ niet meer nodig was, maar de partij kwam er toch bij. Carla van Baalen en Alexander van Kessel, auteurs van het standaardwerk Kabinetsformaties 1977-2012, noemen het ‘opmerkelijk’ dat het feit dat daarmee ook de meerderheid in de senaat werd veilig gesteld nauwelijks een rol speelde.

Minderheidskabinet

In 2010 kwamen VVD, CDA en PVV tot hun voornemen een (gedoog)coalitie te vormen. Alleen: de PVV zat nog niet in de Eerste Kamer – dat gebeurde pas een jaar later. Volgens een groep senatoren onder aanvoering van Hans Engels (D66) was dit staatsrechtelijk onjuist, maar VVD-informateur Ivo Opstelten negeerde het bezwaar.

In 2012 herhaalde het scenario zich. Nu ontbeerden VVD en PvdA een meerderheid in de Eerste Kamer. Verrassend genoeg zag toenmalig senaatsvoorzitter Fred de Graaf (VVD) geen beletsel, onder verwijzing naar de situatie twee jaar eerder en de vaststelling dat de Eerste Kamer niet betrokken is bij de totstandkoming van een regeerakkoord.

Als een meerderheid in de senaat geen voorwaarde is en in de Tweede Kamer onmogelijk te vormen blijkt, ligt de weg open om na de volgende Kamerverkiezingen te experimenteren met een minderheidskabinet. Dat zoekt per onderwerp een meerderheid. Consequente bepleiter van deze variant: Thierry Baudet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden