Zeearenden met logies en ontbijt

In de Poolse Oderdelta zitten tal van zeearenden. Publiekstrekkers, goed voor het natuurgebied daar. Nederland hielp bij de opzet ervan en doet dat ook elders in het ex-Oostblok....

Nederland heeft een nieuw exportproduct: natuurbescherming. Met het vergroten van de Europese Unie oostwaarts komt een grote weelde aan natuur de EU binnen. In Polen is Natuurmonumenten aan de slag gegaan in de Oderdelta en het oerbos Bialowieza op de grens met Wit-Rusland.

De stichting Ark, gelieerd aan het Wereld Natuur Fonds, spreidt haar vleugels verder uit over Midden- en Oost-Europa en heeft succes met konikpaarden in Letland.

Het Wereld Natuur Fonds probeert de arcadische landschappen van Europa te redden en oude overstromingsvlakten in Hongarije in ere te herstellen. Dit alles met hulp van experts van het Nederlandse adviesbureau Stroming. Wil Nederland gidsland spelen?

De hond slaat aan bij elke persoon die pension Laguna nadert. In het plaatsje Stepnica in de Poolse Oderdelta openden Malgorzata en Karl Ratzesberger vorige week hun gastenverblijf voor ecotoeristen die zeearenden willen zien.

Nog net voordat jagersverenigingen beslag konden leggen op het gebied heeft de Poolse tak van de European Union for Coastal Conservation (EUCC) duizend hectare kunnen bemachtigen op strategische plaatsen in de Oderdelta.

In oktober gaat het Oder Delta Natuur Park van start, het eerste dat in eigendom is van een particuliere natuurorganisatie.

Duizendpoot

De grote inspirator is geograaf Kazimierz Rabski, die in 1998 contact zocht met Natuurmonumenten, dat zo'n samenwerking wel zag zitten. Rabski is een duizendpoot en grote communicator. Terwijl hij een groepje Nederlanders door het natuurgebied Czarnocin leidt, regelt hij op zijn mobieltje 85 witte fietsen uit Nederland. 'Het park Otterlo schenkt ze. Op 20 juli worden ze afgeleverd', zegt hij.

Fietsen regelen is een kleinigheid vergeleken bij het op poten zetten van een natuurpark waaraan ook boeren, vissers en de plaatselijke bevolking moeten kunnen verdienen. Kazimierz moet op eieren lopen, de jagers niet voor het hoofd stoten, de burgemeester achter zijn plannen krijgen, centralistisch ingesteld Warschau bewerken.

In de Oderdelta woont een mengelmoes van mensen, die in de communistische tijd uit allerlei delen van Polen naar deze delta werden gedirigeerd. Ze hebben niet veel met elkaar op, laat staan met het gebied. Dat is verwaarloosd.

Rabski poogt de gesloten mensen met elkaar te verbinden. De Nederlandse Heidemij heeft hiervoor een programma ontworpen: Kern met pit. Dat werkt. Kazimierz somt op: 'Achttien speelterreinen voor kinderen, een cultuur- en schaakclub, voor de muziekvereniging is een viool aangeschaft en de mensen leren dat voor logies met ontbijt geen kristal hoeft te worden aangeschaft, maar dat een douche wel belangrijk is.'

De kolchozen zijn verlaten en daarmee valt de landbouw weg. De Oderdelta verruigt. De oude rieten graslanden verbossen. 'Een stuk bos in een gevarieerd gebied met struiken, grasland, rietlanden en moeras is prettig. Niet als alles bos wordt', zegt Harm Piek van Natuurmonumenten. Als struiken gaan overwoekeren, is het gedaan met de soortenrijkdom in de graslanden. Bloemen, kruiden, vogels en vlinders verdwijnen.

Om Czarnocin open te houden, heeft Natuurmonumenten anderhalf jaar geleden twaalf Schotse hooglanders naar Polen gebracht. Ze scharrelen hun kostje bij elkaar tussen de konikpaarden. In het struikgewas klinkt kreks-kreks van de kwartelkoning.

De Oderdelta is beroemd om zijn 120 broedparen zeearenden. Deze roofvogels worden ook in de Oostvaardersplassen in Nederland gesignaleerd. Een vier jaar oude zeearend - de leeftijd dat aan broeden kan worden gedacht - is er dit jaar opgemerkt en dat geeft opwinding onder ornithologen.

Harm Piek droomt dat het overschot aan zeearenden in de Oderdelta westwaarts trekt en steeds verder opschuift langs de Duitse en Nederlandse kust, zodat de vogels uiteindelijk Tiengemeten in het Haringvliet, de Oostvaardersplassen of het IJsselmeer koloniseren. Als dan ook nog kadavers van grote grazers in de natuur achterblijven, zal de zeearend niet meer zijn weg te slaan uit Nederland.

Het haventje van Stepnica is nog maar net verlaten of de vogelkijkers kunnen in de aanslag. Het is meteen raak met twee zeearenden op de fundering van een oude vuurtoren. Tijdens een vaartocht van zeven uur krijgen de liefhebbers zestien zeearenden in het vizier. Geen slecht resultaat gezien de 120 broedparen in de uitgestrekte Oderdelta. Met hun vleugelspanwijdte van twee meter lijkt het of er sierlijk wapperende vlaggen door de lucht bewegen. Dichter bij, in de takken van dode bomen, spieden ze de omgeving af naar prooi. Dan cirkelen ze uit over de Oderhaff, de lagune langs de Baltische Zee die hun voorziet van vis, eenden en ganzen.

Het is niet enkel natuur langs de Oder. Meer landinwaarts aan de oever bij de haven Szczecin (Stettin toen het gebied nog Duits was) staan enorme bergen afvalgips opgeslagen van de naastgelegen kunstmestfabriek. Hopelijk gaan die nooit schuiven want dan is de Oder meteen een ramprivier. De bagger op de bodem van Oderhaff is zwaar vervuild. Daarmee komt de voedselketen in gevaar, vooral als de driehoeksmosselen in het haff gegeten worden door eenden die voer zijn voor zeearenden.

In Nederland zijn natuurbeschermers en boeren, die intensief het land benutten, doorgaans niet elkaars vriend. In Midden en Oost-Europa kan de kleinschalige landbouw juist wel goed samengaan met de natuur, zegt Wouter Helmer van de stichting Ark.

Arcadisch

Boeren zullen de marginale landbouwgebieden verlaten, tenzij ze verleid worden tot natuurbeheer, door kuddes schapen, Schotse hooglanders, limousins en plaatselijke rassen in te zetten om het land open te houden. Dit arcadische landschap is in trek bij toeristen, voor wie de boeren logies met ontbijt kunnen verzorgen.

In Letland is ecoloog Jan van der Veen van de Stichting Ark vijf jaar geleden begonnen met een kudde konikpaarden in Lake Pape. Ark schenkt de dieren en verwacht dat de helft van de aanwas na een aantal jaren in een ander natuurgebied wordt ingezet. Met de koniks raakt de Nederlandse ecoloog het hart van de bevolking, omdat paarden een grote rol spelen in de volksverhalen. 'Elk jaar komen vijftienduizend Letten naar Lake Pape'.

De Letten mogen de koniks op handen dragen, het dier zelf speelt ook een belangrijke rol in het ecosysteem. De paarden grazen net weer even anders dan de edelherten en elanden. In het gebied zijn ook wolven en een enkele beer. De Letten zien hun omgeving als onland. Maar als zelfs toeristen uit Nederland komen, moet hun gebied wel wat voorstellen, legt Van der Veen uit.

Rond Lake Pape kan de ecotoerist zich tegoed doen aan hoogveen, moeras, meren en bos. De boeren kunnen gastenverblijven timmeren, een sauna installeren en ecotoeristen rondleiden. 'Mensen hier kennen alle wilde dieren, planten en paddenstoelen. Iedere taxichauffeur hier weet meer van de natuur dan een Nederlandse boswachter', zegt Van der Veen.

Net als in de Oderdelta heeft de EU niet gebracht wat de boeren verwachtten. Hun droom was meer melk, meer aardappelen te kunnen verbouwen met Europese subsidies. Maar dat geld uit Brussel komt niet meer. Dat besef is nauwelijks doorgedrongen.

Melk

Jan van der Veen ziet dat steeds meer Nederlandse melk in Letland wordt gedronken. De Letse boeren die een paar koeien hebben en een deel van de melk aan de straat verkochten, mogen dat van de EU om hygiënische redenen niet meer doen. Een koeltank is te duur.

'Veel boeren doen hun koeien weg. Dat leidt tot verlies aan extensief begraasd weiland, verlies aan melk en vlees. Maar nu is er EU-subsidie om het land te maaien.'

De ecoloog vindt dat behoorlijk krom. 'Neem ze niet die ene koe af maar zorg dat de kwaliteit van de melk omhoog gaat.'

Elk jaar overstroomt in Hongarije de rivier de Tisza, een zijtak van de Donau. Dat komt omdat de wilde rivier die op de Karpaten in Roemenië ontspringt, is gekanaliseerd voor de scheepvaart. In de oude overstromingsvlakten hebben zich boeren gevestigd, die regelmatig wateroverlast hebben.

'Dijken breken door en dat geeft een hoop ellende', zegt ing. Gerard Litjens van Bureau Stroming dat meewerkt aan oplossingen voor dit gebied. Hongarije wil enorme waterbekkens aanleggen, maar waarom niet die oude vloedvlakten herstellen? Burgemeesters en bevolking zijn erin gaan geloven.

Sommige boeren gaan boomgaarden aanplanten. Een boom kan een paar weken een halve meter water verdragen, tarwe niet. Waterberging koppelen aan toerisme en extensieve landbouw, is een goed alternatief, vindt Litjens.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden