Reportage

‘Ze zijn hier komen wonen. Ze wisten toch dat er bij Tata geen vitamine C uit die pijpen komt?’

Zicht op de staalfabriek van Tata Steel, gezien vanuit Wijk aan Zee.  Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Zicht op de staalfabriek van Tata Steel, gezien vanuit Wijk aan Zee.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

In Wijk aan Zee reageren velen laconiek op het rapport van het RIVM over schadelijke stoffen rond Tata Steel. In het dorp werken veel mensen bij het bedrijf. Toch denkt niet iedereen er luchtig over. ‘Vroeger had ik af en toe zwarte neerslag op de witte tafel. Nu is het aan de orde van de dag.’

‘Mijn oma is 98 geworden. En zij heeft haar hele leven hier gewoond’, zegt een moeder die met haar twee dochters van 2 en 5 jaar door Wijk aan Zee loopt, de fiets aan de hand. ‘Dus wij zijn niet heel bezorgd.’

Ze heet Cindy, ze is 35 jaar oud en haar achternaam ziet ze liever niet in de krant terug. Ze is hier geboren en getogen, vertelt ze. Haar vader werkte zijn hele leven bij Hoogovens en later bij Tata Steel.

Dat er in Wijk aan Zee soms wat vuil uit de lucht komt vallen, daar is ze inmiddels aan gewend. Als het al te erg wordt, komt Tata de auto wassen of de kozijnen poetsen. En soms vergoedt het bedrijf ook wasgoed dat niet meer te redden valt.

‘Het hoort erbij’, zegt ze. Haar grootmoeder had er ook al last van, toen ze 67 jaar geleden met een hagelwitte kinderwagen door het dorp liep. ‘Alleen werd de schade toen nog niet vergoed.’

Dat die vervuiling verre van onschuldig is, zoals blijkt uit een rapport dat het RIVM donderdag publiceerde, brengt haar niet aan het twijfelen. ‘Je hebt overal wel iets’, zegt ze. ‘Op andere plekken in de Randstad is ook vervuiling.’

Het is een sentiment dat breder leeft in het dorp, waar veel mensen bij Tata Steel werken, gewerkt hebben of familieleden hebben die er werken. Het dorp lijkt zo met het bedrijf vergroeid, dat een zekere mildheid optreedt. Wij hebben nergens last van, hoor je dan. Of: de klagers komen van buiten het dorp.

‘Eerst komen ze hier een paar jaar surfen’, zegt een 63-jarige man die niet met zijn naam in de krant wil, ‘dan kopen ze een huis en vervolgens gaan ze klagen over de gezondheid van hun kinderen. Terwijl ze heus wisten dat er geen vitamine C uit die pijpen komt.’

Ultrafijnstof

Dat laatste constateert ook het RIVM in het onderzoek dat deze week naar buiten kwam. Uit stofmonsters die het instituut de afgelopen tijd in dorpen en steden rond het complex van Tata Steel verzamelde, blijkt dat de hoeveelheid kankerverwekkende stoffen en zware metalen veel hoger zijn dan op plekken zonder staalindustrie. Vooral in Wijk aan Zee, dat vlak bij het Tatacomplex ligt, is de concentratie van schadelijke stoffen heel hoog, wat vooral voor kinderen tot gezondheidsschade kan leiden.

Het is het zoveelste rapport dat de afgelopen jaren verschenen is over de abominabele gezondheidssituatie onder de rook van Tata Steel. En elke keer waren de uitkomsten niet best. De omwonenden waren veel vaker ziek dan mensen uit andere industriegebieden. Longkanker komt in de regio gemiddeld veel meer voor dan in de rest van Nederland. Er dwarrelt veel meer ultrafijnstof door de lucht. En daar komt dit rapport weer bovenop.

Veel bewoners van Wijk aan Zee maken zich dan ook grote zorgen. Neem Hans Dellevoet (56), in het dagelijks leven gezagvoerder bij KLM. Hij woont in een rietgedekt huis aan de rand van het dorp. Een automatische grasmaaier scharrelt over het gazon.

‘Als ik dat rapport lees’, zegt Dellevoet, ‘dan vraag ik me af waar ik mijn drie kinderen aan heb blootgesteld. Dit is echt te gek voor woorden.’

Luchtreiniger

Dellevoet constateert dat het de laatste jaren erger is geworden. ‘Toen ik hier 24 jaar geleden kwam wonen, vond ik heel af en toe zwarte neerslag op de witte tafel. Nu is het aan de orde van de dag. De schoonmakers van Tata komen elke drie weken mijn huis schoonmaken. Vaker kunnen ze niet komen.’

Zelf heeft hij al maatregelen genomen. Binnen staat in elke kamer een apparaat dat de lucht reinigt. ‘Ze staan de hele dag aan.’

Hij verbaast zich over de laconieke houding van andere dorpsbewoners. ‘Die zeggen dan dat opa 90 is geworden. Ja, natuurlijk. Maar ik ken ook kinderen die niet ouder dan 10 zijn geworden.’

Ook verweert hij zich tegen het verwijt dat hij dan maar ergens anders had moeten gaan wonen. ‘Er staat hier toch geen bord dat dit een gevaarlijke zone is? Je moet hier gewoon normaal kunnen wonen. Ook hier moeten de kinderen gewoon in het gras kunnen spelen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden