Bericht uitAMPHIA ZIEKENHUIS

Ze noemen het de ‘borstcrawlpositie’, het ziet er bijna vredig uit

De komende weken doet de Volkskrant regelmatig verslag vanuit ziekenhuis Amphia in Breda, waar verslaggever Willem Feenstra ziet hoe een coronapatiënt in bed wordt omgedraaid.

Het medisch personeel van het Amphia Ziekenhuis in Breda is bezig met de verplaatsing van patiënten omdat op de ic geen plek meer is.Beeld EPA

Iedere ochtend tussen tien en elf lopen vijf artsen en verpleegkundigen van de intensive care in beschermende pakken van patiënt naar patiënt. In de kamer gaan ze in formatie staan: twee aan de ene zijde van het bed, twee aan de andere, één aan het hoofd. Dan begint het tellen.

Tussen de tien en twintig coronapatiënten liggen hier de laatste dagen. De meeste diep in slaap. Niet op hun rug, zoals in de rest van het ziekenhuis, maar op hun buik, omdat dat voor de genezing nou eenmaal beter is. Twee keer per dag moeten ze allemaal worden omgedraaid, om doorligwonden te voorkomen.

Het is ingrijpend werk. Fysiek zwaar. Ingewikkeld. Riskant. Besmetting ligt constant op de loer.

Bedenk, zegt intensivist Merijn Kant, dat de gemiddelde coronapatiënt is aangesloten op een wirwar van draden: een beademingsapparaat, twee infusen, een centrale grote lijn om vloeistoffen en medicijnen toe te dienen, een bloeddrukmetertje in het bloedvat, een urinekatheter en een monitor.

Op de intensive care is improvisatie soms noodzakelijk, het omdraaien van een coronapatiënt is het tegenovergestelde. De taken zijn vooraf vastgelegd. De commando’s doorgenomen. Iedereen weet wat hij moet doen. Het is een precisieklus die alleen in opperste concentratie kan worden uitgevoerd.

‘Ik hoop dat het personeel van het Amphia Ziekenhuis zich door mijn verhalen extra trots kan voelen’
Willem Feenstra is eigenlijk onderzoeksjournalist. Maar plotseling is zijn werkterrein verschoven naar het epicentrum van de coronaviruszorg in Nederland. We spreken hem als hij voor de zesde keer in twee weken op weg is naar huis vanuit het Amphia Ziekenhuis in Breda.

Het belangrijkste is de beademingsslang, die van de mond van de patiënt naar het beademingsapparaat loopt. Die mag niet losschieten tijdens de draai. Gebeurt dat wel, dan stokt de adem en lopen de artsen kans op besmetting door het rondvliegend speeksel. De arts aan het hoofdeinde ontfermt zich hierover. Hij pakt de slang vast vlak bij de mond en legt zijn andere hand onder het hoofd. Tot nu toe is het in Amphia nog niet fout gegaan.

Dan volgt een even simpel als wonderlijk tafereel: er wordt een laken over de patiënt gelegd. Het laken waarop hij ligt wordt losgetrokken van onder het matras. Door de lange kanten van beide lakens tegen elkaar op te rollen, ontstaat een soort strakke slaapzak waarin geen enkele ruimte meer is voor beweging. ‘Het worstenbroodje’, noemt Kant het. De rollen aan beide kanten dienen als handgrepen.

Een, twee, drie: de actie wordt ingezet en beëindigd bij tel zes. Beweging 1: schuiven naar de zijkant van het bed, zodat de patiënt net over de rand ligt. De artsen aan de lege zijde van het bed pakken met één hand de rol aan de andere kant. Opnieuw tellen voor beweging 2: een voorzichtige rol naar de zij. Weer overpakken, tellen en dan beweging 3: het doorrollen naar de buik.

Het gekke: de meeste patiënten ondergaan dit zo’n twee weken lang, in totaal bijna dertig keer. Maar als ze het overleven, als ze opknappen en langzaam uit hun slaap worden gehaald, herinneren ze zich er vaak niks van. Soms, zegt Kant, komen later flarden terug. Soms helemaal niet.

Omdat veel personeel dit nog nooit heeft gedaan, heeft het ziekenhuis een instructiefilmpje gemaakt. Een verpleegkundig teamleider ligt roerloos in bed en speelt de patiënt, terwijl vijf collega’s hun handelingen secuur uitvoeren, voorafgegaan door uitleg op luide toon. ‘Pak te allen tijde het rolletje vast en probeer niet de arm los te maken want dan is de patiënt los uit de lakens’, waarschuwt de arts op rechts. ‘Dat is niet veilig.’

Tot aan hier kan de indruk ontstaan van een fabriekshandeling, een kunstje zonder gevoel. De patiënt ligt als een plank op haar buik, haar armen langs haar lichaam, haar hoofd naar de zijkant gedraaid. Maar het mooiste deel moet nog komen.

‘De borstcrawlpositie’, noemen ze dat hier. Voorzichtig pakken de artsen de rechterarm van de patiënt en leggen die in een hoek rond haar hoofd, haar elleboog gebogen. Haar rechterbeen wordt een beetje opgetrokken. Onder haar heup wordt een kussentje gelegd. Onder haar hoofd een dekentje.

Het ziet er bijna vredig uit. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden