'Ze slaan mijn adviezen al zes jaar in de wind' Niemand luistert naar ijskoningin van weleer

Sjoukje Dijkstra, de vermaarde Nederlandse ijskoningin, schudt moedeloos het hoofd. Waarom wil niemand naar haar luisteren? Ze knikt in de richting van de plek waar jonge kunstrijders zich wagen aan een Axel, Cherryflip of Lutz....

TYNKE LANDSMEER

Van onze verslaggeefster

Tynke Landsmeer

DEN BOSCH

Kunstrijden op de schaats heeft nooit de aandacht van de nationale schaatsbond weten te trekken. Het stiefkindje van de KNSB legt het af tegen de flitsende rondetijden van wereldkampioenen op de langebaan. Voor de Sjoukje Dijkstra's in de dop is nauwelijks belangstelling, terwijl de pirouetten op wereldniveau vanwege de kostbare televisierechten juist een goudmijn zijn.

Dijkstra werd enkele jaren geleden door de schaatsbond aangetrokken als adviseuze. Op haar palmares prijken vijf Europese titels en een wereldtitel. Bovenaan de indrukwekkende lijst schittert de Olympische gouden medaille die zij in 1964 in Innsbrück veroverde.

Met haar ervaring kon het kunstschaatsen langzaam uit het slop gehaald worden, dachten de bestuurders van de KNSB. Dijkstra ging slagvaardig van start. 'In de ochtend trainen en 's middags naar school', was haar devies. 'Onhaalbaar' was het antwoord.

Op de ijsbaan in Den Bosch, waar de Hertogstadbokaal te verdienen is, wil Sjoukje Dijkstra er eigenlijk niet meer over praten. 'Ik heb mijn buik ervan vol. Ze slaan mijn adviezen al zes jaar lang in de wind. Ik word er doodmoe van.' Haar plan is eenvoudig. In elk gewest een selectie maken van de beste kunstrijders. Elke dag drie uur trainen, 's middags les van een privé-onderwijzer en 's avonds gewoon naar huis.

Dijkstra: 'In de ochtenduren zijn de ijsbanen leeg, na schooltijd overvol. Daarom kan er nooit goed getraind worden. Bovendien zijn die kinderen doodmoe als ze uit school komen en is de concentratie weg. De bond heeft extra geld beschikbaar gesteld en overal lopen werkloze onderwijzers rond. Geef het geld daaraan uit. Het is niet onuitvoerbaar, maar er moet even wat moeite voor worden gedaan.'

De adviseuze werd twee jaar geleden aan de kant gezet, een bondscoach nam haar plaats in. Haar aanwezigheid in Den Bosch - dochter Katja dingt bij de senioren mee naar de bokaal - is slechts die van toeschouwer.

Peter Moormann, de huidige begeleider van de nationale rijders, volgt de wedstrijd eveneens vanaf de tribune. Vertederd kijkt de bondscoach naar de verrichtingen van zijn pupillen op het ijs. De dubbele Axel die juniore Selma Duijn produceert wordt door hem beloond met een applaus. Blij verrast kijkt hij op. 'Is het niet fantastisch? Ze is absoluut niet bang om risico's te nemen.' Hoogtepunt van de korte kür is de drievoudige spot die Georgina de Wit tot een goed einde weet te brengen. Moormann: 'Elke drievoudige sprong is voor mij een hoogtepunt.'

Daarmee legt Moormann precies de vinger op de zere plek van het nationale kunstrijden. Talenten zijn schaars in Nederland en wat er ronddartelt op het bevroren ovaal krijgt niet de mogelijkheden om door te stoten naar de top. 'Er gebeurt steeds meer, maar het is nog lang niet genoeg.'

De basis wordt langzaam breder, meent Moormann en vooral de familie Lim is daar verantwoordelijk voor. De drie kinderen - Michaël, Maurice en Jessica - vormen de halve jeugdselectie. De ijzeren discipline binnen de Chinese familie werd vorige maand in een televisiedocumentaire bekritiseerd. De kinderen hadden geen schoolvriendjes, zo heette het, en ze maakten hun huiswerk in de auto op weg naar de training.

Moormann: 'Wat in dat televisie-programma niet te zien was, is dat die kinderen er zelf heel veel plezier in hebben. Als ze even moeten rusten aan de kant, staan ze alweer te popelen om het ijs op te gaan. Kunstrijden is juist goed voor de karakterontwikkeling, ze leren te incasseren', beweert de Amsterdamse psycholoog. 'Maar in Nederland houden we van een anti-disciplinaire opvoeding. Oftewel een zooitje ongeregeld.'

Peter Moormann werd bondscoach bij gebrek aan beter. Internationale trainers weigerden hun reputatie in de waagschaal te leggen voor een aanstelling in Nederland. Een carrière is immers bij gebrek aan voldoende faciliteiten gedoemd te mislukken. Moormann weet evenwel elke vooruitgang op waarde te schatten en is blij met elk trainingsuurtje.

Elke week is er een selectietraining op de ijsbaan in Amsterdam. Wanneer er tenminste geen tentoonstelling of examens in de hal worden gehouden. 'Onze training ging niet door, omdat de universieit de ruimte had gehuurd voor examens. En dat levert veel meer geld op dan een paar van die kunstrijders', legt Moormann uit.

Het probleem zit hem niet alleen in de hal - in de zomer zijn op één na alle accommodaties gesloten - maar ook in de afstand die de schaatsers moeten afleggen om op de gezamenlijke training te verschijnen. 'Ik kan die ouders niet verplichten hun kind naar de centrale training te brengen, want ze moeten zelf al zo veel geld investeren. Ouders hebben bij ons ook inspraak.'

Uit de extra financiële middelen die de schaatsbond ter beschikking heeft gesteld, kunnen de nationale kampioenen Marcus Deen en Monique van der Velden internationale ervaring opdoen in het buitenland. Beide rijders volgen trainingsweken in het Zuidduitse Oberstdorf bij topcoach Peter Jonas. Door de intensieve trainingen en de moordende concurrentie zijn beiden met sprongen vooruitgegaan.

'Maar eigenlijk is dat al te laat', beweert Van der Velden, die een Duitse en een Zwitserse voor moet laten gaan in het eindklassement. 'Die jonkies zouden daar nu al ervaring op moeten doen. Zij beseffen niet hoe zwaar de concurrentie is, daarom denken ze veel te gemakkelijk. De discipline ontbreekt. Je bent toch wel de beste in Nederland, dus waarom zou je er moeite voor doen. Maar ze weten niet wat hun in het buitenland te wachten staat.'

Een finaleplaats bij de Europese kampioenschappen - bij de eerste 24 rijders - is het hoogste waar Van der Velden zich op kan beroemen. Een plaats op de Olympische Spelen is niet alleen voor haar, maar voor alle Nederlandse rijders onhaalbaar, zolang er geen structurele oplossingen worden gevonden.

'Volgend jaar stop ik ermee. Dan ga ik paarrijden, want dan heb ik meer kans om naar de WK te gaan. En als er geen partner beschikbaar is, ga ik de showwereld in. Geld verdienen.'

DEN BOSCH: Hertogstadbokaal, int. wedstrijd, vrouwen: 1. Tiedemann (Dui), 2. Kistler (Zwi), 3. Van der Velden (Ned); mannen: 1. Schmit (Lux), 2. Deen (Ned), 3. Koskinen (Fi).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden