Zeg maar ja tegen het leven liet hij Sonneveld zingen

De zondag overleden dichter en journalist Michel van der Plas (85) maakte vooral furore als liedjesschrijver.

De liedjes die Michel van der Plas voor de grote kleinkunstenaar Frans Halsema schreef, denk aan 'Zondagmiddag Buitenveldert', zijn een nieuw leven begonnen. Ze werden enthousiast ontvangen in de voorstelling Beste meneer Halsema van de jonge cabaretier Marijn Brouwers. Vanaf januari 2014 kan het publiek opnieuw genieten van Brouwers' hommage aan Halsema en daarmee ook aan de uiterst veelzijdige tekstschrijver en journalist Michel van der Plas. Tot zijn vertolkers behoorden verder Wim Sonneveld, Adèle Bloemendaal, Conny Stuart, Gerard Cox, Rudi Carrell, Willem Nijholt en Henk Elsink.


Van der Plas was de schrijversnaam van Ben Brinkel, die zondag op 85-jarige leeftijd overleed. Van der Plas was een katholieke jongen die na het kleinseminarie in Haarlem uiteindelijk niet koos voor het priesterschap, maar voor de (klein-)kunst en de journalistiek. Toen hij in 1949 begon bij Elseviers Weekblad had hij al een dichtbundel gepubliceerd (dat jaar kreeg hij de Jan Campertprijs voor het gedicht Going my way). Hij zou Elsevier als gentleman reporter tot zijn pensioen in 1992 trouw blijven, ondanks conflicten met onder anderen hoofdredacteur Ferry Hoogendijk. Die maakte, zo memoreerde Gerry van der List in een profiel in Elsevier van 20 oktober 2012, een einde aan breed uitgesponnen beschouwingen over de vernieuwing in de katholieke kerk en hele pagina's met gedichten over personages uit de Griekse mythologie. Nog steeds de moeite waard is overigens zijn royaal geïllustreerde bestseller uit 1963, Uit het rijke roomsche leven, een portret van de katholieke zuil die weldra zou ineenstorten.


De beroemdste zwartrok uit die jaren was de Zingende Frater Venantius uit Schin op Geul, denk aan 'Zeg maar ja tegen het leven'. Het was een creatie van Michel van der Plas waarmee Wim Sonneveld furore zou maken op het Grand Gala du Disque. Het was milde spot, die in sommige katholieke kelen bleef steken, maar door de meeste beminde gelovigen én de buitenwereld op waarde werd geschat. Van der Plas zou de moederkerk nooit de rug toe keren, ondanks zijn kritiek op conservatieve bisschoppen. Hij kreeg zelfs een pauselijke onderscheiding, het commandeurschap in de orde van H. Gregorius de Grote, voor zijn religieuze poëzie en zijn biografieën van de katholieke literatoren Guido Gezelle, Jozeph Alberdingk Thijm en Anton van Duinkerken.


Tot diens vroege dood in 1971 was de schuchtere Van der Plas bevriend met de flamboyante Godfried Bomans, met wie hij In de kou schreef, over hun roomse jeugd. Van der Plas was vaak slachtoffer van de beruchte practical jokes van Bomans. Zo gingen ze samen voor Elseviers Weekblad naar een congres van D66. Na afloop stelt Bomans Van der Plas aan Hans van Mierlo voor: 'Dit is mijn chauffeur'. Hij geeft Van der Plas opdracht Van Mierlo naar zijn huis aan de Leidsegracht in Amsterdam te brengen. Daar aangekomen, doet Van der Plas een schietgebedje: 'Oh God, laat hij mij geen fooi geven.' Het gebed wordt verhoord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden