zeehondjes bijzaak

Het wad is saai. Maar gelukkig is er een gaswinningsinstallatie..

Was het zinsbegoocheling of was het echt de Brandenburger Tor die ik zag ten oosten van Texel?

Het was op de boot van Vlieland naar Harlingen, ter hoogte van het vogeleiland Griend, en er viel niet veel te beleven op de Waddenzee. Als er niks droogvalt is het overwegend saai op het Wad. Niks dan water en slechts tonnen en stokken die de veerboot de weg wijzen. Elk vrachtschip, elke visser, elke menselijke activiteit die zich aftekent op de horizon is dan een houvast voor het dwalende oog. Harlingen, dat wil zeggen het complex van zoutfabriek en scheepswerf bij de haven, doemt dan op als een klein Manhattan aan wie nadert van zee.

Van Vlieland had ik het vvv-informatiekrantje Vlieronde meegenomen en ik las daarin wat uit de mond van de fotograaf Meindert Gorter ter gelegenheid van zijn tentoonstellling Fugelfaai was opgetekend over het Wad: 'Lopend in deze allesomvattende leegte komen de gedachten die me voort kunnen drijven sterk naar voren, maar lijken na een poosje geruststellend onbelangrijk. Ineens maken dan al die kleine gedachten plaats voor iets anders, ik ben weer in contact met de grond, met het slik, het water en de wind en er ontstaat ruimte voor de wezenlijk belangrijke zaken van dit leven. Alles komt op en gaat weer weg, is veranderlijk, net zoals eb en vloed, of als het weer.'

Diepe gedachten op het Wad, jaja. De hele reis van Vlieland naar Harlingen stond maar één mens, een man in een geblokt jack, in de harde schrale wind continu op het bovenste dek: bewegingloos het wad te beminnen. Alle andere passagiers hielden zich op in de salon/cafetaria. Ze aten daar frites met mayonaise, dronken bier, bier met jenever zelfs, een kopstootje, ze lazen, ze praatten, ze klaverjasten of sliepen. Ze keken nauwelijks meer naar buiten nadat we kort na het vertrek van Vlieland de Richel gerond hadden en gekeken naar de troep zeehonden op de zandplaat.

En dan zegt men nog wel dat zij die van Vlieland komen of van Schiermonnikoog, in tegenstellling tot het gemotoriseerde volk dat naar Terschelling en Ameland gaat, de schoonheid van het Wad, zijn natuur en eeuwigheid naar waarde weten te schatten.

Ik stond me op het bovendek te vervelen, was niet dronken, keek naar het droogvallende Griend, draaide me om naar het westen en zag tussen Vlieland en Texel de Brandenburger Tor. Een schitterend gezicht. Trillende horizon, lichte lucht boven het grijze water, twee zware poten onder een soort dak en daar bovenop een installatie als de quadriga, de Pruisische zegekar op de Berlijnse poort.

Maar nee, het was een gaswinningsinstallatie van Petroland Elf. Die er al staat sinds 1988, las ik op een kaart in een gangboord van de veerboot. Enigszins excuserend wordt er bij vermeld dat zoveel als mogelijk geprobeerd is het ding te doen 'passen in de omgeving'. Want het Wad, dat weet iedereen, verdraagt eigenlijk niks. Maar ik vond het niet-passende juist mooi!

Ik ging naar Vlieland om het huis te zien, het huis dat Robert ten Brink daar op een duin laat bouwen, en waar natuurkringen niet zo blij mee zijn.

Het viel eigenlijk wel mee, op het eerste gezicht. Het staat in het duingebied tussen het Strandhotel Seeduyn en kampeerterrein Stortemelk, naast De Bosrand. Iedere eilander kan je uitduiden waar het is op het zomerhuisjesterrein.

Het droomhuis van Robert ten Brink oogt Scandinavisch, is van Scana Bouw Houtbouwsystemen en heeft hardblauwe planken aan de buitenkant. Twee etages hoog, vensters rondom, ruime living, goed geïsoleerd, duurzaam gebouwd, beton van de vloer net gestort. In het geheel niet lelijk, vergeleken met de meeste zomerhuizen in de omgeving. Het naastgelegen appartementenhotel De Bosrand valt er schraal bij in het niet, waardoor het Vlielandse huis van Robert ten Brink juist óp- en uit de toon valt. Iedere fietser of wandelaar kijkt er toch even naar, attendeert zijn of haar partner erop.

En het staat op een strategisch te noemen plek. Nog één hoog duin over en je daalt af naar het strand en naar strandpaal 5146.Van welke kant je het ook nadert, van alle kanten steekt het puntdak van Robert ten Brink net even boven de andere uit.

1,4 Miljoen heeft het de spelletjesman van de tv gekost, weet de haringman van visrestaurant Oosterbaan, die zijn Oudhollandse haringkraam in de Dorpsstraat heeft neergezet. Zeven ton kostte het pand dat er stond en werd afgebroken, zeven ton kostte de nieuwbouw. Nog meer besteedde Kees Storm, de voorzitter van de raad van bestuur van Aegon, aan zijn huis op Vlieland: 1,5 miljoen. 'Da's heel wat geld voor een zomerhuis.'

Hoe minder er mag op het Wad, hoe unieker en schaarser het wordt, des te rijker moet je zijn om er gast te wezen. Het is al heel lang zo dat het financieel niet zo veel uitmaakt of je een vakantiehuis huurt in Italië of op een Waddeneiland. De zeventiende-eeuwse zeeheld en vlootvoogd Michiel Adriaansz. De Ruyter had op Vlieland al een tweede woning. De rede daar lag toen regelmatig vol met koopvaarders die op weg gingen naar en terugkeerden van de Oost. Op het eiland heerste een drukte van jewelste, de horizon was bezaaid met scheepssilhouetten.

Het had weinig gescheeld of de Tweede Kamer had dit voorjaar een definitieve blokkade afgekondigd voor bijna elke economische activiteit in en nabij de Waddenzee. Langs de Afsluitdijk mochten geen windmolens komen. Uitbreiding van havens langs de Wadden zee werd verboden. Een evaluatie van de kokkelvisserij zou waarschijnlijk na volgend jaar resulteren in uitkoop van die vissers. De Kamer wilde afbouw van militaire oefeningen in het Wadden gebied. Zelfs nieuwe proefboringen naar aardgas onder het Wad, boringen vanaf de kant, leken een taboe nabij.

Zelden bestond onder volksvertegenwoordigers zo veel unanimiteit in een zaak waarin natuur- en economische belangen op elkaar botsten. Het zou in Hegeliaanse zin het einde van de geschiedenis van het Wad zijn geweest, want de grote tegenstelling leek verzoend. Synthese en harmonie zouden voor altijd heersen op het Wad - oh, hoe saai.

De Vereniging tot Behoud van de Waddenzee was duizelig van blijdschap en dankbaarheid. Directeur Hans Revier moest in die dagen het voorwoord schrijven bij de onlangs verschenen jubileumuitgave Wadden - Gids voor liefhebbers en noteerde: 'Begin 2002 werd definitief nee gezegd tegen de plannen voor gaswinning. Met enig vertrouwen kunnen we nu de toekomst van het Wad tegemoet zien. Waakzaamheid blijft echter geboden om onze laatste wildernis ook voor komende generaties echt veilig te stellen.' En nrc Handelsblad commentarieerde: 'Het ligt aan de aard van het Wad: in het water van de Waddenzee kunnen geen overheidsplannen worden uitgevoerd voor bedrijfsterreinen, woningbouw, infrastructuur, energienetten, pretparken of bio-industrie. Dat is het unieke aan dit gebied: het is alleen geschikt als natuurlijke open ruimte. Laat dat zo blijven.'

Nog één stemming was nodig. Maar toen stapte het kabinet-Kok eigener beweging op vanwege Srebrenica. Na de verkiezingen gingen cda, lpf en vvd met elkaar onderhandelen over een nieuwe regering, en de bordjes lijken verhangen. Het zou ook te fabelachtig zijn geweest om waar te kunnen zijn: zo veel miljard aardgasbaten laten zitten terwille van zeehondjes, lamsoor en groenpootruiter.

Wie wil weten wat lelijk is, wat ontzettend detoneert in het Wad den gebied, die rijde naar Birdaard aan de Dokkumer Ee, drie kilometer ten oosten van Bartlehiem. De akkers en weilanden van Noord-Friesland en Noord-Groningen behoren evenzeer tot het Wad als de eilanden en de geulen en droogvallende platen. Aan het eeuwenoude land aan deze kant van de dijk is af te lezen hoe het is gevormd uit het wad: hoe de slikken kwelders werden en de kwelders ingedijkt, en hoe daarna het land in cultuur is gebracht.

Na Giekerk en Oenkerk, hooilanden met zuring en hoge grassen en coulissen van boomwallen rond de weilanden, wordt het landschap open en lichter: het is de invloed van de Waddenzee. En dan verschijnt daar de vloek van Birdaard, de witte schimmel van de nieuwe rijken. Een nieuw dorp, tweelingdorp van Birdaard, met een heuse rondweg. Daarbinnen staan witte en witachtige, in elk geval iets mediterraans uitstralende kasteelachtige villa's, die eigenlijk te groot zijn voor de kavels waarop ze gebouwd zijn. Vrij staande landhuizen heten ze bij de projectontwikkelaar, met een eigen ligplaats. Alle maal zijn ze verschillend, maar ze lijken ook allemaal op elkaar. Honderd kavels, de meeste al bebouwd, prijzen tussen de zes ton en het miljoen. Guldens.

Birdaard zelf is hierna een wonder van bescheidenheid. En ook verder naar het oosten, bij Dokkum en Anjum en voorbij Lauwers oog, stuit je nergens in het Waddenland op zoiets protserigs als Nieuw-Birdaard.

Wat is er voor een schilder nou zo storend aan een boortoren op of aan de rand van het Wad, vraag ik in Warffum (Noord-Groningen) aan Geurt Busser, waddenschilder.

Alleen de vraag al vindt Busser ongepast. Hij schreef in grote woede een open brief tegen de wereld in het algemeen en de nam in het bijzonder. De gal liep hem over toen hij hoorde dat de woordvoerder van de nam pr-man van de zeehondencrèche in Pieterburen was geworden en hij uit de onderhandelingen tussen cda, lpf en vvd begreep dat het nog slechts een kwestie van tijd is tot de nam weer mag boren naar gas onder de Waddenzee. 'Nu begint het hele circus opnieuw', schrijft hij. 'De leugens, de gewiekste praatjes, de slimme redeneringen van juristen, hoerige landschapsarchitecten en wetenschappers die plat gaan voor een paar centen van de nam. Je kunt niet een gebied schenden en het vervolgens ongeschonden weer achterlaten. De nam beweert: "We zijn er maar even en dan zijn we weer weg." Dat zegt een verkrachter ook!'

Geurt Busser was, zegt hij, bij Rottum aan het schilderen toen de nam daar seismisch onderzoek verrichtte. En hij zag hoe 'door die explosies de zeehondjes als raketten uit het water omhoog spatten'. Sindsdien ageert hij tegen de nam.

Aquarellen maakt hij op het Wad van het Wad. Hij schildert in het nat, in één schwung, en in een kwartier tot een half uur heeft hij er eentje klaar. Hoge lucht, lage horizon, grijze tinten met lichtschakeringen. Al zo'n vierduizend zijn ervan verkocht. Voor prijzen die niet misselijk zijn, want het Wad kent vele liefhebbers.

Het was in 1978, om precies te zijn op 2 november 1978, dat bij Geurt Busser (geboren in 1947 bij Lemmer) de liefde voor het Wad als een meteoriet insloeg. Een felle novemberstorm blies de verf over het papier dat hij met wasknijpers had vastgeklemd. Tot dan had hij altijd vanaf de kust het Wad geschilderd. Dit keer zat hij buiten de dijk in de Noordpolder. 'En oh, wat een feest. De plas die bedoeld was een wolk te verbeelden, wérd een wolk.' Sindsdien schildert hij zijn aquarellen op het Wad. Eerst met behulp van een kleine sloep; de laatste jaren met een garnalenkottertje uit 1928, de uq 12, waarmee hij vanuit Noordpolderzijl of Lauwersoog het Wad bevaart.

'Ik ben net als mijn collega's Van Gogh en Gauguin altijd aan hetzelfde schilderij bezig. Het licht, de lucht, de zee. Is er iets wat meer fascineert dan de zon in de zee te zien ondergaan? Wist je dat zeewater van dezelfde substantie is als vruchtwater? Dat de ongesteldheid van de vrouw maanstonde heet en het op het ritme van de maan eb en vloed wordt? Dat is de zee. Daarbovenop komt dan nog het specifieke van het Wad, dat het er twee keer per dag Genesis is. Twee keer per dag ontstaat de aarde er opnieuw.'

Zichthinder en aantasting van de belevingswaarde zijn de twee bezwaren die Geurt Busser tot in hoogste instantie in geding brengt tegen de activiteiten van de nam in zijn gebied. Voor de Raad van State heeft hij weleens een van zijn Waddenwerken hoog gehouden en de heren rechters gevraagd: 'Als er nou een boortoren of een hefeiland op zou staan, zou u dat dan aan de muur willen hebben?' Nee natuurlijk, en dat is dus precies het beroepsbelang dat hij heeft bij een ongerept Wad.

De nam heeft hem meerdere malen geprobeerd 'om te kopen', zegt Geurt Busser. Door hem een expositie aan te bieden, een opdracht te offreren. 'Maar kunst is te koop, een kunstenaar niet. Mijn collega's Rembrandt en Ruysdael hebben de voc overleefd. Ik zal met mijn werk de nam overleven op het Wad.'

Ik rijd naar de Dollard, door duizelingwekkend lege aardappelpolders naar het oostelijke uiteinde van het Nederlandse Wad, en terug. Op de dijk bij de hoge sluis van Termunterzijl staan twee mannen over de geul en droogvallende platen heen te kijken naar de overkant, naar Duitsland en de scherpe contouren van Emden en zijn industrieën. De ene man zegt tegen de andere: 'De natuur is mooi als je 'm kunt zien.' In die ene zin is een hele controverse samengevat: wat heb je in een volle wereld als de onze aan natuur en ongereptheid als je er niet bij kunt of mag.

Boven Delfzijl lag vroeger het Spiekster strand, het strandje van Spijk, het enige zeestrandje in de provincie Groningen. Daar ligt nu de Eemshaven. Een kwart eeuw geleden aangelegd voor de chemische en petrochemische industrie en als energiehaven. Het is weinig geworden tot nu toe. De Butterfahrten veroorzaakten nog de meeste scheepsbewegingen.

Het is zondagmiddag, een paar vrachtschepen en een tiental vissersschepen liggen aan de kade, niets beweegt. Maar op het braakliggende industrieterrein ernaast is het een drukte van belang. Enkele honderden auto's staan onderlangs de dijk. Caravans, een paar tenten worden uitgeprobeerd, kinderen vliegeren, mensen zitten op de dijk en kijken door kijkers in de lucht, waar buizerds hangen, die loeren op muisjes en andere prooien in het veld. Iets verderop crossen motoren door het terrein. Over de wegen racen een paar wegmotoren.

Gedroomd industrieterrein aan het Wad werd een ruig natuur- en evenemententerrein. Een houseparty is er al gesignaleerd. En meerdere keren dit voorjaar trad de politie op tegen illegale autoraces in de Eemshaven. De laatste keer, begin mei, stond de Mobiele Eenheid tegenover een paar honderd race-beluste automobilisten aan het Wad. De autoriteiten hebben daarna over de Meeuwenstaartweg een aarden wal laten neerleggen, die het circuit blokkeert.

Anders dan op Terschelling, maar toch ook een soort Oerol.

Noordpolderzijl is het eind van de wereld, Gods eigen schepping van de eeuwigheid: achter de dijk gaat een geul recht het noorden het niets in. De geul was altijd thuishaven van de uq's, de garnalenvissers van Usquert. Nu liggen er alleen twee partyboten, voor rondvaarten op het Wad.

Is de enige industrie op het Wad straks nog de fun- en entertainment-industrie?

Pieterburen is een party-dorp geworden, dankzij de zeehondjes en het wadlopen. Jaarlijks meer dan tweehonderdduizend bezoekers, de Dorps straat in het weekend is als Valkenburg in het hoogseizoen. Gas unie, nam, commissarissen der koningin, ja wie wil zich er niet op laten voorstaan de zeehondjes te helpen en lief te hebben. Maar schijn bedriegt. Probeer ze niet te aaien, de krengen kunnen gemeen bijten. Wetenschappelijk staat het helemaal niet vast of de Waddenzee en de zeehondjes als soort nou zo gebaat zijn met een crèche in Pieter buren, maar omgekeerd is het zeker: horeca, middenstand en het makkelijk te roeren sentiment kunnen er niet zonder. Nooit.

Ik rijd terug naar de stad, naar Groningen, waar Jan Abrahamse woont. Hij kent het Wad als geen ander.

Jan Abrahamse was het die met Jaap Buwalda het wadlopen heeft uitgevonden. Ze hebben alles gelopen (en beschreven) wat er zo'n beetje te lopen viel in zowel het Nederlandse, Duitse als Deense deel van de Waddenzee. Abrahamse, geograaf van origine, was een van de oprichters van de Waddenvereniging, in 1965, en tot begin dit jaar hoofdredacteur van het Waddenbulletin. Hij was de drijvende kracht achter zowel de totstandkoming van het standaardwerk Waddenzee (1976) als de vernietiging van de plannen voor de aanleg van een afwaterings- en scheepvaartkanaal door de Dollard, waarvoor op de Punt van Reide al een sluis van 30 miljoen gulden was opgericht.

Dat werd de roemruchte eerste crisis in het kabinet-Den Uyl (1973 - 1977), de klutencrisis, gevolgd door de crisis omtrent de Ooster schel de dam. In 1966 had de toenmalige regering besloten tot de aanleg van een kanaal door de Dollard en de inpoldering van ongeveer 1000 hectare Wad. Een klein decennium later was de vogel kluut politiek zo geladen geraakt, en begon de heiliging van het Wad, dat het kanaal er niet kwam en de sluis inmiddels weer is afgebroken. Daarna ging ook de bouw van een nieuwe Dollardhaven bij Emden niet door, en werd het besluit tenietgedaan om voor de teelt van pootaardappelen 4000 hectare Wad bij Zwarte Haan in te polderen .

Brak toen algemeen maatschappelijk het inzicht door dat er in onze wereld soms iets van groter belang is dan economie - het Wad bijvoorbeeld? 'Oh, ik ben er zeker van', relativeert Jan Abrahamse, 'dat wanneer er economisch geen twijfel was ontstaan over het profijt van het Dollardkanaal, of van de Dollardhaven, of van Noord-Friesland Buitendijks, het toen gewoon was doorgegaan. Dat zal ook de doorslag geven bij de gaswinning op het Wad.'

Hij vindt dat de Waddenvereniging het Wad te zeer verengd heeft tot natuur. 'Het Wad is in de eerste plaats een getijdenlandschap, iets fysisch-geografisch. Het zijn droogvallende platen en vollopende geulen, uitgestrekte strandvlakten, afslag. Van een duinafslag naar beneden rausen, het sentiment van een kind, dat vooral is het bijzondere van het Wad. De vogeltjes en de bloempjes en de zeehondjes kwamen pas later. Die zijn in feite bijzaak.'

De laatste wildernis van Nederland, zegt men, het enige nog ongerepte gebied in Nederland. Moet het daarom tot iets onaantastbaars verklaard worden, tot een taboe voor de hinderlijke mens?

'Welnee', zegt Meneer Wad himself. 'Waarop zou je het moeten vastleggen, welke toestand? Veranderingen zijn juist hét kenmerk van het Wad. Het is altijd dynamisch gebied geweest, het Wad heeft geen ijkpunt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden