Zee

'De kiezer geeft, de kiezer neemt, soeverein als de zee', sprak Jozias van Aartsen, de man met de mooie voornaam....

Mooie woorden.

Hij had er alleen zijn toespraak mee af moeten ronden, dan waren hetfamous last words geweest. Toch misten de woorden hun uitwerking niet;overal werden ze de hele dag herhaald en herhaald, een soundbite parexcellence. Bovendien maakten ze in mij onstuitbaar het verlangen naar dezee wakker.

Politici en de zee.

Het is een klassieke combinatie. Een gevallen politicus mag graag langshet strand lopen. Het moet dan wel herfst of winter zijn natuurlijk. Ik hebnog nooit een gevallen politicus in sombere contemplatie over een afgeladenstrand van Scheveningen zien banjeren. Zou een novum zijn, misschien ietsom van te dromen. Ik herinner me Rob van Gijzel, en Rob Oudkerk. Amperopgestapt, en daar liepen ze al over het strand, de handen in de zakken,een cameraploeg en fotografen in hun kielzog. Boris Dittrich had het op hetstrand ook goed gedaan, en misschien is hij er ook wel geweest, maar warener geen media bij aanwezig. Of ik heb de beelden gemist.

De zee.

Jozias had de woorden nog niet gesproken, of ik zat in de auto. Debranding, een paar gillende meeuwen, een eenzame dame die haar labrador enhaar oude echtgenoot uitlaat, een strandtent zonder klanten, een schip aande horizon, wrakhout in het natte zand, een verloren stuk speelgoed: ik zaghet al helemaal voor me, zo helder en scherp dat ik eigenlijk net zo goedthuis had kunnen blijven. Maar toch ging ik - waarom eigenlijk?

Ik had geen behoefte mijn leven eens op een rijtje te zetten, laat staanmijn zonden te overdenken. Ik had geen behoefte me klein en nederig tevoelen. Ik had geen behoefte om over Nederland na te denken, dat kleineland in eeuwige strijd met het water verwikkeld, en al helemaal geenbehoefte om over het einde der tijden na te denken, zeg maar de dag dat dezee het land zal overstromen. Ik wilde gewoon de zee even zien.

Niet meer.

Niet minder.

Dus daar ging ik, langs de bekende wegen - de Haarlemmervaart, de oudesuikerfabrieken van Halfweg, de koepelgevangenis in Haarlem, de brug overhet Spaarne, de Julianalaan, de watertoren bij Overveen, de oude badwegnaar Bloemendaal, met aan het einde de boulevard en de zee.

Had ik gedacht.

De zee was er, beslist. Mooie boel zou het zijn als hij ineens totEngeland drooggevallen voor je neus lag. Hij rook ook als een dolle; zilten zout en naar vis en olie en wind en de elementen. Precies zoals de zeemoet ruiken. Maar de rest van de omgeving was op de schop: de boulevard eengrote bouwput, nieuw asfalt komt er, een nieuwe indeling, nieuwe hekken enparkeerplaatsen. Ach, waarom? Het was zo mooi: de keien en de scheuren inhet oude asfalt, het zand overal, het onkruid en helmgras - het verval, zoonlosmakelijk met het zoute water van de zee verbonden.

Weg, verdwenen.

Ik liet me er niet door uit het veld slaan, parkeerde de auto en liephet strand op. Ik keek naar links, ik keek naar rechts - nergens iets datop Jozias van Aartsen leek. Wel veel souvereine zee, recht voor mijn neus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden