Publieke sector

Ze werken met treinspringers, suïcidale kinderen en doodzieke mensen; Ze willen meer waardering (en minder werkdruk)

Leerkrachten, verpleegkundigen, agenten en militairen voeren actie in Den Haag. Ze vragen aandacht voor de problemen in de publieke sector. ‘We vinden dingen normaal die niet normaal zijn.’

Politieagent Maarten Brink, verpleegkundige Nynke Rosier en docent Willemijn Baaijens. Beeld Marcel van den Bergh

De een doorkruist Breda in een surveillancewagen, de ander staat er aan een ziekenhuisbed, de derde geeft er les aan kinderen met gedragsproblemen. In dezelfde stad doen ze totaal verschillend werk, maar ze kampen daarbij met vergelijkbare problemen.

Wat er dan mis is? Dat willen agent Maarten Brink, verpleegkundige Nynke Rosier en docent Willemijn Baaijens best uitleggen. En dus vertellen ze in een kantoortje in het Amphia Ziekenhuis in Breda hoe het eraan toegaat in de publieke sector. En waarom ze de acties van hun collega’s, die dinsdag gaan demonstreren in Den Haag, begrijpen.

Wat is in uw sector het grootste probleem?

Verpleegkundige Rosier: ‘Het vinden van voldoende mensen. Hier in het ziekenhuis zijn altijd vacatures, vooral op de gespecialiseerde afdelingen: de intensive care, de spoedeisende hulp of cardiologie. En doordat er te weinig mensen zijn, is de werkdruk hoog.’

Brigadier Brink: ‘Bij ons is de capaciteit ook problematisch. Zeer ernstige delicten blijven op de plank liggen: zedendelicten, geweldsmisdrijven. En het wordt erger. Over een jaar of drie gaan 15 duizend collega’s met pensioen. De vakbonden hebben altijd gezegd: er komt een grote uitstroom, doe er iets aan. Dat is nooit gebeurd. De korpsleiding maakt er een puinhoop van.’

Leerkracht Baaijens: ‘Ik werk in het voortgezet speciaal onderwijs. Ook daar is het lastig om goede mensen te vinden. Wij zoeken vakleerkrachten die bevoegd zijn om les te geven op de havo, maar willen werken voor een basisschoolsalaris. Onder die cao vallen we namelijk.’

Agent Maarten Brink. Beeld Marcel van den Bergh

Brink: ‘Wat bij de politie ook meespeelt, is dat het vertrouwen in de politietop helemaal weg is. Dat merk je op de werkvloer. Het doet iets met je motivatie. De Nationale Politie is hartstikke ziek. Ze heeft een griep die verwaarloosd is en daardoor steeds erger is geworden. In plaats van twee paracetamolletjes is er maar een kwart gegeven. De afstand tot de burger is toegenomen omdat er zo veel bureaus gesloten zijn. Een wijkagent zou 80 procent in zijn wijk moeten lopen, maar in de praktijk zit hij vaak 80 procent in de noodhulp.’

Is de maatschappelijke waardering voor de publieke sector te laag?

Rosier: ‘Ik denk het wel. Daarom zie je dat de klassen bij hbo-verpleegkunde minder vol zitten. Als het economisch beter gaat, kun je elders meer status en aanzien verwerven.’

Baaijens: ‘Wij doen het in het onderwijs niet gauw goed. Kunnen de kinderen niet rekenen, is het de schuld van de docenten. Terwijl iedereen ongelooflijk hard werkt.’

Verpleegkundige Nynke Rosier. Beeld Marcel van den Bergh

Brink: ‘Vaak die wijzende vinger. Als jij te hard hebt gereden, heb ik het gedaan, want ik geef de bekeuring.’

Baaijens: ‘Die mondigheid herken ik ook, bij de ouders en de kinderen. Jij bent de specialist, zeggen ze dan. Ja, maar jij hebt je zoon al achttien jaar in huis.’

Soms loopt dat ook uit de hand.

Brink: ‘Wij krijgen met geweld te maken. Dat is echt een gigantisch probleem. Slaan, schoppen, spugen. Wij gaan altijd naar de problemen toe, altijd op het gevaar af. We kunnen ons natuurlijk verdedigen, want wij hebben het geweldsmonopolie. Maar als we geweld gebruiken, krijgen we tegenwoordig steeds eerder een klacht aan ons broek.

‘Geweld kan onvoorstelbaar onvoorspelbaar zijn. Je maakt een praatje en voor je het weet lig je op de grond. Je spreekt iemand aan omdat hij geen gordel draagt en je moet hem arresteren met pepperspray. En je moet je beheersen. Maar er zijn collega’s die hersenletsel hebben opgelopen, die zijn getekend voor het leven.’

Baaijens: ‘Op school volgen wij cursussen waar we ‘dreigend en destructief gedrag’ leren herkennen. Ook in het onderwijs is er veel agressie, zeker bij ons op school. We hebben meegemaakt dat de ruiten zijn ingegooid door een boze leerling, of dat docenten geslagen worden. En op het moment dat je ingrijpt, staan de ouders op de stoep.

Docent Willemijn Baaijens. Beeld Marcel van den Bergh

‘Sinds de invoering van het passend onderwijs is het werk zwaarder geworden. Het duurt nu langer voordat leerlingen van een reguliere school naar ons worden doorverwezen. Soms krijgen we ze pas in de vierde klas. Met problemen waar eerder nooit iets aan gedaan is. We hebben veel kinderen met depressies en psychoses.’

In jullie werk maken jullie veel sociale ellende mee. Verklaart dat een deel van de werkdruk?

Brink: ‘Zeker. Wij zijn er vaak als eerste bij. Reanimaties, treinspringers.’

Baaijens: ‘Ik spreek kinderen met suïcidale gedachten. Hoe vaak je het ook meemaakt, het doet altijd iets met je.’

Rosier: ‘Ja, het is niet alleen het harde lopen dat het zwaar maakt. Ook de gesprekken die je voert, een luisterend oor bieden aan mensen die ernstig ziek zijn.’

Brink: ‘Jij hebt ze in de klas, jij in bed, ik op het dak.’

Rosier: ‘De grens van wat je normaal vindt vervaagt. Wij vinden dingen normaal die niet normaal zijn.’

Brink: ‘Hoe vaak doet de gemiddelde mens een reanimatie? Ik heb diensten dat ik er wel vijf heb.’

Wat zou er moeten gebeuren om de situatie te verbeteren?

Brink: ‘Ik roep heel hard: geld. Wat is veiligheid de maatschappij waard? Wat heb je er voor over om een gezonde nationale politie te bouwen? Zorg voor voldoende capaciteit, maak het vak aantrekkelijk, ook door meer te betalen. Rutte en Grapperhaus roepen maar steeds dat ze zo’n waardering hebben voor ons. Tja, die woorden hoor ik al jaren. Daar word ik niet beter van. En de burger ook niet.’

Rosier: ‘Voor de zorg geldt hetzelfde. De opleidingen moeten weer vol komen te zitten en er moet voldoende capaciteit zijn om mensen op te leiden en in te werken. Het zit ook in het imago van de zorg. Een beetje stoffig.’

Baaijens: ‘Meer waardering en een beter salaris. Dat zou veel uitmaken.’

Brink: ‘Toch zou ik geen ander vak willen doen, ook al verdiende ik er 10 duizend euro meer mee. Dit is het mooiste wat er is. Ik ga fluitend naar mijn werk.’

Rosier: ‘Ik zou ook blijven. Ik weet van kleins af aan al wat ik wilde. Anders had ik wel een andere studie gedaan.’

Is dat niet het probleem? Dat jullie zo loyaal zijn dat jullie toch wel doorwerken?

Brink: ‘Misschien wel. Bij Ryanair staken de piloten gewoon. De reizigers zoeken het maar uit. Dat kunnen wij niet doen.’

Nynke Rosier (33), verpleegkundige: ‘Ik ben niet de zorg in gegaan om rijk te worden’

Meewerkend teamleider – ‘vroeger heette dat hoofdzuster’ – in het Amphia Ziekenhuis in Breda. 

Waarom publieke sector? ‘Mijn moeder is ook verpleegkundige, ik heb nooit iets anders gewild dan voor mensen zorgen.’

Salaris? ‘Ik ben niet de zorg in gegaan om rijk te worden. Wel vind ik dat verpleegkundigen meer moeten verdienen. Als je ziet wat voor verantwoordelijkheden ze hebben.’

Werkdruk? ‘Die is hoog in het ziekenhuis. Je staat constant aan, bent altijd alert en altijd bereikbaar. Je moet er zelf voor waken om op tijd een broodje te eten.’

Administratie? ‘Daar zijn we tegenwoordig 30 procent van onze tijd mee kwijt. Er zijn veel veiligheidschecks. Antibiotica toedienen doe ik bijvoorbeeld met een collega. Daarna zetten we het allebei met onze eigen inlognaam en wachtwoord in het Elektronisch Patiënten Dossier.’

Staken? ‘Nee, dat doe ik niet. Ik wil aandacht vragen voor problemen, maar ik laat daar geen patiënten voor in de steek.’

Maarten Brink (43), agent: ‘Het vangen van boeven brengt veel administratie mee’

Brigadier bij politie Zeeland-West-Brabant, voorzitter van de politievakbond ACP in Zeeland-West-Brabant.

Waarom publieke sector? ‘Ik wil wil hulp verlenen en criminaliteit tegengaan. En niet op de bank zitten en maar klagen hoe crimineel het hier is.’

Salaris? ‘Het basissalaris is redelijk, maar de toeslagen zijn te laag. Zo zijn onze mensen voor 2 euro per uur 24/7 bereikbaar en inzetbaar. Dat heeft enorm veel impact op je sociale leven.’

Werkdruk? ‘Er is veel te veel werk voor te weinig mensen. Mensen klagen dat er niets gebeurt als hun fiets is gestolen. Nee, er ligt namelijk ook nog een zedendelict.’

Administratie? ‘Het vangen van boeven brengt schriftelijk werk met zich mee. Als ik om 19 uur een flinke zaak doe, werk ik soms tot 2 uur ’s nachts over vanwege de administratie. En dan heb ik het nog niet eens over de haperende ict.’

Staken? ‘Als iemand 112 belt, moeten we er staan. Daarom staken we niet bij de politie, we voeren actie.’

Willemijn Baaijens (36), leerkracht: ‘Werkweken van 40 uur bestaan bij ons niet’

Docent en intern begeleider op het Brederocollege in Breda, een school voor voortgezet speciaal onderwijs.

Waarom publieke sector? ‘In groep 3 van de basisschool wilde ik al juf worden. Dat is nooit veranderd. Ik wil mensen iets leren.’

Salaris? ‘Als een van de weinigen word ik goed betaald, omdat ik in een hoge schaal zit. Veel collega’s hebben dat geluk niet.’

Werkdruk? ‘Werkweken van veertig uur bestaan bij ons niet. En het werk vraagt veel van me: ik moet niet alleen les geven, maar ook constant alert zijn, want de kinderen hebben allemaal gedragsproblemen of psychische problemen.’

Administratie? ‘Die doe ik dus vaak thuis, tien tot twintig uur per week. En daar zit heel wat bij waarvan ik het nut niet inzie. Zo moet ik mailverkeer met ouders ook uitgebreid in een logboek vastleggen.’

Staken? ‘Daar ben ik toe bereid. Maar we kijken ook altijd naar het belang van leerling.’

Het protest van dinsdag: in het zwart (of op zwart)

Leerkrachten, verpleegkundigen, agenten en militairen verzamelen dinsdag om 18 uur op het Lange Voorhout in Den Haag voor een protestmars langs de vier verantwoordelijke ministeries. Een dag later debatteert de Tweede Kamer over het afschaffen van de dividendbelasting.

‘We doen samen een appèl aan het Kabinet om te kiezen voor politie, defensie, zorg en onderwijs in plaats van buitenlandse aandeelhouders’, aldus initiatiefnemer Jan van de Ven op Facebook. De organisatoren roepen deelnemers op in het zwart te komen, ‘want zonder ons gaat dit land op zwart’.

De organisatie van het protest is in handen van de FNV en actiegroep Publieke Sector in Actie. Er is een vergunning aangevraagd voor 3.500 mensen. Mensen die niet komen kunnen hun profielfoto op de sociale media veranderen in een zwart-witbeeld, ‘zodat morgen niet alleen Den Haag zwart kleurt, maar ook social media’, aldus Marijke Volgers van Zorg in Actie.

De Facebookgroep Publieke Sector in Actie heeft inmiddels ruim 25 duizend leden. Dat is minder dan de afzonderlijke pagina’s van PO in Actie (bijna 45 duizend leden) en Zorg in Actie (26 duizend). Bij Malieveld 2.0 zijn ruim 17 duizend politiemedewerkers aangesloten, bij Steundemilitair nog geen zevenhonderd. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.