'Ze staarden met rode ogen en ze lachten hysterisch'

Interview..

Van onze verslaggeefster Sacha Kester

Amsterdam Ze heeft het geaccepteerd dat haar beide handen zijn afgehakt en nooit meer aan zullen groeien. ‘Het maakt niet uit hoe hard ik blijf huilen of hoe boos ik word’, vertelt Mariatu Kamara. ‘Ze zijn weg, en komen niet meer terug. Maar vergiffenis Daar werk ik nog aan. En ik hoop dat ik op een dag zover ben.’

Mariatu Kamara (23), die opgroeide in het West-Afrikaanse Sierra Leone en slachtoffer werd van de burgeroorlog, is op uitnodiging van haar uitgever en Amnesty International in Amsterdam, om te vertellen over het boek De smaak van Mango, waarin ze haar levensverhaal vertelt. ‘Het leven was heerlijk en zorgeloos’, zegt ze. ‘Ik stond op, werkte op het land en ging vissen, of zwemmen in de rivier.’ Ze kon zich niet veel voorstellen bij de rebellen. Af en toe verstopten de dorpelingen zich voor hen in de jungle, maar Mariatu zag ze nooit en begon zich zelfs af te vragen of ze wel bestonden.

Tot ze tegenover hen stond, en alles voorgoed veranderde. De 12-jarige die zich haar leven lang veilig had gevoeld, zag hoe een man in zijn buik werd geschoten, een zwangere vrouw en haar baby werden vermoord, haar echtgenoot werd gestenigd en er van zijn gezicht niets over bleef dan een bloederige massa. En ze was doodsbang voor wat ze met haar zouden doen.

‘Het enige waar ik ooit echt om had gebeden, was een mooie nieuwe jurk, maar nu bad ik om zo snel mogelijk te mogen sterven’, schrijft ze in haar boek. ‘Toen ik mijn ogen opende, stond er een groepje kindsoldaten naar me te staren. Als ze niet van die rode ogen hadden gehad, en geen geweren en messen, dan zou het net zijn geweest alsof ik mijn ogen opendeed nadat ik tot honderd had geteld bij verstoppertje spelen en de dorpskinderen lachend voor me zag staan.’

Maar deze lach was het hysterische gieren van jongens die verdoofd waren door drugs. Mariatu werd meegenomen naar een vlak rotsblok, en twee jongens hielden haar overeind, omdat ze begon te wankelen. ‘De jongen had twee pogingen nodig mijn hand af te hakken, omdat de eerste klap niet door de botten heen ging’, schrijft Mariatu. Daarna vloog haar hand van de rots op de grond, en spartelde nog even als een forel die op het droge was gegooid. ‘Voor mijn linkerhand waren drie pogingen nodig. Desondanks bleef er nog wat vlees hangen dat weifelend heen en weer bungelde.’

Op de een of andere manier bereikt Mariatu later de hoofdstad Freetown, waar ze in het ziekenhuis wordt behandeld aan haar wonden, en later bevalt van haar zoontje Abdul. De baby sterft nog geen jaar later aan ondervoeding en Mariatu is wanhopig. ‘Ik kroop in mezelf’, vertelt ze. ‘Je gaat door met overleven, zonder jezelf af te vragen waarom. De wereld om me heen bestond nauwelijks meer, ik wilde met rust worden gelaten.’

Toen er westerse journalisten naar het vluchtelingenkamp kwamen, werd Mariatu gevraagd of ze iets nodig had. Dat had ze. ‘Groenten, schoon water, zeep, nieuwe kleren, borden’, een lange lijst zaken die ze in het kamp niet had.

‘Ze wilden ook dingen over mij weten’, zegt Mariatu, ‘en zo kwam het verhaal in de wereld dat ik door rebellen was verkracht.’ De jonge vrouw schudt misprijzend haar hoofd. ‘Zo gaat het altijd met de media. Misschien hebben ze de tolk verkeerd begrepen, maar ik denk dat deze journalisten hun eigen verhaal hebben gemaakt: ze hadden gehoord dat vrouwen door rebellen werden verkracht, en ik was een 13-jarige met een baby, dus ik zou wel een van de slachtoffers zijn.’

Dat klopte niet, want Mariatu was verkracht door Salieu, een vriend van de familie, maar het verhaal blijft rondzingen omdat het op internet staat, en steeds weer wordt overgenomen. Typisch, vindt Mariatu. ‘Westerlingen zijn niet echt geïnteresseerd in ons lot. Zelfs degenen die zogenaamd met eigen ogen komen zien hoe het is, hebben het verhaal van tevoren al in hun hoofd zitten.’

Dat is waarom ze dit doet, legt Mariatu uit. Ze woont nu in Canada, studeert om hulpverlener te worden, en zou het liefst met rust worden gelaten, maar voelt het als haar plicht om een boek te schrijven, en als ambassadeur voor Unicef op te treden. ‘Er is nog zoveel nodig – in Sierra Leone en op andere plaatsen. Veiligheid, voedsel, ziekenhuizen, opleidingen en banen. Slachtoffers hebben de wereld nodig – en ik probeer een stem te zijn die hun boodschap naar de wereld brengt.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden