Ze krijgen alléén eten als ze écht honger hebben

Smeken

 

Je wordt oud als je kinderen niet meer mee naar Artis willen. Ik ging dus maar alleen, want dat doen oude mensen. Alles was er zoals het hoorde. De olifanten stoeiden met een autoband (wat deden olifanten voordat er autobanden bestonden?), de stokstaartjes speelden Golfoorlogje, met veel achterdochtig omkijken, de wolven huilden melancholiek alsof ze een heleboel gedichten van Vasalis achter elkaar hadden gelezen ('de Dood wees mij op kleine, interessante dingen/ dit is een spijker - zei de Dood - en dit een touw') en een schommeldikke kleuterjuf-met-hoofddoek bezwoer haar kindertjes, in vijftien tinten van beige tot gitzwart, geen handjes door het hek te steken.

Bij de gieren stond een oppasser in een microfoon te praten. Echt nodig was dat niet, want zijn enige publiek bestond uit een opa met een kleinzoon van een jaar of 6, maar hij hád die microfoon en hij zou hem gebruiken ook. 'Je zou zeggen: wat moeten gieren nou met een oppasser?', vroeg de man schalks. Ja, dat zou je inderdaad zeggen. In het hok van de Kleine Nachtdieren gebeuren zonder begeleiding weleens akelige dingen in de privésfeer, maar gieren kunnen zichzelf doorgaans uitstekend redden.

'Ik geef ze eten', vervolgde de man koket. 'Dat wil zeggen, ik geef ze meestal juist géén eten.' Hij keek even naar het ventje, in de hoop op een verontwaardigde reactie. Die bleef uit. 'Ik doe zo veel mogelijk de natuur na', vervolgde de man. 'Daar krijgen de gieren ook niet zo vaak te eten. Ik geef ze dus alléén eten als ze écht honger hebben.'

Verwachtingsvol keek hij naar het kind en sprak: 'Je zult je wel afvragen: hoe weet je nou wanneer de gieren écht honger hebben?' Nee, dat vroeg het jongetje zich niet af. 'Nou', vervolgde de oppasser desondanks, 'als ze écht honger hebben, dan kijken ze mij smekend aan. Smékend.' Hij bracht het als een sterke troef.

Het jongetje keek naar de gieren. Ik ook. Ze keken niet smekend. Ze zaten in een boom en bespraken de pyrrusoverwinning van Rutte. Onder de boom lag de ribbenkast van een groot zoogdier, behoorlijk afgeknaagd als je het mij vraagt, maar gieren hebben andere maatstaven. 'Nee, vandaag hebben ze geen honger', verklaarde de oppasser triomfantelijk. 'Dus vandaag krijgen ze niks!'

Het jongetje hield de voordracht voor gezien en trok zijn opa mee. De oppasser bleef alleen achter. Erg nutteloos was hij opeens. Daar stond hij, 'ijl als de dunne, dode maan/ die overdag is blijven staan' (Vasalis).

Net zo melancholiek als die wolven keek hij voor zich uit.

Hij droomde van een ver verschiet, vol smekende gieren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.