Ze weten Liesbeth altijd te vinden

Schrijver Henk van Straten stapt elke week in de auto bij een min of meer bekende Nederlander. Een enkele keer neemt hij de tram. Deze week: Liesbeth List.

Beeld .

Drie dames in een middenklasse stationwagon. De jongste is de chauffeur, van middelbare leeftijd. Naast haar zit actrice en columniste Annemarie Oster, en achterin, naast mij, zit Liesbeth List. Ze schelen een jaartje, Annemarie en zij, en kennen elkaar al decennia. 'We kunnen lezen en schrijven met elkaar', zegt Liesbeth, een stevige plastic tas van de Jumbo onder haar arm, omdat de auto propvol zit. Haar haar is strak geknipt, brons gekleurd, de pony kaarsrecht. Onder haar ogen zit dat vertrouwde streepje zwarte eyeliner, maar kleine vlekjes zijn ervan losgekomen, alsof de streepjes al die jaren een linie vormden en sommige soldaten nu aan het muiten zijn geslagen. De huid van de hand op de Jumbo-tas is dun als overtrekpapier; de aderen blauw en groen, gouden ringen om haar vingers.

Onderweg van Amsterdam-Noord naar Goirle, een dorpje vlakbij Tilburg, waar zij en Annemarie vanavond in het theater staan. Tandem. Nog tien voorstellingen, dan zit het erop. Maakt niet uit, ze weten Liesbeth altijd weer te vinden; een buitenlamp in de warme zomernacht. Liesbeth zingt, Annemarie vertelt en draagt voor. Op de poster is Annemarie vermomd als Liesbeth. Dat komt zo: er was eens een speciale avond ter ere van Liesbeth en toen kwam ineens Annemarie op het toneel, verkleed als Liesbeth. Liesbeth kon zweren dat zij het zelf was. 'Dat was doodeng.' Ik zeg dat ze mazzel heeft gehad dat ze niet in haar stoel een hartaanval kreeg, waarop Annemarie, van wie ik de hele rit alleen haar achterhoofd zie, me toesnauwt: 'Ga je mond met zeep spoelen!'

Geen grappen over de dood. Of toch wel. Liesbeth kan erom lachen en Annemarie stiekem ook. Twee jaar geleden verloor Liesbeth haar man, Robert Braaksma. 'Och', zegt ze. 'Ik ben altijd al eenzaam geweest. Als kind al ging ik van plek naar plek en gezin naar gezin. Ik zie het onder ogen, ik weet wat het is, ik neem de dag zoals die komt.'

Ook Ramses Shaffy verloor ze. Ze bezocht hem bijna dagelijks, nadat de aftakeling een vaart had genomen. Hij stierf met zijn hoofd in haar armen. 'Hij glimlachte. Ga maar, zei ik. Ga maar.' Nee, ze mist hem niet. 'Ik wist dat het eraan zat te komen. Als iemand ineens sterft, onaangekondigd, dan kun je woedend worden, maar dit...' De zin ebt weg, haar mond beweegt nog even door, alsof haar lippen nog woorden van haar verlangen.

En dan was er nog Cees Nooteboom. Haar geliefde van 1965 tot 1979. Niet dood, wel afgeschreven. 'Dat was zo'n nare man. Ik ben weggegaan en heb nooit meer omgekeken. Die stap durfde ik pas te zetten nadat ik met yoga was begonnen. Hij was te dominant, ik durfde eerder niet. Dat ik ineens wegging kwam voor hem wel als een verrassing. Hij is namelijk de baas van het universum, moet je weten.' Ze lacht smakelijk wanneer ze dit zegt en kijkt me aan met pretoogjes. Een wereld in die ogen. Werelden.

Of ik haar laatste cd wil hebben. We rijden een lange tunnel in. Donker in de auto. Het doosje met cd's is nog dicht en ze krijgt het plakband er niet af. Ik snijd het open met een sleutel. Onze handen, vlak bij elkaar, worden met intervallen verlicht. Heel even is er niks anders. Haar mooie, oude handen, met al die ringen. Mijn jonge getatoeëerde handen, de nagels afgekloven.

'Zijn we al in Parijs?', vraagt ze, wanneer we het licht weer in zijn gereden.

'Oh la la', zegt Annemarie.

@henkvanstraten

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden