Zedenschetser

Michael Sandel maakt ethische kwesties voor miljoenen toegankelijk met zijn boeken en online te bekijken Harvard-colleges. Geld, gentechnologie en Gatsby: de films, boeken en muziek die de moraalfilosoof prikkelen.

Is kannibalisme acceptabel als drie schipbreukelingen alleen kunnen overleven als ze hun verzwakte vierde metgezel opeten? Mag een dienstplichtige iemand betalen om in zijn plaats ten oorlog te trekken? En mogen we een dikzak voor een tram met kapotte remmen duwen als we daarmee de tram stoppen en de levens redden van vijf arbeiders die verderop aan het tracé werken?


Deze en talloze andere vragen heeft Harvard-filosoof Michael Sandel (1953) afgelopen jaren afgevuurd op arena's vol studenten, van Jaipur tot Rio de Janeiro, van Sydney tot Shanghai. Wie hem door de draaideur van het Utrechtse universiteitsgebouw ziet schieten richting de wachtende taxi, onopgemerkt door een kudde rokende studenten, zou niet vermoeden dat hier 's werelds eerste ethiek-rockster loopt, zoals Amerikaanse media hem hebben gedoopt. Rocksterren en Sandel hebben op het eerste oog even veel van elkaar weg als de vier ruiters van de Apocalyps met Anky van Grunsven en Salinero.


Maar de frêle, zachtaardige moraalfilosoof biologeert een miljoenenpubliek met zijn gratis online te bekijken Harvard-collegereeks 'Justice'. Daarin legt Sandel met socratische vraag-en-antwoordsessies de tegenstrijdigheden bloot in de morele redeneringen van zijn studenten. Twee jaar geleden discussieerde hij met 14 duizend Zuid-Koreaanse studenten in een amfitheater in Seoul. Sandels boeken over de morele grenzen van marktdenken (What Money Can't Buy) en gentechnologie (The Case Against Perfection) zijn bestsellers. De Universiteit Utrecht verleende hem eind maart een eredoctoraat voor 'de bijzondere manier waarop hij filosofische reflectie op actuele ethische problemen voor een breed publiek toegankelijk maakt'.


'Toen ik mijn boeken schreef, had ik nooit verwacht dat er zo veel belangstelling zou zijn. Ik ben verbluft over de respons', zegt Sandel. 'Het heeft me de geweldige kans gegeven om te reizen en met mensen uit de meest uiteenlopende samenlevingen in discussie te treden over ethische kwesties. Ik heb gemerkt dat er een enorme honger is naar debat over de grote vragen. Dat is deels omdat het publieke discours in onze samenlevingen zo leeg is. Politici deinzen terug voor de grote vragen, uit angst voor controverse. Ze verschansen zich achter een nauw, technocratisch discours waarin de ideologie vlak onder de oppervlakte blijft. Daarom zijn mensen denk ik vrijwel overal zo gefrustreerd over politiek.'

1. Fotografie: Garry Winogrand, John F. Kennedy, Democratic National Convention, Los Angeles (1960).

Sandel tikt op de voorpagina van The New York Times van dinsdag 25 maart. 'Dit is een van de vele voorbeelden van de erfenis van Garry Winogrand', zegt hij. Het is de dag na de toespraak van Obama in het Rijksmuseum. De schutters van Rembrandts Nachtwacht staan als klapvee achter de Amerikaanse president. 'Kijk naar de hand van Obama: precies hetzelfde.' Times-fotograaf Doug Mills heeft de president gevangen in een bijna identieke pose als de met rode sjerp en wandelstok getooide kapitein Frans Banning Cocq. Obama's beringde linkerhand spiegelt de linkerhand van zijn 356 jaar oudere collega-commander-in-chief.


De Amerikaan Garry Winogrand (1928-1984) werd beroemd met foto's waarin fotografie zelf het onderwerp is. 'Mijn vrouw Kiku Adatto heeft een boek geschreven, Picture Perfect: Life in the Age of the Photo Op, over hoe politici de beeldvorming proberen te beheersen. Tijdens het onderzoek voor het boek hebben we samen veel gekeken naar fotografie, daar heb ik een bewondering voor Winogrand aan overgehouden.'


Sandel heeft een van Winogrands foto's van John F. Kennedy meegenomen, gemaakt tijdens diens toespraak voor de Nationale Conventie van de Democraten in 1960. 'Winogrand heeft de fotografentribune gefotografeerd en de slechte rug van Kennedy. We zien niet de duizenden toeschouwers, we zien niet eens Kennedy's gezicht, behalve dan op een televisiescherm.' Boven op de televisie is een kapotte asbak te zien, links daarvan staat een fles whiskey. De klok op het spreekgestoelte wijst vijf over acht. 'Het is een lekprikkende stijl van fotograferen. Winogrand toont de geboorte van een beeld. Hij was een kunstenaar, geen journalist. Een foto zoals deze zou in de jaren zestig niet in de kranten zijn verschenen. Nu zijn dergelijke foto's schering en inslag. Fotografen deconstrueren de poses van politici. Neem de foto van Obama. Wat kan een prestigieuzere achtergrond zijn dan De Nachtwacht? Maar de fotograaf speelt met de enscenering. Hij denkt: ik weet wat je wilt, Obama, maar ik ga er niet in mee.'

2. Literatuur: F. Scott Fitzgerald, The Great Gatsby (1925)

Tot aan zijn dood door een hartaanval in 1940 verkocht F. Scott Fitzgerald minder dan 25 duizend exemplaren van The Great Gatsby (1925). Diezelfde verkoop haalt het literaire hoogtepunt van 'The Jazz Age' anno nu elke achttien dagen. 'The Great Gatsby gaat over de duistere kanten van de Amerikaanse droom. Dat is een bekend uitgangspunt in de literatuur, maar Fitzgeralds duizelingwekkende stijl maakt The Great Gatsby naar mijn smaak tot het beste verhaal over de Amerikaanse hunkering om hogerop te komen. Het was een van de eerste boeken die lieten zien hoe het reiken naar de Amerikaanse droom in veel gevallen afhangt van faking it: het afschudden van je identiteit, zoals een slang zijn dode huid afwerpt, en een nieuw masker opzetten.


'Zelfmythologie is altijd een hoofdingrediënt van de Amerikaanse droom geweest. Gatsby probeert zich aan zijn verleden te ontworstelen, doet alsof hij een selfmade man is. Het tekent de geringschattende houding tegenover het verleden in de Amerikaanse cultuur. Het verleden is een obstakel voor Gatsby's heruitvinding van zichzelf. The Great Gatsby toont een samenleving die zichzelf beroemt op het verwerpen van de aan klassen of tradities gebonden identiteiten van het oude Europa. Er zit een nostalgie naar de toekomst in de Amerikaanse cultuur, die je ook terughoort in het slot, mijn favoriete passage.'


Sandel begint voor te dragen: 'Gatsby believed in the green light, the orgastic future that year by year recedes before us. It eluded us then, but that's no matter - tomorrow we will run faster, stretch out our arms farther.... And one fine morning -¿So we beat on, boats against the current, borne back ceaselessly into the past.'

3. Muziek: Billie Holiday, Strange Fruit (1939)

'Zwarte lijven bungelend in de zuiderse bries, vreemd fruit hangend aan de populieren', schreef de joods-Amerikaanse leraar Abel Meeropol (1903-1986) na het zien van een foto van de lynchpartij van de Afro-Amerikaanse tieners Thomas Shipp en Abram Smith in 1930 in Marion, Indiana. Billie Holiday (1915-1959) maakte het protestlied onsterfelijk. 'Natuurlijk is het lied verbonden aan een van de ergste vormen van onrechtvaardigheid: lynchen. Maar wat me het meeste aantrekt, is hoe Holiday die onrechtvaardigheid verklankt. Het is bijna alsof ze in het liedje woont. Voor mij is Holiday's versie van Strange Fruit een van de krachtigste stukken Amerikaanse muziek van de 20ste eeuw.


'Als Billie Holiday nu zou optreden bij een talentenjacht op televisie, dan zou de jury waarschijnlijk zeggen: leuk geprobeerd, maar ik weet niet of dit gaat verkopen. Holiday's stem ligt niet gemakkelijk in het gehoor. Vandaag de dag zouden ze zo'n stem in een hightechstudio misschien proberen te 'repareren'. Maar aan die smartelijke stem, waarmee Holiday een soort eloquente zielsangst uitdrukte, kunnen moderne studioproducties ondanks alle opsmuk bij lange na niet tippen. Sommige opnamen van Billie Holiday zijn gedaan in nachtclubs of theaters, veelal met een ruwe akoestiek, maar de geluidskwaliteit doet niets af aan de kracht van haar stem. Die is hartverscheurend, vooral als ze Strange Fruit zingt.'

4. Film: Gattaca, Andrew Niccol (1997)

De sciencefictionfilm Gattaca gaat over de astronaut in spe Vincent (gespeeld door Ethan Hawke). Vincents droom om een ruimteschip naar Saturnus te besturen dreigt stuk te lopen op twee genetische onvolmaaktheden: hij is bijziend en heeft een hartkwaal. 'Gattaca speelt in een wereld waarin ouders gewend zijn om zelf de genetische kenmerken van hun kinderen te kiezen. En dan dus niet alleen of het een jongetje of meisje zal zijn, maar ook de lengte, de haarkleur, de oogkleur, het IQ. De selectie vindt plaats door embryoscreening in vruchtbaarheidsklinieken. Ik gebruik dit voorbeeld in mijn boek The case against perfection. In dat boek beargumenteer ik dat we nieuwe genetische technologieën wel voor medische doelen kunnen gebruiken - om ziekten te genezen, verwondingen te repareren - maar niet voor niet-medische doelen. Zoals bijvoorbeeld het creëren van designerbaby's.


'Er zit een scène in de film waarin een pianist een schitterend pianoconcert speelt, Impromptu in Ges majeur van Schubert, een zeer complex stuk. De camera komt dichterbij en dan blijkt de pianist zes vingers aan elke hand te hebben, wat hem in staat stelt dit stuk te spelen, dat in de film speciaal is gearrangeerd voor twaalf vingers. De film stelt de vragen: valt er niet iets te zeggen voor twaalfvingerige pianisten en andere genetische verbeteringen? Maar heeft zo'n toekomst tegelijkertijd niet ook iets sinisters?


'De film dateert uit 1997, maar het is verbazingwekkend hoe actueel hij nog is, zowel wat betreft de methode - embryoscreening - als de ethische dilemma's.


'Ik raakte geïnteresseerd in het onderwerp toen ik werd gevraagd om te dienen in de President's Council on Bioethics, onder George W. Bush. De taak van de raad was om de gevolgen van deze technologie te analyseren. Het was voor mij een fascinerende ervaring, omdat het me de kans gaf te horen van wetenschappers in de avant-garde van de genetische technologie.


'De drang naar gelijkheid is altijd gestruikeld over de horde van de genetica. Maar het is de vraag of gentechnologieën gelijkheid zouden brengen. Er bestaat een grote kans dat ze op zijn minst in het begin alleen betaalbaar zullen zijn voor de rijken. Dat zou de voordelen van rijkdom dus alleen maar vergroten en de kloof tussen arm en rijk verdiepen. Misschien zou het er zelfs toe leiden dat klassenverschillen geëtst raken in ons genenmateriaal. 'We hebben discriminatie tot wetenschap gemaakt', is een van de zinnen uit de film.


'Daarop kun je antwoorden door te zeggen: als we deze genetische verbeteringen belangrijk genoeg vinden, dan kunnen we er overheidssubsidies voor aanbieden, opdat ze voor iedereen toegankelijk zijn. We kunnen ze zelfs laten opnemen in het basispakket van onze zorgverzekeraars. Maar dan nog ben ik bang dat het aanvankelijk de ongelijkheid eerder zal vergroten dan verkleinen.


'Ik ben niet tegen gentechnologie. De reproductie van orgaanweefsel bijvoorbeeld is een veelbelovend gebied van medisch onderzoek. Mijn stelling is dat we de wetenschap het beste kunnen ondersteunen door een aantal redelijke regels op te leggen om misbruik te voorkomen. Een van de regels zou wat mij betreft een verbod op het klonen van mensen moeten zijn. De meeste Europese landen hebben al een dergelijk verbod, Amerika nog niet.


'Natuurlijk, ik besef dat er zeker een markt zou zijn voor designerbaby's en dat de geest dus moeilijk in de fles te houden is. Het is nu al mogelijk om voor enkele tienduizenden dollars in een vruchtbaarheidskliniek een jongetje of een meisje uit te kiezen. Ik vind dat we een debat moeten voeren over welke beperkingen we deze technologieën opleggen. Ik zou zelf voorstander zijn van een wet die het mensen verbiedt om genetische screening te gebruiken als het alleen maar als doel heeft om het geslacht van het kind te bepalen.


'We riskeren ook het ouderschap te veranderen in een soort voortzetting van consumentisme. Op den duur zou dit de norm van onvoorwaardelijke liefde van ouders voor hun kind kunnen aantasten. Ouderschap is een geweldige school voor nederigheid. Het grootste deel van ons leven zoeken we naar controle: over onze carrières, onze gezondheid, onze relaties met anderen. Maar we kunnen niet bepalen hoe onze kinderen zullen worden, hoe verwoed we dat ook proberen door ze naar de juiste scholen te sturen, door ze op voetbal of vioolles te doen. Kinderen zijn onvoorspelbaar. Genetische technologieën gebruiken om je kinderen te verbeteren getuigt van hybris, van een Prometheusachtige ambitie die de nederigheid om verschillen te aanvaarden dreigt te verzwakken. Leren omgaan met wat we niet kunnen beheersen is een belangrijk onderdeel van het leren om een mens te zijn.'

5. Film: Minority Report, Steven Spielberg (2002)

Sciencefictionfilm naar een verhaal van Philip K. Dick over een toekomst waarin drie mutanten toekomstige misdaden kunnen voorspellen. 'Minority Report verbeeldt een samenleving waarin men met absolute zekerheid kan voorspellen wie een moord gaat plegen en wanneer. De voorspellingen worden gedaan door precogs, drie in een zwembad levende wezens wier hersenen zijn aangesloten op een soort centrale computer. De precogs zien de moord nog voor deze heeft plaatsgevonden. Tom Cruise speelt een rechercheur van een speciale politie-eenheid die belast is met het opsporen en arresteren van de toekomstige moordenaar. Dankzij de precogs dalen de moordcijfers naar nul. Maar de morele prijs is dat er mensen veroordeeld worden voor misdaden die ze niet hebben begaan.


'Is dat rechtvaardig? Ik denk van niet. Vanuit een utilitair standpunt is het misschien wel rechtvaardig, want de meerderheid van de samenleving profiteert ervan dat er geen moorden worden gepleegd. Maar mijn bezwaar tegen utilitarisme is dat het zich blindstaart op het collectieve geluk, ten koste van de rechten van het individu, en daarmee ook ten koste van het recht.


'Het dilemma is vergelijkbaar met een dilemma uit ons eigen rechtssysteem. Moeten criminelen worden vrijgelaten als ze hun tijd hebben uitgezeten, ook al is de kans groot dat ze hun misdaad opnieuw zullen begaan? Ik vind niet dat we mensen opgesloten zouden moeten laten als ze hun straf hebben uitgezeten, zelfs al gaat het om Anders Breivik. Als we goede informatie hebben dat een crimineel, eenmaal op vrije voeten, op het punt staat een misdaad te begaan, dan zou hij gearresteerd moeten worden.


'In mijn boek Justice behandel ik een klassiek dilemma: martel je een terreurverdachte als je geen andere mogelijkheid hebt om een tikkende tijdbom op te sporen? Veel mensen zullen zeggen: ja, dat mag als het de enige manier is om de bom te vinden. Natuurlijk valt er in dit geval iets te zeggen voor het utilitaire argument dat één marteling te billijken valt als er misschien wel honderden doden mee kunnen worden voorkomen. Maar in mijn ogen is dat uiteindelijk geen goede rechtvaardiging. Misschien blijkt de verdachte achteraf gezien niets te maken te hebben met een tijdbom. De morele kracht van het argument dat het martelen toch gerechtvaardigd was, is dan dat hij waarschijnlijk wel andere wandaden heeft begaan en de marteling dus verdiend heeft. Een manier om te testen of er echt sprake is van een utilitair argument is door het dilemma iets te veranderen: is het in dit geval rechtvaardig om de 14-jarige dochter van de terreurverdachte te martelen, in de hoop dat ze de locatie van de tijdbom weet? Voor veel mensen is dit een brug te ver. Het laat zien dat rechtvaardigheid niet alleen gaat om aantallen, maar ook over morele verdienste: wat voor behandeling verdient iemand, en wat heeft hij gedaan om dat te verdienen?'

6. Televisie: House of Cards, Beau Willimon (2013)

Gelauwerde Amerikaanse serie over het even sluwe als machtsgeile Democratische Congreslid Frank Underwood, die zich naar de Oval Office probeert te manoeuvreren. 'House of Cards spreekt me aan als politiek filosoof omdat de serie een perfecte illustratie is van Machiavelli in de praktijk. Het is zelfs zo'n levendige uitbeelding dat het gebruikt zou kunnen worden als lesmiddel om te laten zien wat een machiavellistische politiek inhoudt.'


'Neem Claire, de vrouw van Frank Underwood. Zij is een briljante Lady Macbeth: ze staat aan het hoofd van een goed doel, maar ze runt haar ngo volgens machiavellistische principes! Terwijl het geen bank is die ze leidt, of een oliebedrijf (schatert). En dan de relatie tussen Frank en Claire, het wederzijds begrip voor hun kwaadaardigheid, de eerlijkheid jegens elkaar, die in schril contrast staat tot hoe ze alle andere mensen in hun omgeving behandelen - het is allemaal briljant en betoverend.


'Ik hou ook van Freddie, de man die de barbecuetent runt waar Frank vaak spareribs gaat eten. Als er een filosoof is in de serie, dan is het Freddie. Het interessante aan de scènes tussen Frank en Freddie is dat Frank veel beter luistert naar Freddie dan naar welk Congreslid of minister dan ook. Het is bijna alsof Frank hem ziet als een filosoof, die buiten het machtsgebied van zijn manipulaties staat. Frank probeert iedereen te manipuleren, tot de president aan toe, maar niet Freddie. Freddie spreekt bijna in allegorieën. In een aflevering zegt Frank met volle mond hoe ongewoon goed de spareribs dit keer smaken. Freddie zegt dat het vlees van een andere slager komt, die de varkens tergend langzaam dood laat bloeden. Freddie beschrijft de gruwelijke manier waarop de dieren behandeld worden en het is duidelijk dat hij gewetensbezwaren heeft, hij twijfelt of hij deze slager nog een keer gaat gebruiken. En Frank hoort dit met wijd opengesperde ogen aan, helemaal in vervoering door Freddies verhaal. Het is een soort moraliteit, een oase in de woestenij van Franks machtswellust. Freddie heeft Franks aandacht zoals geen enkel ethisch argument dat in de serie voor elkaar krijgt.'

7. Theater, Romeo and Juliet, Shakespeare (ongeveer 1591-96)

'Na de publicatie van mijn boek What Money Can't Buy nodigden Matt Damon, Vanessa Redgrave en een aantal andere acteurs me uit om een Shakespeare-evenement bij te wonen in New York. De acteurs droegen in een openluchttheater in Central Park Shakespeare-passages voor die gerelateerd waren aan mijn boek over de morele grenzen van markten. Het was een grote eer voor mij, niet in de laatste plaats omdat mijn zoons verzot zijn op de Bourne-films met Matt Damon. Damon bleek in de jaren negentig als Harvard-student ook mijn Justice-college te hebben gevolgd.


'Een van de voorgedragen passages kwam uit Romeo and Juliet. Vanessa Redgrave speelde de scène waarin Romeo een arme apotheker opzoekt om het vergif te kopen waarmee hij zelfmoord wil plegen. Romeo denkt dat Julia dood is, en wil zich bij zijn geliefde voegen. De apotheker aarzelt. Gif verkopen is illegaal, zegt hij, daar staat de doodstraf op. Romeo herinnert hem aan zijn armoede:


'Famine is in they cheeks,


Need and oppression starveth in thine eyes,


Contempt and beggary hangs upon thy back;


The world is not thy friend nor the world's law;


The world affords no law to make thee rich;


Then be not poor, but break it, and take this.'


Romeo geeft hem het geld. De apotheker neemt het aan, maar met een belangrijke toevoeging: dat hij het geld accepteert wil niet zeggen dat hij zijn instemming verleent aan Romeo.


'My poverty, but not my will, consents.'


Romeo lijkt het met hem eens te zijn, en oppert dat geld - en de wanhopige behoefte eraan - op zichzelf een soort vergif is.


'There is thy gold, worse poison to men's souls,


Doing more murders in this loathsome world,


Than these poor compounds that thou mayst not sell.


I sell thee poison; though hast sold me none.'


'In What Money Can't Buy noem ik een bezwaar tegen het kopen en verkopen van 'goederen' als menselijke organen of seks. Als de uitruil onder ongelijke omstandigheden plaatsvindt, dan is hij niet werkelijk vrijwillig. Uit armoede is iemand misschien bereid een nier te verkopen, of zichzelf te prostitueren, om zijn of haar kinderen te kunnen voeden. Maar met een vrije ruil heeft dat weinig te maken. De ruil is in feite afgedwongen door een wanhopige behoefte aan geld. Iemand kan in zo'n situatie net als Shakespeares apotheker zeggen: 'My poverty, but not my will, consents.'

CV

Michael Sandel (1953) werd geboren in een joods gezin uit Minneapolis. Hij studeerde aan Brandeis University en aan Balliol College in Oxford. Sandel begon zijn carrière als journalist tijdens een zomerstage bij The Houston Chronicle, waarvoor hij verslag deed van Watergate. Daarna verruilde hij de politieke journalistiek voor politieke filosofie. Al meer dan dertig jaar geeft hij aan Harvard zijn ethiek-college 'Justice', dat jaarlijks 1.200 studenten trekt. Onder Harvard-studenten gaat de mare dat Sandel de inspiratiebron was voor het Simpsons-personage Montgomery Burns, althans, qua fysieke gelijkenis. Qua karakter is de gewetenloze kernreactoreigenaar eerder de anti-Sandel, wat deel van de grap zou zijn. Meerdere schrijvers van The Simpsons volgden Sandels Justice-college. De BBC vergezelt Sandel over de hele wereld tijdens zijn vele lezingen (eind maart nog in Utrecht) voor de radioserie Michael Sandel: The Public Philosopher. Sandel schreef zeven boeken, waarvan er drie in het Nederlands verschenen: Pleidooi tegen volmaaktheid, Rechtvaardigheid en Niet alles is te koop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden