Ze zag als journalist de wereld, maar blijft ook altijd een Limburgse

Schrijver en journalist Marcia Luyten (45) draagt haar geboortestreek een warm hart toe, maar die Limburgse berusting is niks voor haar. 'Ik wist: ik moet hier weg.'

'Ik heb me geërgerd aan dat autoriteitsbesef van anderen, dat enorme opkijken naar de pastoor of het schoolhoofd.' Beeld Fotografie: Valentina Vos (Witman Kleipool), styling: Lidewij Merckx (House Of Orange), visagie: Mascha Meyer (House of orange).

Marcia Luyten staat aan de kade te wachten: tenger en meisjesachtig op haar gympjes, een zonnebril op. Ze stapt in de houten sloep in het water en wijst naar een van de bankjes. 'Je kunt het best daar zitten.' Dan pakt ze de zware spanen vast en roeit ons met trefzekere slagen naar haar woonark in Broek in Waterland. Het moet behoorlijk wat armkracht vergen maar lijkt haar soepeltjes af te gaan. Terwijl de boot door het water van de Broekervaart glijdt, vertelt ze opgewekt over haar drukke bestaan als journalist en succes-auteur.

Luyten (45) presenteert sinds 2012 het politieke discussieprogramma Buitenhof en organiseert lezingen en debatten. In 2015 schreef ze Het geluk van Limburg, een sociaal-culturele geschiedenis van de glorie en ondergang van de Nederlandse steenkoolindustrie van de kolenmijnen in Zuid-Limburg waar ze vandaan komt.

'Het was een zoektocht om de plek van mijn jeugd te begrijpen', zegt ze even later. We zitten inmiddels aan een tafel in haar zonovergoten tuin, grenzend aan weiland, op kussens nog vochtig van de dauw. Haar boek werd bekroond met de Brusseprijs voor het beste Nederlandstalige journalistieke boek en betekende de rehabilitatie van een in ongenade gevallen streek.

Eerder woonde ze met haar man, voormalig diplomaat, en drie kinderen in Rwanda en Oeganda waarover ze krantenartikelen en drie boeken schreef. Nu werkt ze aan de biografie van Máxima. Van een Limburgs calimero-complex heeft Luyten nooit last gehad. 'Maar', zal ze later zeggen, 'ik heb wel enorm mijn weg moeten zoeken.'

Wat fascineert je zo aan Máxima?

'We zijn even oud - we schelen tien dagen - zijn allebei econoom en hebben drie kinderen. Máxima is net als ik een vrolijke, hardwerkende en ambitieuze vrouw, maar leidt een totaal ander leven. Ze oefent de moeilijkste functie van het koninkrijk uit en doet dat ogenschijnlijk met zo veel gemak en vanzelfsprekendheid. Haar drie voorgangers hebben het er een stuk moeilijker mee gehad. Ik ben benieuwd: hoe word je van een meisje uit de hogere middenklasse in Buenos Aires Nederlands koningin? Welke offers moet je daarvoor brengen? Máxima brengt ongetwijfeld grote offers.'

Marcia Luyten

1971 Geboren in Wijnandsrade
1989-1996 Economie en Cultuur- en Wetenschaps-studies.
1997 Beleidsmedewerker Buitenlandse Zaken.
1999 Journalist bij de Volkskrant.
2001-2002 journalist in Rwanda.
2006-2010 journalist in Oeganda.
2012 Presentator Buitenhof.
2015 Het geluk van Limburg, bekroond met de Brusseprijs.
Marcia Luyten schreef nog drie boeken, waaronder Dag Afrika (2013).
Ze woont met man en drie kinderen in Broek in Waterland.

Wat zie jij als een offer?

'Dat je geen eigen leven meer kan hebben. Máxima heeft nog wel een serieuze functie bij de VN. Goddank hebben ze zich aan het hof gerealiseerd dat je, als je zo'n raspaard binnenhaalt, het niet aan de leiband moet laten lopen. Maar ze blijft grotendeels dienend.'

Je ziet het jezelf nog niet doen.

'Never ever! Máxima kan zich nooit uitspreken, dat lijkt me het zwaarst. Zeker omdat ze volgens mij eigenlijk best uitgesproken is. Dat is voor mij ondenkbaar. Ik vind het essentieel opinies te kunnen vormen en me uit te kunnen spreken. Die keurige, redelijke speech van Máxima waarin ze zei dat dé Nederlander niet bestaat, iets wat elk weldenkend mens zal beamen: als je dát al niet kan zeggen. Ze is heel voorzichtig geworden en dat begrijp ik.'

Dat maakt jouw biografie tot een ambitieus project. Klopt het gerucht dat het hof zijn deuren voor je heeft gesloten?

'Dat stond in de Privé. Maar het is onzin, beaamt ook de RVD, waarmee ik op een prettige manier in gesprek ben. Op dit moment ben ik me vooral aan het inlezen en spreek ik wat mensen, nog niet in haar inner circle. Meer kan ik er nu niet over zeggen, ik ben nog maar net begonnen.'

Ga je ook door als je geen medewerking krijgt?

'Daar is dus geen sprake van. Ik hoop met veel mensen uit Máxima's omgeving te kunnen spreken. Natuurlijk wordt het geen geautoriseerde biografie. Ik wil als onafhankelijk schrijver zo zorgvuldig mogelijk te werk kunnen gaan, om een waarheidsgetrouw beeld te schetsen van deze boeiende vrouw.'

Marcia Luyten was als meisje al uitgesproken. Ze herinnert zich nog het schoolrapport waarop de meester geschreven had: 'vrijpostig'. 'Dat vond ik toen heel erg naar maar volgens mij betekende het gewoon dat ik niet zo autoriteitsgevoelig was.' Luyten groeide op in Wijnandsrade, een dorpje tussen Heerlen en Maastricht in de Limburgse mijnstreek. Ze werd geboren in de tijd dat de mijnen sloten en haar horizon voortdurend veranderde; geen opwekkend beeld. 'Ik zag hoe de schoorstenen met springstof werden neergehaald', vertelt ze. 'Ik fietste naar mijn middelbare school in Hoensbroek door een bloedend landschap. Overal in de grond waren gaten geslagen waar ooit gebouwen stonden. En ging ik met mijn vriendinnen uit in Heerlen dan troffen we een totaal verloederde stad aan met junks en spuiten op straat. Het was troosteloos.' Van haar bezorgde vader, maatschappelijk werker bij de sociale dienst in Heerlen kreeg ze het boek Verslag van een junkie van Christiane F. te lezen. 'Dat was niet echt nodig, ik was best braaf', zegt ze. 'Ik begreep ook dat de junks uitwassen waren. Het echte probleem vond ik de berusting die mijn omgeving ademde. Iedereen zonk weg in moedeloosheid. Er was een gebrek aan daadkracht. Ik heb me daar zó aan gestoord. Ik was 14 en vol ambitie en levenslust en wist: ik moet hier weg.'

Beeld Fotografie: Valentina Vos (Witman Kleipool), styling: Lidewij Merckx (House Of Orange), visagie: Mascha Meyer (House of orange).

Je ging in Maastricht en later Amsterdam studeren. Waarin verschilde je van je leeftijdsgenoten die bleven?

'Ik was niet de enige hoor, wie kansen had vertrok. Er vond een braindrain plaats, funest voor de regio. Ik was als kind al avontuurlijk en onderzoekend. Ik heb me geërgerd aan dat autoriteitsbesef van anderen, dat enorme opkijken naar de pastoor of het schoolhoofd. Ik ging liever mijn eigen weg. Maar het zijn ook mijn ouders geweest die mijn ambitie hebben gevoed. Mijn vader moest op zijn 16de werken nadat zijn vader was overleden en heeft zich met opleidingen opgewerkt tot leidinggevende bij de sociale dienst. Mijn ouders hebben mijn twee broers en mij ook altijd gestimuleerd om het maximale uit onszelf te halen. Het was vanzelfsprekend dat ik naar het gymnasium ging toen dat kon.'

Je moeder mocht zelf niet leren. Heeft dat je beïnvloed?

'Behoorlijk. Mijn moeder was het slimste, meest toegewijde meisje van de klas maar mijn opa wilde niet dat zij, als jongste dochter op de boerderij, zou leren. Dat was voorbehouden aan haar broers, van wie er overigens niet een zijn opleiding heeft afgemaakt. Het schoolhoofd is nog aan de deur geweest om mijn opa over te halen zijn dochter toch naar de hbs of desnoods mulo te sturen maar hij was onverbiddelijk: het werd de huishoudschool. Mijn moeder heeft zich daarbij neergelegd.'

Begreep je dat?

'Ik begreep haar berusting helemaal niet, ik dacht dat haar ambitie altijd zou blijven branden. Als tiener vroeg ik haar: mam, nu wij ouder zijn kun je toch verder leren? Ze wilde het niet. Ze kon zich goed schikken in haar lot, zoals iedereen in die streek. Een wrange vrouw is ze nooit geworden. Ach, ik ken het gevoel van Limburg zo goed. Het gevoel van: het is ons overkomen.'

Als student in Maastricht maakte ze het ruimschoots goed; ze werkte zich een slag in de rondte. Ze deed twee studies en had drie baantjes. Uit efficiëntie timede ze op een gegeven moment zelfs haar supermarktbezoek: anderhalve minuut erheen fietsen, vier minuten boodschappen doen, anderhalve minuut terug. Vanwege de hoge jeugdwerkloosheid was ze op aanraden van haar ouders economie gaan studeren. Ze herinnert zich vooral het schrikbeeld dat haar nog jaren heeft nagejaagd: marketingmanager bij Head & Shoulders worden. Lachend: 'Dat nooit!' Haar tweede studie Cultuur- en Wetenschapsstudies noemt ze 'mijn geestelijke redding'. Luyten: 'Thuis waren er weinig boeken, nu las ik ineens teksten van Plato en Elias, fantastisch! Ik werd er freaky van, was zo fanatiek dat ik me bijna over de kop werkte. Maar ik had mijn pad gevonden. Ik werd een soort zendeling van kennis. Kopieerde teksten die mijn vrienden écht moesten lezen ook al zaten ze daar waarschijnlijk niet op te wachten.'

Braaf volgde ze het diplomatenklasje waarvoor ze was uitverkoren, maar het werk viel tegen. De voornaamste reden om het te doen was de liefde geweest. Tijdens de toelatingsprocedure in 1997 had ze Jeroen (De Lange, voormalig PvdA-Kamerlid, red.) ontmoet en meteen geweten: met deze man ga ik trouwen. Voor hem trok ze naar Den Haag en sloeg een 'geweldige promotieplek in Maastricht af; de liefde vraagt om nabijheid. Ze zijn nog steeds samen. Na twee jaar hield ze de diplomatie voor gezien. 'Ik was veel te uitgesproken om een goede diplomaat te worden.' Ze werd journalist bij de Volkskrant.

Tijdens ons gesprek vertelt Luyten honderduit over haar belevenissen als journalist in de tijd dat ze met haar gezin in Afrika woonde. Zo ontmoette ze een stam die de verschrompelde ballen van de tegenstander als een amulet om de nek droeg en sprak ze genocideplegers in Rwandese gevangenissen. Haar mensbeeld kantelde. 'De monsters bleken ook beleefde, vriendelijke mannen. Die gingen me dan vertellen hoe ze tot hun verschrikkelijke daden waren gekomen. Daar leerde ik dat Hannah Arendt gelijk had met De banaliteit van het kwaad. Gedachteloosheid is genoeg voor de ergste gruwelen.' Tijdens haar reizen zorgde huishoudhulp Aunty voor de kinderen. 'Ze stopte ze tussen haar borsten en was als een tweede moeder.

Luyten tuurt naar het weiland waar poes Patsy rondsluipt. Broek in Waterland is haar veilige thuishaven van waaruit ze de wereld verkent. Haar motto: leef optimistisch en onverschrokken en bewaar de kunst van berusting voor het onafwendbare. 'Je moet dapper leven', zegt ze na een slok gemberthee.

Welke dappere stappen heb je gezet?

'Oh, ik heb me zo vaak over mijn angst heen moeten zetten. Ik vond het eng om Buitenhof te presenteren zonder televisie-ervaring en ik vond het doodeng om met Jeroen naar Afrika te gaan. Maar je moet je nooit laten weerhouden door onzekerheid of angst. Anders kom je nergens.'

Wat was je angst ten aanzien van Afrika?

'Afrika trok me niet echt, en dan gingen we ook nog naar Rwanda waar kort ervoor de genocide had plaatsgevonden. Ik gaf mijn vaste baan bij de Volkskrant op en daarmee naar mijn gevoel mijn financiële onafhankelijkheid. Ik zou als freelance correspondent voor NRC gaan schrijven en had zelfs al mijn visitekaartjes binnen. Kreeg ik op dag één een mail: we kunnen helaas toch geen gebruik maken van je diensten. Zo'n domper. Ik dacht: jezus, nu kan ik hier helemaal niks. Later begreep ik dat een redacteur mijn aanstelling had tegengehouden. Van zo'n diplomatenvrouwtje nemen we toch geen stukken af, schijnt hij te hebben geroepen. Ik dacht: oké, ik ga laten zien dat ik mijn mannetje sta, aan die lul, aan iedereen.'

Hoe heb je dat gedaan?

'Ik ben met een Congolese journalist naar Kisangani gegaan, een belegerde stad in Congo, om reportages te maken. We vlogen er heen in het laadruim van een VN-vliegtuig tussen de vastgesnoerde jeeps, met beschonken Oekraïense piloten aan het stuur. Ik kende de situatie ter plekke niet goed, wist alleen dat het een oorlogsgebied was. Jeroen noemde me roekeloos, ik vond mezelf eerder onverschrokken.' Ze lacht. 'Ik heb er geweldige verhalen kunnen maken! Over de diamantindustrie en het leven in een belegerde stad.' Door haar stukken in Het Parool mocht ze alsnog voor NRC schrijven. 'Na Kisangani werd ik voor vol aangezien en telde ik mee.'

Haar scherpe pen zorgde meermaals voor problemen toen ze over ontwikkelingssamenwerking schreef. Haar man was door Buitenlandse Zaken als econoom bij de Wereldbank gedetacheerd om de begrotingssteun te stroomlijnen, Luyten schreef er kritisch over. Ze werden op het matje geroepen bij de ambassadeur: ze moest direct stoppen met schrijven. 'Maar ik ging door. Jeroen en ik vonden dat wat ik schreef klopte en dat ik dat ook moest kunnen schrijven. Uiteindelijk is zijn contract niet verlengd. Schandalig, al ontkent BZ natuurlijk dat het vanwege mijn stukken was.' Kwam het nooit in haar op om over iets anders te schrijven? 'Nee, daarvoor was het onderwerp te belangrijk.'

Luyten had bovendien voor hetere vuren gestaan. Toen ze naar Rwanda vertrok was ze nog herstellende van een ernstige ziekte, vertelt ze. 'Ik was in korte tijd bijna dertig kilo aangekomen en raakte steeds bewusteloos. Jeroen en ik deden er aanvankelijk luchtig over. 'Mars is elke ochtend eventjes weg en dan giet ik er wat jus in en dan is ze er weer', grapte Jeroen tegen vrienden. Het was ondenkbaar dat ons echt iets ergs kon overkomen. Ik vond het alarmerend dat ik steeds mijn bewustzijn verloor en vertelde er geëmotioneerd over aan mijn huisarts: de kortsluiting in mijn hoofd en het gevoel in een zwarte afgrond te vallen. Maar de huisarts stuurde me weg met kalmeringsmiddelen en de woorden: het is vast stress.'

Het bleek een tumor in haar alvleesklier. Ze produceerde zoveel insuline dat er niet tegenop te eten viel; haar bloedsuikerspiegel bleef extreem laag en de bewusteloosheid bleek het eerste stadium van coma. Jaren heeft haar leven in het teken van haar ziekte gestaan. Ze moest veel voor onderzoeken in het ziekenhuis zijn omdat de artsen de tumor niet konden vinden. Toen werd ze geopereerd. 'Van hier tot hier zit een snee.' Ze wijst naar haar torso. 'Ik dacht: tumor eruit en twee maanden later ben ik er weer bovenop, maar het herstel heeft jarenlang geduurd. Ik was fysiek totaal uitgeteerd en zat nog deels in de ziektewet toen we naar Rwanda gingen.'

Beeld Fotografie: Valentina Vos (Witman Kleipool), styling: Lidewij Merckx (House Of Orange), visagie: Mascha Meyer (House of orange).

Hoe ben je die periode doorgekomen?

'Het was een training in stamina, in wilskracht: toch baantjes trekken in het zwembad ook al zat ik huilend van uitputting in het kleedhokje, toch naar de Volkskrant-redactie blijven gaan ook al viel ik onderweg van mijn fiets en werd ik met de ambulance weggevoerd. Zo heb ik me tegen de ergste somberheid gewapend.'

Dat lijkt me niet eenvoudig.

Het is even stil. 'Dat was het ook niet. Ik heb in die tijd vooral geleerd hoe eenzaam ziek zijn je maakt, ook al word je omringd door geliefden. Niemand kan je helpen. Je zit alleen in dat zieke lijf en de angst voor hoe het zal gaan is onuitsprekelijk. Ik heb me vaak eenzaam gevoeld. Door mijn ziekte heb ik, tot dan toe een zondagskind, meer compassie gekregen met anderen.'

In Het geluk van Limburg schetst Marcia Luyten de glorie en neergang van de Nederlandse steenkoolindustrie aan de hand van een aangrijpende familiegeschiedenis: Sjaakie, telg uit een mijnwerkersgeslacht, moet met iedereen breken om zijn droom na te jagen.

Voor haar boek dompelde de journalist zich drie maanden onder in het Limburgse leven; ze woonde een paar dagen per week in een appartementje in Maastricht. Ze ging met de postbode op pad, bracht dagen door in de mijnkolonieën en bezocht interessante mensen die haar vader kende. Zo leerde ze ook haar hoofdpersoon Jack - Sjaakie - Vinders kennen, een bekende Limburgse zanger.

Ze was op het idee voor haar boek gekomen toen ze nog in Oeganda woonde. 'Ik zag met stijgende verbazing hoe de PVV in 2010 de grootste werd in mijn Limburg en vroeg me af: hoe kan die rancune zo groot zijn geworden? Het moest iets te maken hebben met de sluiting van de mijnen.'

Je hebt je boek dankzij Geert Wilders geschreven?

'Mijn fascinatie is wel bij hem begonnen. Ik vond zijn populariteit vooral verbijsterend. Want alles wat hij voorstaat, onder meer zijn anti-Europahouding, verergert de problemen in de regio alleen maar. En buitenlanders waren er nauwelijks in Limburg. Er waren veel gekomen in de mijntijd, maar die waren goed geïntegreerd.'

Je vond de Limburgers maar zeurkousen, blijkt uit een gepeperd opiniestuk van jou in NRC in 2011. Ze zouden zich sinds de mijnsluiting onterecht achtergesteld voelen door Den Haag. Een zichzelf vermeerderend vat vol rancune noemde je hen.

'Ik dacht: Jezus, je kan niet alsmaar klagen en dan tégen je toekomst stemmen. Het artikel was zout in een open wond. Ik heb zoveel akelige reacties op mijn stuk gekregen: nestbevuiler, wat doe je nog in Limburg. Tegelijkertijd kreeg ik ook bijval van de mensen die net als ik waren weggegaan uit Limburg. Maar ik geef toe, veel wist ik toen niet van de Limburgse mijngeschiedenis.'

Wat was de grootste verrassing?

'Dat Limburg een glorietijd had gekend in de jaren vijftig en zestig, juist door de mijnbouw. Heerlen was toen de rijkste gemeente van Nederland met het hoogste bontjassengehalte en de beste patissiers. Ik wist niet wat ik hoorde! Ik ontdekte dat de mijnstreek in de eerste helft van de vorige eeuw in de greep was geweest van een indrukwekkend project van social engineering: mijn, kerk en staat verenigden hun krachten om het socialisme buiten te houden en van de mensen horige mijnwerkers te maken. De kerk leerde hen in hun tegenslag te berusten. Dat is buitengewoon goed gelukt. In ruil voor de arbeid werd je hele bestaan voor je geregeld, van een huis tot kledingbonnen. Wilde je een baan in de mijnen dan ging je naar meneer pastoor die jouw kerkbezoek natrok en bij een positieve uitkomst een briefje met toestemming gaf. De mijnbouw floreerde en de mijnwerkers werden gevierde helden.'

Hoe ontstond die identiteit?

'Een onderdeel van die social engineering was het prachtige verhaal dat werd verspreid: we zijn een volk van helden die generaties lang het zwarte goud hebben gedolven. The invention of tradition, noemen historici dat. Het was een spiksplinternieuwe, zogenaamd eeuwenoude, traditie.'

En toen sloten de mijnen omdat de staat overging op aardgas. Je hebt je boek Het geluk van Limburg genoemd maar het verdriet overheerst.

'Je moet eerst het geluk kennen om het verdriet te begrijpen. In 1975 ging de laatste mijn dicht en tien jaar later was Heerlen failliet. De staat gaf veel geld, maar had geen masterplan voor een nieuwe economische motor. De herstructurering is grotendeels mislukt. Alles wat aan de mijnen herinnerde werd afgebroken en de sterke identiteit van de mijnwerkers was in één streek weggevaagd. Een verschrikkelijke, verwijtbare fout.'

Je beeld van zeurkousen kantelde.

'Ja, en mijn ergernis werd compassie. De mijnbouw heeft Nederland zoveel welvaart gebracht en de mijnwerkers hebben zoveel offers gebracht. Tijdens het schrijven begon ik hun verdriet te begrijpen: hoe verlaten, verloochend en vernederd de mensen zich gevoeld moeten hebben. Ik begrijp nu ook waarom de mensen daar op Wilders stemmen: het is een anti-establishmentstem. En dan is hij ook nog 'eine van os', zoals ze zeggen. Het heeft vijftig jaar geduurd voor de mijnstreek een beetje opkrabbelde en dat is de voedingsbodem voor Wilders. In Heerlen gaat het beter, in Kerkrade nog niet.'

In januari organiseerde Luyten met haar streekgenoot Petra Stienen een avond in de Amsterdamse Stadsschouwburg genaamd Het geluk/gelijk van Limburg. Een bonte stoet Limburgse sprekers trok voorbij, van Connie Palmen tot Twan Huys. Het doel: vooroordelen wegnemen bij 'Amsterdammers en andere Hollanders'.

'Dat pakte anders uit', lacht Luyten. 'In een mum van tijd was een groot deel van de kaartjes door Limburgers gekocht. Dat merkte je die avond wel aan de uitbundige sfeer in de zaal: wij Limburgers hebben de Stadsschouwburg veroverd!'

Beeld Fotografie: Valentina Vos (Witman Kleipool), styling: Lidewij Merckx (House Of Orange), visagie: Mascha Meyer (House of orange).

Is het zo erg gesteld met de vooroordelen over Limburg?

'Ik merk dat er nog veel in clichés wordt gedacht: vriendjespolitiek, paapse kinderlokkers, vlaaien en fanfares. Er wordt in de randstad nog altijd badinerend over Limburg gesproken. Volkskrant-columnist Bert Wagendorp noemde het klein-Sicilië toen hij over Jos van Reij schreef, maar gaat het over de Noord-Hollandse VVD-gedeputeerde Ton Hooijmaijers die aantoonbaar meer op zijn kerfstok heeft dan rept niemand van maffiapraktijken. Men denkt: katholiek dus onbetrouwbaar.'

Welk beeld wilde je er tegenover stellen?

'Ik wilde laten zien dat het koesteren van regionale tradities en eigenheid juist een positieve kant heeft en bovendien steeds belangrijker wordt, ook op het nationale toneel. En ik vond het, zeker in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen, belangrijk om duidelijk te maken waar aan de randen van het land het onbehagen over de elite in het centrum vandaan komt. Dan begrijp je niet alleen Wilders' populariteit maar ook Brexit en de uitverkiezing van Trump tot president.'

Hoe denken Limburgers eigenlijk over zichzelf?

'Er is nog steeds een beetje een calimerocomplex maar dat wordt gelukkig steeds minder. Het raakt me als ik merk dat Limburgers zich schamen als er iemand met een Limburgs accent op televisie is. Dan zeggen ze gegeneerd: oei, wat klinkt dat dom. Tegelijkertijd is er ook een superioriteitsgevoel: die zuinige Hollanders weten niet wat levensgenieten is! Daar krijg je een kaakje bij de koffie, bij ons had je al twee stukken vlaai opgehad. De regionale identiteit wordt steeds belangrijker in een snel veranderende, grillige wereld. De plaatsnaambordjes zijn de laatste vijftien jaar ook in het Limburgs.'

Hoe Limburgs voel je jezelf?

'Dat gevoel zit diep. Ik heb me altijd verbonden gevoeld met mijn geboortestreek. Ik vind het heerlijk om Limburgs te spreken. Het is mijn eerste taal, de taal van het hart. Sjuuf es un bats, zeggen we als iemand wil aanschuiven: schuif eens een bil. Toen we in Oeganda woonden sprak ik Nederlands met mijn man en kinderen, maar toen ik eens een steen op mijn teen liet vallen heb ik in het Limburgs gescholden: Godnondeju! Toen besefte ik hoe diep het zit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden