'Ze spuiten mist'

'Ik had zeven Vincke & Verstuyft-boeken geschreven en daarnaast nog zeven andere misdaadromans, dat vergeten de mensen nogal. Veertien in het geheel, dat vond ik een mooi rond getal....

'Daarna Goud. Ik ben lang geleden begonnen dat verhaal aan mijn vrouw te vertellen. Toen heb ik het niet willen afmaken, ik nam me voor het 25 jaar later op te schrijven. Het is zo'n verhaal waardoor een spook door het huis gaat dwalen. Het moest eruit, ik beschouw het als mijn laatste Congo-hoofdstuk. Ik wilde zien hoe ver ik kon gaan in die stijl zonder hoofdletters en interpunctie. In het begin is het moeilijk, maar als je doorleest, kies je zelf je komma's, adem je in het ritme van de zinnen. Zo moet het gelezen worden. Ik heb het eerst hardop voorgelezen voor mezelf.

'Ik had mijn vrouw een beetje voorbereid dat het een heel eng verhaal is, alles loopt uit de hand. Het speelt in 1955, ik schreef het in de hete zomer van 1995. Er was een poesje van ons gestorven. Dat heeft een prangende druk op dat verhaal gezet. Mijn vader is in dat jaar ook gestorven. Ik denk dat ik Goud nooit meer ga herlezen.

'Ik was jong en onverschrokken, ik deed waanzinnige dingen toen, dingen die ik nu niet meer zou doen. Dat ik het niet aan mijn vrouw kon vertellen, zegt genoeg. Nu het geschreven is, nu ik het heb verteld, is het voorbij. Ik hoefde in 1995 mijn ogen maar te sluiten en ik was terug. Een bedekte zelfkwelling, maar het therapeutisch vermogen is 100 procent. Het spook is weg.'

'Vorig jaar was ik in Botswana. Het was alsof ik maar enkele maanden uit Afrika was weggeweest. Wat er gebeurt op dat continent raakt me niet meer. Het is onbeheersbaar geworden. Ik heb er zeven jaar gewoond, die bladzijde is omgedraaid.

'Na Goud heb ik twee jaar niks gedaan. Een beetje leven, me een beetje amuseren, op mijn leeftijd, 68, mag dat wel. Maar toen in 1996 bepaalde dingen in België begonnen te gebeuren, hoe is het in godsnaam mogelijk, dingen die ik in mijn misdaadromans heb beschreven en waarvan iedereen zei, god Geeraerts: paranoia, fantasie, seniele angst - en het was allemaal veel erger dan ik ooit had durven suggereren. Toen begon het hier te werken, om met die facts een roman te schrijven. Een roman die verslonden moest worden. De PG was niet makkelijk om te schrijven.

'Ik wist niet dat het zo erg was, die corruptie. Wel bij de politie, maar dat het ook in de magistratuur gebeurde. . . De procureur-generaal is de top, er zijn er maar vijf van in België. Dat op dat niveau dergelijke dingen kunnen gebeuren. . . Vandaag staat in De Morgen dat magistraten uit Antwerpen een liefdesnestje hadden in Philippine, in Zeeland. Ze werden door een kleine gangster gemanipuleerd om daar met hun geliefde te komen neuken, zal ik maar zeggen, en ja, die heeft dat als een stok achter de deur gebruikt om gunsten af te dwingen. De werkelijkheid achterhaalt het boek, gatverdamme.

'Er is een lijst met de corruptiegraad van landen, van 1 tot 80. Denemarken staat nu 1, verleden jaar was dat Nieuw-Zeeland. Die zijn clean. Nederland 5, proficiat! België stond verleden jaar 29 en nu 34, we gaan achteruit. Nigeria 80, maar ja, dat hadden we wel verwacht, hè. België blijft een goudmijn voor me, ik ben er een beetje mee bezig om het in die koppen van de Belgen te hameren. Het is geen ziekte, het is een syndroom, dat kun je dus niet meer genezen.

'Dit is een prettig land om in te verblijven, de levenskunst is hoog. Ik ken Italië niet goed genoeg om daar zinnige dingen over te zeggen, maar er zijn overeenkomsten: het arrangeren, de verstrengeling van belangen van de grote en de kleine maffia en de politiek. Onze rechterlijke macht is slecht bemand, een onderzoeksrechter in Brussel koopt uit eigen zak gsm's voor zijn equipe, hij zit in een klein rotkantoortje en komt in het weekeinde terug om het op te schilderen. Computers zijn nergens mee verbonden en zijn alleen als tekstverwerker te gebruiken.

'Ook als er grote zaken spelen, dan voel je dat er een soort verbodsbepaling komt, van bovenhand. Van mensen die je moet zoeken in kringen van het hof, de grootindustrie, de adel. De kabinetschef van de koning, vergeet die niet, een zeer machtig man. Hij is gebleven na de dood van Boudewijn, en Albert II is een enigszins zwakke figuur, nog meer manipuleerbaar dan Boudewijn. Tot in de diplomatie forceert hij benoemingen.

'Hij is van de katholieke charismatische beweging. Heel conservatief. Ze geloven in de kracht van de Heilige Geest, ze bidden met de armen open, je hebt dat gezien met Fabiola, tijdens de begrafenis van Boudewijn. Daar stond ze gelukzalig glimlachend in het wit gekleed. En ze geloven in wonderen. De koning heeft veel zeggenschap, niets is openbaar, het gebeurt in de coulissen. Dat is de salonpolitiek van de Franstaligen door wie België tot op hoog niveau wordt bestuurd. Je kunt het niet bewijzen, het gebeurt in het geheim, ze spuiten mist. Charmante mensen hoor, ik ken er veel. Dat is het bedrieglijke, hè.

'Het is als een puzzel, je moet hier en daar gaan zoeken, en dan probeer je alles voor een boek passend te maken. Ik heb serieuze informatiebronnen, er zijn experts die ik kan bellen. Ik check alles en kom tot conclusies die zeer dicht bij de waarheid staan. Wat ik vroeger geschreven heb, komt uit. Dat zullen ze nooit toegeven, ze zijn eerder kwaad dat je het openbaar hebt gemaakt.

'De PG is van internationaal niveau, zeggen ze in Nederland, maar in België gaat het van: tja, Geeraerts zal wel prostaatproblemen hebben, omdat de hoofdpersoon die ook heeft. Maar godverdomme, wat is dat nu voor een reactie? Dorpsroddel noem ik dat, dat heeft niks uit te staan met ernstige literaire kritiek.

'De hoofdpersoon van De PG, Albert Savelkoul, is niet onsympathiek, je kunt soms om hem lachen, en wat nog niemand heeft opgemerkt: hij is zuiver juridisch zeer bekwaam, hij heeft een graad in Harvard, daar valt niks op te zeggen. Maar als mens is hij naïef, hij heeft geen mensenkennis en op amoureus gebied is hij nogal infantiel. De Belgen storen zich niet eens meer aan de normale corruptie van die man. Dat is toch verbazingwekkend. Zwitserse bankrekening, relaties met de onderwereld, liefdesnestje, het is al geaccepteerd.

'Opus Dei, dat in De PG zo'n belangrijke rol speelt, heeft in België driehonderd leden in kloosters, de numerairs. Daarnaast, en dat is veel gevaarlijker, zijn er de sympathisanten buiten het opus, die de regels volgen, heel strikt, ook in hun werk; ze zijn onverbiddelijk, onbeschaamd en hard, en het zijn mensen van de hoogste top: de media, de universiteiten, de industrie, de diplomatie, de banken, het leger. Als iemand serieus katholiek is en rechts, mag je ervan uitgaan dat hij Opus Dei helpt, als coöperant. Zoals dat in mijn boek gebeurt.'

'De leden moeten God dienen op aarde, 24 uur per dag, volgens de leer van oprichter Josemaria Escriva, een harde dogmaticus. Die heeft 999 spreuken vastgelegd in De Weg. Als je die bestudeert, begin je aan zijn verstandelijke vermogens te twijfelen. Hij zegt bijvoorbeeld dat iemand die een slecht boek leest, een vat vol vuilnis is. Het was een verwrongen, licht psychopatische man, heerszuchtig. Uitvaren tegen vrouwen als er een vlekje op tafel was achtergebleven. In Rome onderhield hij een schrikbewind. Maar wel door de paus zalig verklaard.

'Ik ben er geweest. Met lef aanbellen: ik wil de crypte zien van bischop Escriva. Een mooi geklede jongeman deed open, hij zag er niet als een monnik uit, het was een chique huis in de ambassadewijk van Rome. ''Solo signor, zijt ge alleen, mijnheer?'' Ik werd naar de crypte geleid met de zilveren sarcofaag. Onderweg stond mijn registreerapparaat op volle toeren. Alle dingen die in het boek staan, zijn juist.

'Ze zitten niet alleen in België, maar ook in Spanje, Italië, Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk. In Nederland een beetje. Frankrijk ook, in Parijs is een documentatiecentrum, daar ben ik veel geweest. Ze kennen me er. Neen, niet als schrijver. De Franse vertaling van mijn boeken lezen ze zeker niet. Ze zijn eigenlijk dom hoor.'

'Het opus bezit in heel België huizen en appartementen, zelfs een kasteel voor retraites. Een studentenhuis zonder namen bij de bel, alsof er niemand woont. In Rome was alles dicht. Wanneer je wordt geronseld, als je toetreedt, sta je al je wereldse bezittingen af. Het opus heeft een geheime agenda, in het Latijn, zeer saai. Je kunt je nooit meer van ze losmaken. Als je dat doet, wordt je familie geterroriseerd en krijg je mortus achter je naam. Dood. Als een luis ga je eruit, met alleen je kleren. Je krijgt zelfs geen ticket. Trouwens een oude traditie in de roomse kerk.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden