Ze moeten weer in de rij voor het Boijmans

De maatschappij verandert, het publiek, de kunst. Nu de musea nog. Hebben ze wel een idee van de keuzes die ze in de 21e eeuw moeten gaan maken?...

Van onze verslaggeefster Anne van Driel

Het verbaast hem vaak. Hoe men in Nederland als een waakhond aanslaat op het fenomeen 'McMuseum'. Hoe men bij het minste of geringste roept: 'Pas op, het museum verpretparkiseert!'. Rein Wolfs (1960) haalt zijn schouders op. 'Ik vind dat het reuze meevalt. De verpretparkisering wordt hier schromelijk overdreven.'

Eerder is het omgekeerde het geval, constateert Wolfs, sinds anderhalf jaar hoofdconservator Presentaties van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, en voorheen tien jaar werkzaam in Zwitserland. 'Nederlandse musea denken vaak dat ze ver weg van de werkelijkheid moeten staan. Dat kunst iets heel gewichtigs is dat je fluisterend tot je moet nemen. Mensen hebben het gevoel dat ze een beetje klein worden gehouden door die musea.'

Terwijl musea best toegankelijker kunnen worden gemaakt, meent Wolfs, zónder te verpretparkiseren. 'Musea kunnen doen waar mensen thuis ook mee bezig zijn: kunst laten functioneren als onderdeel van een life style. Kunst krijgt pas gewicht voor mensen als ze zien hoe ze er ook in hun dagelijkse omgeving mee om kunnen gaan.' Want: 'Kunst hoeft niet altijd te leiden tot Denken met een grote D.'

In het intellectualistische bolwerk dat vertrekkend directeur Chris Dercon ooit van Boijmans wilde maken, klinkt Wolfs uitspraak bijna als vloeken in de kerk. 'Waak voor het publiek!' was Dercons strijdkreet, doelend op de gedachte dat musea op de heersende smaak vooruit dienen te lopen. 'Maar', zegt Wolfs, 'een kleine instelling als Witte de With kan zich hermetische tentoonstellingen veroorloven. Een publieksmuseum als het Boijmans kan dat in mindere mate. Dat is voor ons een leerproces geweest.'

Toegankelijker moet het nieuwe Boijmans worden. Aantrekkelijk voor een groot publiek. Wolfs: 'Want een museum dat met ruime publieke gelden wordt gefinancierd, is verplicht de brede openbaarheid te zoeken.' Boijmans heeft volgens Wolfs daarom eens per twee jaar een flinke blockbuster nodig. 'Om zakelijk gezien de boel draaiend te houden. Maar ook om weer eens rijen voor het museum te creëren. Te tonen dat kunst soms zo gewild is, dat je ervoor in de rij wil staan.'

Bovendien is de Rotterdamse samenleving zodanig samengesteld, zegt Wolfs, dat het museum zijn blik zal moeten verruimen. 'Anders heb je op den duur geen draagvlak meer.' Boijmans richt zich dan ook nadrukkelijker op nieuwe doelgroepen - op jongeren, op allochtonen, op mensen uit de oude stadswijken die niet gewoon zijn naar een museum te gaan. Het deed educatieve projecten voor schoolklassen. Liet mensen uit de wijk Feijenoord een expositie samenstellen met voorwerpen uit de museumcollectie én objecten uit hun eigen woning.

En Boijmans participeert in het project De Strip van kunstenares Jeanne van Heeswijk, die een vervallen winkelcentrum in Vlaardingen ombouwde tot een ontmoetingsplek met een theehuis en met tentoonstellingen. Wolfs: 'Een vooruitgeschoven post die wérkt. Er komen mensen van allerlei nationaliteiten die nooit naar Boijmans gaan.'

Maar, waarschuwt Wolfs: je moet uiterst voorzichtig zijn. In het verlangen nieuw publiek te trekken, stoot je je kernpubliek - de wat oudere kunstliefhebbers, en dat worden er door de vergrijzing steeds meer - maar al te makkelijk tegen het hoofd. Neem de grote Jeroen Bosch-tentoonstelling, zegt Wolfs. 'De meeste mensen kwamen alleen voor Bosch, toch moesten ze zich eerst door een zaaltje met hedendaagse kunst wringen. Die tentoonstelling was een beetje uit balans.'

Wolfs: 'Een museum moet daarin niet te ver gaan. Je moet je niet laten verleiden door de marketingmedewerker die zegt dat het museum meer jongeren moet trekken. De kwaliteit van het museum is niet evenredig met de jeugdigheid van het publiek.

'Net zoals het een illusie is om te denken dat wanneer je Marokkaanse theeserviezen in het museum zet, dan de Marokkaanse gemeenschap naar het museum komt. Dat wordt vaak gedacht. En door politici verwacht. Het kan niet zo snel als politici willen. Want we willen niet folkloristisch worden. Het gaat er uiteindelijk om dat musea compatibel worden met àlle groepen in de nieuwe samenleving. En daar gaat nog wel vijftien, twintig jaar overheen.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden