Ze zijn niet meer nodig, ze moeten gaan

De kredietcrisis heeft Spanje hard getroffen. De vooral Marokkaanse gastarbeiders in de fruit- en groenteteelt zijn de eerste slachtoffers. Ze zijn werkloos, maar teruggaan naar hun land willen ze niet....

Een politieagent wijst de weg. Hij buigt zich over de wegenkaart, gebaart in verschillende richtingen naar de horizon en waarschuwt: ‘Weet je zeker dat je daar moet zijn? Daar wonen alleen maar Marokkanen.’

In Cortijo el Bermejo, een bunkercomplex vlak bij Campohermoso in Zuid-Spanje, wonen 23 migranten in zelfgemaakte onderkomens, met hardplastic vuilniszakken als dak en karton als scheidingsmuren. Rondom de bunker liggen autobanden en halfverbrande kledingstukken tussen het afval.

‘Kom binnen’, wenkt Kassem Azeddine (43). Hij schuift wat kleren opzij en maakt een zitplaats op zijn bed. Zelf gaat hij op de grond zitten. In het kamertje, zo’n 2,5 bij 4 meter, staan drie bedden. Op het roodgloeiende verwarmingselement dat binnen op een stoeptegel ligt, pruttelt een pannetje linzensoep. Ernaast staat een aardewerken pot waarin deeg rijst. Stroom voor het verwarmingselement wordt afgetapt van een hoogspanningsmast die op het terrein staat.

In deze kamer woont Azeddine met Hamid (54) en Ismael (28), sinds hij vier maanden geleden zijn baan verloor en geen huur meer kan betalen. ‘De concurrentie is te groot geworden’, zegt hij. ‘Er is geen werk meer voor ons.’

Azeddine werkte in een komkommerkwekerij, in een van de tienduizenden kassen in Campohermoso. Dit gebied is de grootste groente- en fruitkwekerij van Europa – de meeste komkommers, sinaasappels, aardbeien en tomaten in Noord-Europese supermarkten komen er vandaan. De heuvels rond Campohermoso zijn tot kilometers ver bedekt met plastic kassen. Hier is ook de werkloosheid het grootst van de EU.

‘De telers hebben geen migranten meer nodig’, zegt Azzedine. ‘Ze zetten hun eigen familie nu aan het werk. Of ze huren Roemenen in – die werken zwart, en dus goedkoper.’

Armoedegrens
De kredietcrisis heeft Spanje van alle Europese landen het hardst getroffen. Volgens het Spaanse Instituto Nacional de Estadística kampte het land in april met ruim 4 miljoen werklozen (17,4 procent van de beroepsbevolking, bijna een op de vijf). Dat is bijna twee keer zoveel als het Europees gemiddelde (9,2 procent). De toename is in de Zuid-Spaanse kassen het grootst. In Andalusië, de armste regio, zit 22 procent van de arbeiders zonder werk. Volgens het statistiekbureau leven hier 440 duizend mensen onder de armoedegrens.

De oorzaak: het Spaanse Wirtschaftswunder, de bouw van zo’n 700 duizend vakantie- en weekendhuizen per jaar. De bouwsector was de afgelopen vijftien jaar goed voor maar liefst 18 procent van het bruto binnenlands product en bewerkstelligde een economische groei van bijna 4 procent per jaar. De overheid haalde in die vijftien jaar zo’n zes miljoen migranten naar Spanje om met troffels en cement of in de fruitteelt aan het werk te gaan – de Spanjaarden hadden ontdekt dat ze in de bouw veel meer konden verdienen dan in de landbouw. In 2007 overtrof het aantal huizen het aantal gezinnen met bijna de helft. ‘De bomen groeiden tot aan de hemel’, zegt Maria Piedad Perez Arco, als vakbondsvertegenwoordiger van het Secreteria de Migracion de Andalucia belast met migrantenzaken. ‘Je kon op je vingers natellen dat dat een keer mis moest gaan.’

Het Wirtschafswunder bleek een luchtbel, gefundeerd op miljarden aan EU-subsidies en een ongebreidelde speculatie op de woningmarkt. Door de wereldwijde kredietcrisis spatte die luchtbel vorig jaar uiteen. Het gevolg: onbetaalbare hypotheken, skeletten van huizen die niet af zijn en massale werkloosheid in de bouwindustrie. Spanjaarden gaan weer in de kassen aan het werk. Ze strijden met migranten om banen en wijzen met een beschuldigende vinger naar elkaar als het over gederfde inkomsten gaat.

‘Vroeger liep je hier binnen en kwam je met werk weer naar buiten’, zegt Enrique del Riego in het Servicio Andaluz de Empleo, het arbeidsbureau in Almería. ‘Iedereen had werk, een nieuwe auto, een nieuwbouwhuis met een kleine aanbetaling en een hoge hypotheek – mensen leefden boven hun stand. Nu heeft iedereen problemen, geen inkomen, iedereen maakt zich zorgen.’

Dagelijks rijden busjes van de kassen door de dorpjes rond Campohermoso om migranten op te pikken die er op centrale plekken op de stoeprand zitten te wachten op werk. Maar sinds begin dit jaar blijven de meesten er zitten – de concurrentie van Spaanse autochtonen is te groot.

Vertrekregeling
Om de groeiende werkloosheid tegen te gaan heeft de Spaanse overheid eind vorig jaar een ‘vrijwillige vertrekregeling’ ingesteld die migranten moet stimuleren het vliegtuig naar huis te nemen en ten minste drie jaar niet in Spanje terug te keren. In ruil voor hun woon- en werkvergunning krijgen ze in één klap hun werkloosheidsuitkering betaald, zegge 1.000 euro per maand met een maximum van vier maanden per jaar dat ze in Spanje wonen. Na terugkeer in het land van herkomst ontvangen ze de rest.

‘De regeling is niet effectief’, constateert vakbondsvertegenwoordigster Piedad Perez Arco. ‘Daar gaan hun vaste lasten nog vanaf. Bovendien moeten ze hun ticket zelf betalen.’ Spanje telt 46.661.950 inwoners, onder wie 5.598.691 migranten – 12 procent van het totaal. Volgens de vakbondsvertegenwoordigster hebben amper tweeduizend mensen gebruikgemaakt van de vertrekregeling en lost die ‘dus’ niks op. Zij beschuldigt de overheid van social dumping: ‘Eerder is al de gezinshereniging aan banden gelegd. Maar de migranten waren hard nodig in het verleden, dus hebben ze er nu recht op dat we samen met hen uit deze economische crisis komen.’

Langs de Carretera de Pueblo Blanco in Campohermoso woont Rachid Ennaciri (30) in ‘Cortijo Santa Isabel’, een wit, bakstenen tweepersoonshuisje waarvan er vele tussen de kassen staan. De telers hebben ze laten bouwen voor het personeel, voornamelijk immigranten. Binnen is een kleine hal annex keuken, met links een doucheruimte en aangrenzend twee slaapkamertjes. ‘Je vindt hier nergens een huis waarin echt maar twee mensen wonen’, zegt Rachid, die aan de keukentafel een sinaasappel schilt. Hij woont hier met zes Marokkaanse landgenoten en deelt zijn kamer met Omar Edouár (46). Drie huisgenoten slapen in de keuken op de grond.

Rachid en Omar werken in de meloenteelt. Zij betalen samen de huur, 400 euro per maand, en ruilen op hun werk meloenen tegen groenten en fruit, die ze meebrengen voor hun vijf werkloze huisgenoten. In de koelkast liggen bonen, aardappels, sinaasappels en een komkommer. In de tienduizenden kassen van Campohermoso is een levendige zwarte ruilhandel ontstaan tussen werknemers die thuis het avondmaal bereiden. ‘Wie werk heeft, zorgt voor zijn vrienden’, zegt Rachid. ‘We zijn allemaal vrienden, omdat we allemaal moslim zijn.’

Precies daarin ligt volgens hem het probleem van de werkloosheid: volgens hem zetten de patrons – hun bazen – liever geen moslims aan het werk, nu ze een keuze hebben. Rachids huisgenoten, die naast hem rond de keukentafel zitten, knikken fel. ‘Het zijn racisten’, zegt Omar onomwonden.

Werktijden
Rachid heeft een werkvergunning en staat als Spaans ingezetene geregistreerd. Hij haalt de geplastificeerde papieren uit een la in zijn nachtkastje om dat te bewijzen. ‘Ik verdien 35 euro per dag’, zegt de Marokkaan. ‘Daarvoor werk ik van ’s morgens zeven tot ’s avonds acht uur. Maar de Spanjaarden krijgen 43 euro per dag voor hetzelfde werk van negen tot vijf.’ Hij slaat met zijn vuist op tafel.

Het aantal Marokkaanse migranten in Spanje is van oudsher het grootst. Tijdens de bouwhausse zijn daar veel Britten (tweede huis), Mauritaniërs, Colombianen, Ecuadoranen en Roemenen bij gekomen. Die laatste groep groeit het hardst: zij mogen er sinds 2007 zonder werkvergunning aan de slag. ‘Dat is een groot probleem’, zegt Rachid. ‘Roemenen komen zonder papieren, die werken zwart, onverzekerd en ver onder het minimumloon. Zij vragen maar 25 euro per dag, ze verpesten de markt. In de sinaasappelpluk werken sommigen zelfs tien uur voor 15 euro.’

Rachid noch zijn huisgenoten willen terug naar Marokko; ze hebben veel geld betaald voor de overtocht per boot om hier te komen, zegt hij. ‘Daar hebben wij ons leven voor gewaagd, het was gevaarlijk. In Marokko is de armoede net zo groot. Onze families zijn financieel afhankelijk van ons. Als hier de werkgelegenheid ooit weer aantrekt, mogen we hier niet meer aan de slag.’

Vakbondsvertegenwoordigster Piedad Perez Arco voorspelt raciale conflicten als de overheid niet snel in werkgelegenheid investeert. Migranten worden volgens haar aangewezen als zondebok voor de ongekende werkloosheid, maar de ‘Spanjaarden realiseren zich niet dat de economische groei van de afgelopen jaren mede mogelijk was dankzij hen. Niet de migratie, maar de kredietcrisis is de oorzaak van hun problemen. Migranten zijn geen pionnen die je kunt inzetten en terugsturen wanneer het jou goeddunkt. We moeten constateren dat migranten het meest lijden onder de crisis. Hun leefomstandigheden zijn vaak mensonterend.’

In het bunkercomplex Cortijo el Bermejo laat Kassem Azeddine foto’s van zijn drie kinderen zien. Hij stuurde een groot deel van zijn loon, 30 euro per dag, naar zijn vrouw in Marokko. Nu stuurt ze hem spaargeld terug om van te kunnen leven. ‘Zijn vrouw heeft het nog zwaarder’, wijst hij naar kamergenoot Hamid. ‘Hij heeft zes kinderen.’

Hij tilt het deksel van het pannetje linzensoep en roert erdoor met een zakmes. ‘Ik weet dat het gevaarlijk is’, zegt hij, wijzend op het gloeiende, onbeschermde verwarmingselement waarop de soep kookt. ‘Ik moet hier weg. Terug naar huis is geen optie, daar verdien ik ook niks.’ Dan, bijna fluisterend: ‘Ik kan niet lezen en schrijven, maar wel heel hard werken. Is er veel werk in Nederland?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden