Ze waren anders

Ze kwamen van ver - de pindachinees met zijn pindabrokken, een matroos uit een of andere haven, een gevluchte Hongaar, een tweede generatie-Marokkaan....

Ze vielen op in het straatbeeld, het is de reden waarom ze zijn gefotografeerd. Ze kwamen van ver en zagen er anders uit; in hun kleding, hun huidskleur, gedrag, geloof en gewoontes. Soms viel het verkeer zelfs even stil en liep de straat uit om het nieuwe verschijnsel te bekijken.

Ze spraken tot de verbeelding, zien we op een foto van Jacob Olie uit mei 1892 van een groep als bedoeïenen verklede kinderen. De jongens van Olie vertaalden het beeld dat ze af en toe op straat of in de havenbuurten zagen naar hun zucht in avontuur; naar de boeken van Herman Melville of Karl May, Moby Dick en Von Bagdad nach Stambul.

Het is heel lang zo gebleven, in de eeuw die de tentoonstelling - Het Gezicht van Amsterdam, Nieuwe Amsterdammers gefotografeerd 1900-2000 - beslaat. En daarvoor was het ook al zo. In de zeventiende eeuw schilderde Rembrandt de sefardische joden op de Dam geprononceerd op de voorgrond. Zoals Ben van Meerendonk in 1954 een mooie zwarte vrouw fotografeerde op de Nieuwendijk of een Turks gezin in de Indische buurt. Het publiek op de dijk kijkt om, net als Rembrandt toen, naar die exotische verschijning; in de Eerste Atjehstraat zijn de jongens er zelfs voor gestopt met voetballen en steppen.

Ze waren anders, de vreemdelingen die zich in Amsterdam kwamen vestigen. Ze vielen op. Ze dansten beter, wisten de meisjes van de Zeedijk en de Nieuwmarktbuurt van de zwarte jongens uit Suriname die de Cotton Club en Casablanca bevolkten. Soms buitten ze dat anders-zijn schaamteloos uit of werden er, wie zal het zeggen, door de nood van de crisisjaren toe gedwongen.

Mark Kolthoff portretteerde een standwerker in de Joden Houttuinen, 1935. Een pikzwarte man, met een witte doktersjas aan voor het vertrouwen, staat naast een bord dat zijn menthol-tandpasta Babajaba aanbeveelt als 'Het Natuur Geheim van het Zwarte Ras'.

In wat voor situatie ze ook zijn vastgelegd, de pindachinees met zijn trommel pindabrokken op een brug in de winter, de joodse lompenvrouw op het Waterlooplein voor de oorlog, de Duitse dienstmeisjes uit de tijd van Breitner, de zeelui uit alle delen van de wereld die door de stad zwierven: ze vielen op en verdwenen vervolgens in de anonimiteit. Ze werden opgenomen in het grotere geheel van de stad, vonden er werk, een huis, maakten er deel van uit.

Hun historisch beeld is in deze verzameling van het Amsterdams Gemeentearchief voor eeuwig vastgelegd in een pasfoto op een ventvergunning van de dienst marktwezen, op een politiefoto of in een knipsel uit het plakboek van merkwaardige voorvallen dat een politiecommissaris voor eigen plezier bijhield en dat bewaard is gebleven, in portretten uit klassieke portretstudio's, en later in die eeuw, in onze dagen, in de documentaire opdrachten die de stad Amsterdam elk jaar aan fotografen verleende.

Het straatbeeld van die eeuw, die we zo aan ons voorbij zien trekken, vertelt in dit onderwerp tegelijk ook van de geschiedenis van Europa, van de trek van het platteland naar de grote stad, van kolonisatie en de-kolonisatie, van oorlogsdreiging en oorlog, van onderdrukking en bevrijdingsoorlogen. Aan het eind van de negentiende eeuw vond de Amsterdamse bevolking een nieuwe bloedgroep in de golven arme landarbeiders uit Groningen, Friesland en Overijssel. Met de pogroms in Rusland volgden golven joden uit Oost-Europa. In de crisistijd vestigde zich een nieuwe bevolkingsgroep in de stad van Chinese zeelui, die werkloos geworden waren en hier bleven hangen; direct gevolgd door vluchtelingen uit Duitsland, die werden bedreigd door de terreur van de nazi's.

Na de oorlog kwamen de Hongaarse vluchtelingen na de neergeslagen opstand van 1956, de geëxpatrieerden uit het oude Indië, de schoorsteenvegers en terrazzowerkers uit Italië, de eerste gastarbeiders uit de arme boerenstreken van Griekenland, Sicilië en Spanje. En weer later, met de onafhankelijkheid van de oude kolonie, de Surinamers en de tweede grote golf van migranten uit Turkije en Marokko.

De tentoonstelling vertelt het verhaal van hen en van de stad in een loop. Het begin ligt naast het einde, het einde naast het begin, als een proces van eeuwigheid.

En steeds weer, met elke golf, vielen ze op in het stadsbeeld. Als de vreemdeling, de gast, de uitzondering. Tot nu. Opeens is er een omslag gekomen. Is er geen mens meer die nieuwsgierig omkijkt. Het straatbeeld, de samenleving, is veranderd. Ze zijn geen vreemdeling meer, maar Amsterdammer geworden als alle anderen, al in de tweede, derde generatie. Zij hebben dat straatbeeld veranderd, met hen is het gezicht van Amsterdam veranderd.

Vivikananda

De expositie vindt plaats in het bijgebouw van het Gemeentearchief, de vroegere diamantfabriek van Asscher in de Tolstraat, waar toen ooit ook in het dagelijks leven van de diamantslijpers en -klovers zo'n verhaal van immigratie, integratie en emancipatie werd verteld. De foto's hangen in een lange zaal, die wordt beheersd door een eindeloze lange tafel, waar een rol op ligt vol namen, die ook het hart vormen van het bijhorend boek. Jongens en meisjesnamen: Ralph, Ruben, Francis en Lionel; Katinka, Sanne, Charlotte, Constance, Irma, Cindy en Cécé; Tomohiko, Vivikananda, Zena, Yussef, Pallavi, Galid en Fatima.

Met het straatbeeld van de stad zijn ook de namen van de inwoners veranderd. Uit de toptien van jongens- en meisjesnamen uit 1947 (Jan, Johannes, Hendrik, Cornelis, Willem, Pieter, Gerrit, Jacob, Jacobus en Petrus - Maria, Johanna, Anna, Cornelia, Adriana, Wilhelmina, Catharina, Hendrika, Elisabeth, Grietje) komen we in die van nu bij de jongens er helemaal niet één meer tegen. Bij de meisjes alleen nog Anna. De eerste plaats op die van de jongens in Amsterdam wordt nu ingenomen door Mohamed. Een statistiek meldt het in een simpel lijstje, als de voltooiing van een integratie.

In de foto's zien we dat proces zich voltrekken. In alle problemen die er waren (en nog steeds zijn), in historische beelden en in straatbeelden van nu. Van de havenloodsen die als opvang dienden voor de Belgische vluchtelingen in de Eerste Wereldoorlog tot de groezelige pensionnetjes, met bedden die in ploegendiensten dubbel beslapen werden, waarmee de eerste gastarbeiders het moesten doen. We zien een vrouw brood bakken voor de reis naar Turkije in een kamer met een foto van Den Uyl aan de wand. Het is een wonderlijk beeld van integratie. Het is niet zozeer Den Uyl die hier hangt, maar de regeringsleider van het gastland die de vaste plaats boven het buffet van Ataturk heeft ingenomen. Het ene symbool is, eenvoudig, verwisseld voor het andere.

In de laatste jaren van die eeuw zien we, in foto's van Inge Ybema, Teake Zuidema en Julika Rudelius, die integratie gewoon worden, vanzelfsprekend, alledaags, in beelden van mensen die aan het werk zijn, in het onderwijs aan een koranschool, in kinderen die wat rond hangen in een pauze van de school. 'Amsterdam is door immigratie groot geworden', is het motto van de tentoonstelling, 'dat is de constante lijn in de geschiedenis'.

Buitenkant

Op een enkele uitzondering na is iedereen, op al die foto's uit die eeuw, anoniem gebleven. Van sommigen is een naam bekend, maar niet hun levensgeschiedenis. Wat het archief bezit, is een schat aan foto's. Maar het zijn losse foto's, die iets zeggen over de buitenkant van een bestaan. Dat is de onderliggende boodschap van het overzicht; en een letterlijke uitnodiging aan die nieuwe Amsterdammers om meer over te dragen. Het archief wil, voor nu en later, uit dat hele levensverhaal kunnen putten - uit het archief en het beeldmateriaal van die koranschool in de Talbah moskee, de Turkse voetbalclub in Nieuw-West, de Russische orthodoxe kerk in de Bijlmer, uit het draaiboek van het Kwakoe-festival.

'Meer dan de helft van de leerlingen in het basisonderwijs in Amsterdam is van allochtone afkomst', zegt samensteller Ludger Smit. 'Over twintig jaar zijn ze volwassen, nieuwsgierig misschien naar hun geschiedenis en dan hebben we niets.' Ze zijn dan in de stad geïntegreerd, is de boodschap, maar dat proces is pas compleet als ze ook in zijn geschiedenis zijn geworteld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden