'Ze zijn grappig, deze geometrische figuurtjes'

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: een onwezenlijke dagje: Kafka in de Nes en Groundhog Day in het Stedelijk. Grappig en raak.

Avery Singer, Scenes. Beeld Roman März

Amsterdam, 15 juni

Als ik tegenwoordig - klikklakklikklak - door de Warmoesstraat loop, heb ik het gevoel in augmented reality te zijn beland: de straat is brandschoon, de plantenman zet vers-bedauwde boeketten buiten, bij de bakery liggen wafels met een roze chocoladelaag in de vitrine en de toeristen hebben acceptabele gebitten. Nog even en er worden door de promotieknullen van de stad Amsterdam VR-brillen uitgedeeld waarmee je de straat kunt 'beleven' zoals die nog niet zo lang geleden was. De groezelige-jarentachtig-Ed-van-der-Elsken-versie, zeg maar. Als ik niks beters te doen had, begon ik een start-up met dat idee.

In Vlaams Cultuurhuis De Brakke Grond, even door-klikklakken naar De Nes, dreef de Vlaamse Alex Verhaest mij alsnog de virtuele werkelijkheid in. Althans, haar installatie A la folie/To insanity poogde dat. Vier sculpturen uit de 3D-printer, twee projecties en twee prints vormden samen het verhaal van twee geliefden die elkaar tot waanzin drijven. Op de afbeeldingen was te zien hoe de vrouw een kleine, marionet-achtige versie van de man in de armen hield, en vice versa.

De bewegingen van de bezoeker werden naar verluidt gemeten en het geluid in de installatie paste zich dan daarop aan. Zoiets moet je altijd maar geloven - sowieso een voorwaarde bij het virtuele, anders is er geen klap aan.

Eerst kijken, dan lezen, zo besloot ik.

De geliefden zeiden elkaar na, als in een treiterspelletje: 'You wanted me a little/ you wanted me not/ I talked a little / you argued a lot.'

Et cetera. Al snel om horendol van te worden, inderdaad.

In een video-drieluik ertegenover praatten twaalf versies van dezelfde virtuele vrouw (veel bot, weinig vlees) over de verschillende stadia van de liefde, waarbij iets gruwelijks in de badkamer werd gesuggereerd, 'slithering into darkness'.

Ik bleek me te vergissen over die geliefden. De figuren waren gebaseerd op broer en zus Gregor en Grete uit De gedaanteverwisseling van Kafka. 'Toen Gregor Samsa op een ochtend uit onrustige dromen ontwaakte...' U weet wel, man verandert in een kever - virtual reality uit 1915.

Het steriele van alles vond ik ronduit afstotelijk, en dat was waarschijnlijk de bedoeling. Maar de vier sculpturen waren mooi: bustes uit een 3D-printer waarmee in sommige gevallen iets opzettelijk was misgegaan. Het gezicht van de vrouw was aan één kant omlaag gestort als een loslatende ijsschots, bij de man gaapte een gat in het gelaat. Precies zoals je je voelt als de liefde of de familie faalt: alsof de werkelijkheid verzakt.

Tekst gaat verder onder afbeelding

Alex Verhaest, À la folie/To Insanity, Vlaams Cultuurhuis De Brakke Grond, t/m 30/6.

Alex Verhaest, À la folie/To Insanity. Beeld Dauwens and Beemaert Gallery

In het Stedelijk Museum hield de stemming aan. Daar drong zich een terugkerende droom op. In de Groundhog Day-versie van mijn leven ben ik namelijk verslaggeefster bij een eeuwig durend studio-gesprek tussen Rudi Fuchs en Carl Andre. Ze hebben het naar hun zin, Der Rudi en Der Carl. Zij roken, zij drinken, zij feliciteren elkaar met de vakkundige verwijdering van elk normatief oordeel uit hun exposities (Fuchs) dan wel kunst (Andre), en in één moeite door maken ze zich vrolijk om mensen die zich wél druk maken om het verschil tussen goed en slecht, tussen kunst en quatsch, die dinosauriërs, die achterblijvers uit de oude wereld. Bij dat laatste werpen ze schalkse blikken op mij, papierprikster van de goede smaak in de onbeheersbare augiasstal die de hedendaagse kunstwereld is. Iemand zou er een schilderij van moeten maken, deze visies die elkaar nooit en te nimmer raken, en de Amerikaanse Avery Singer (1987) is geknipt voor de klus.

Waar keek men eigenlijk naar? Hoe gaat Avery Singer te werk? Aan de basis staan digitale ontwerp-programma's als Blender en SketchUp. De hiermee gemaakte ontwerpen worden op een groot oppervlak geprojecteerd en, à la painting by numbers, met de airbrushtechniek in acryl op het canvas gespoten. Dat acryl is steeds dezelfde kleur: grijs. De doeken zijn omvangrijk. Ze vullen hun galerij met gemak.

Wat erop staat, doet denken aan het kubisme (vaag) en aan Léger (iets scherper), maar waar het werkelijk op lijkt zijn de eerste computer-geanimeerde videoclips, waarin de techniek nog niet zo ver was als nu en die in retrospectief charmant knullig aandoen: Dire Straits' Money for Nothing, The Prodigy's Fire (I am the god of hellfire) - rudimentaire popjes, stram bewegend als bij een beginnende marionettenspeler.

Singers poppetjes vertoeven in de kunstwereld. Ze houden zich onledig met artistieke activiteiten: happenings uitvoeren, vruchteloos naar een schildersezel staren, de welbekende rituelen van het kunstbedrijf. Op een schilderij zitten een man en een vrouw in een atelier te wachten op, ja, op wat eigenlijk, op tekst, een ontsnappingsmogelijkheid? Dit werk bracht mijn Groundhog Day-Rudi Fuchs-fantasie in herinnering.

Nu zijn ze als satire niet zo heel erg geslaagd (want te abstract), maar als monument in grijs voor een obsolete cultuuruiting, en als curieuze variatie op beroemde kunstgenres, zijn ze dat wel. Ze zijn grappig, deze geometrische naakten en in allerlei onzinnige bezigheden verwikkelde geometrische figuurtjes. Ze verdienen mijn en uw aandacht. En uw tijd.

Avery Singer, Scenes, Stedelijk Museum Amsterdam, t/m 2/10.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden