ZE KOMEN NIET

Eind vorig jaar schreef de Mondriaanstichting een prijsvraag uit voor het museum met het beste plan om allochtone bezoekers te trekken....

Wie niet beter weet, zou staan te juichen bij zoveel multicultureleinitiatieven in de Nederlandse kunstinstellingen. Dit weekend klonkopzwepende Arabische muziek tijdens het Intercultureel Theehuis in hetCentraal Museum in Utrecht, waar ook de modetentoonstelling Global/localis te zien, over etnische invloeden op de mode. Het Van Abbemuseum heeftEindhovenIstanbul, als onderdeel van de Biënnale van Istanbul. En komendnajaar zal in de Kunsthal Rotterdam een multiculturele kunstbeurs, Exota,neerstrijken.

Museaal Nederland is definitief op de multiculturele toer overgegaan,lijkt het. Met als doel het bereiken van 'een publieksgroep die niet eerderin het museum kwam', zoals het Centraal Museum stelt, . Of, in de woordenvan Kunsthal-directeur Wim Pijbes, 'een nieuwe generatie kunstliefhebbersmet een niet-westerse achtergrond'.

Maar bruist het in museumland wel zo multicultureel als de nieuweplannen doen vermoeden? Zo ja, waarom kwam de Mondriaanstichting dan eindvorig jaar met een heuse prijsvraag met als inzet welk museum het besteplan voor 'culturele diversiteit' ontwikkelt? De winnaar ontvangt maarliefst 500 duizend euro om zijn plan uit te voeren. Dit voorjaar kiest eeninternationale jury de winnaar van de hoogste culturele prijs ooituitgeloofd in Nederland, voor een plan dat eindelijk zou moeten leiden toteen andere samenstelling van het museumpubliek.

De reden voor deze ongewone oplossing was, volgensMondriaanstichting-directrice Gitta Luiten, de constatering dat het beleidvan de Nederlandse musea nog steeds veel te weinig publieksgericht is, en'te westers'. Zo stelde ze dat geen van de Nederlandse kunstmusea interessehad getoond om de internationaal vermaarde Afrika-tentoonstelling The ShortCentury, samengesteld door de Nigeriaan Okwui Enwezor, over te nemen -gratis. 'Er was gewoon niemand in geïnteresseerd. Dat zegt genoeg'.

Luiten noemt het zelfs een 'maatschappelijke plicht' van de musea om eengevarieerd publiek te trekken. 'Musea worden met gemeenschapsgeldgefinancierd. Collecties zijn publiek bezit. Die spullen zijn van onsallemaal. Dus hebben de musea een verantwoordelijkheid. Ze moeten zichinspannen een breder publiek te trekken.'

En dan te bedenken dat deze prijsvraag na zestien jaar overheidsbeleidkomt, van cultuurminister Hedy d'Ancona tot staatssecretaris Medy van derLaan; vier bewindsvrouwen en -mannen die allemaal plannen bedachten om de'monocultuur' (Van der Ploeg) binnen de museumwereld te doorbreken, omwillevan een grotere culturele diversiteit. Het publiek in musea moestgevarieerder, jonger, maar vooral allochtoner. Kunstinstellingen die nietmee deden, konden een strafkorting op hun subsidie tegemoet zien. Hetbestaande publiek was vergrijsd, zo klonk D'Ancona al fel in 1990, en het was bovendien te wit.

Wat is er misgegaan met al die beleidsplannen? Het publiek is immers witgebléven. Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) vertoont hetmuseumbezoek van allochtonen een lichte stijging sinds 1995, maar, voegtonafhankelijk onderzoekster Letty Ranshuysen eraan toe, hun aantal blijftminiem in vergelijking met het totale museumbezoek.

Uit de zogenoemde 'MuseumMonitor' van de Nederlandse Museumverenigingblijkt dat slechts 1 procent van het onderzochte publiek een niet-westerseherkomst heeft. Het achterblijven van museumbezoek van allochtonen bijautochtone bezoekers legt volgens het SCP daarom zelfs een rem op hettotale bezoekersaantal.

En dat is pijnlijk. Zeker als je beseft dat de Nederlandse kunstmuseazeker wel wat doen. Conservator Mirjam Westen van het Museum voor ModerneKunst in Arnhem heeft 'al tien jaar het streven één keer per jaaraandacht te besteden aan een kunstenaar met niet-westerse achtergrond,' enkomt ook dit jaar nog met het politiek geëngageerde werk van Lida Abdul,uit Afghanistan. Maar ondanks de pogingen van Westen om 'heel actief extrapubliek te bereiken', komen de allochtonen niet.

Wim van Krimpen, directeur van het Gemeentemuseum in Den Haag, heeftvergelijkbare ervaringen. Als toenmalig directeur van de RotterdamseKunsthal organiseerde hij een tentoonstelling over Suriname. Resultaat: erkwamen geen Surinamers, maar ook geen Hollanders, omdat de expositie te vervan hen af stond.

Voor Van Krimpen hoeft het dan ook niet meer: 'Ik kan het niet meervolgen. Wat moet ik nog meer doen dan we al doen? We hebben eenjongerenmuseum, we hebben educatieve programma's. Moet ik minaretten op hetmuseum plaatsen?'

Het Cobra Museum in Amstelveen had vorig jaar eenschilderijententoonstelling van de jonge, controversiële Marokkaansekunstenaar Rachid Ben Ali. Van de vaak opvallend jonge bezoekers hadvolgens een medewerkster eenderde een allochtone achtergrond. Dat wasvolgens haar echter niet het resultaat van museaal wervingsbeleid, maaromdat het onder allochtone jongeren populaire tv-programma PREMtime eraandacht aan besteedde.

Cultureel diversere programmering van een kunstmuseum op zichzelf heefttot nu toe dus nauwelijks tot enige verandering in publieksbereik geleid.Je kan je dus afvragen of een vervolg van het oude politieke beleid daneigenlijk wel zin heeft.

Weggegooid geld, noemt Wim van Krimpen de prijsvraag van deMondriaanstichting - ook al doet hij om datzelfde geld dan wel weer mee('Ook voor anderen is geld de enige reden om mee te doen'). Volgens hemfocust het huidige allochtonenbeleid bij musea zich op de verkeerdeproblematiek. Van Krimpen: 'Roel Arkesteijn van het GEM in Den Haagorganiseerde onlangs een tentoonstelling van Nederlandse kunst in Marokko,Respect. Daar kreeg hij heel veel geld voor van de Mondriaanstichting. Maaralleen de elite kwam, hoor.'

Van Krimpen is voorstander al het geld aan het onderwijs te besteden.'Het begint bij het onderwijs, en wij, de musea, zijn het end van de rit.Nu is het alsof wij de problemen moeten oplossen die de regering heeftveroorzaakt.'

Onderwijs, zegt ook het Sociaal Cultureel Planbureau, is de reden dater überhaupt een lichte stijging te zien is onder museumbezoek vanallochtonen. Aandacht voor kunst en cultuur, roepen de musea daarom, moet beginnen op de basisschool, voor kinderen van zes jaar oud, niet bij ons.

Deze educatieve oplossing gaat ervan uit dat het probleem van deculturele achterstand onder allochtonen namelijk geen allochtonenprobleemis, maar een sociaal economisch probleem en van algemene ontwikkeling.Kortom, zoals een museummedewerker in Rotterdam - anoniem - meldde: 'Hetprobleem om de Mohammeds en Fatima's naar het museum te halen is nietanders dan bij de Johnny's en Anita's'. Ook SCP-onderzoek wijst uit datinteresse in beeldende kunst direct gekoppeld is aan het opleidingsniveau:ook autochtonen van vergelijkbaar opleidingsniveau bezoeken het museumniet.

'Een linke strategie', zegt Luiten, om daarom het heleallochtonenprobleem in de musea maar op zijn beloop te laten. 'Diversereprogrammering in het tentoonstellingsbeleid' is noodzakelijker dan ooit. 'Schandalig', zegt Mirjam Westen van het Museum voor Moderne Kunst inArnhem, 'dat een prijsvraag nodig is. Maar kunstinstellingen moetenveranderen.'

'Weet wie uw bezoeker is', is de leus van de MuseumMonitor, waarbijmaar eenzesde van de grote kunstmusea is aangesloten (zie inzet). Maar demusea weten dat helemaal niet. Kunstmusea doen nauwelijks onderzoek naarhet eigen publiek. Van de twaalf belangrijkste kunstmusea in Nederlandmeten slechts twee via de MuseumMonitor de culturele herkomst van hetpubliek. Het ene museum vindt het 'onbehoorlijk' om aan de bezoekers naarhun land van herkomst te vragen. Een ander meent dat het 'beschamend is,om mensen bij de kassa een knop in te laten drukken of ze wel of nietallochtoon zijn'.

Die koudwatervrees is typerend voor de kunstwereld, en is veel minderaanwezig bij hun vakbroeders onder de erfgoedmusea. De Nieuwe Kerk, geenkunstinstelling, maar een algemene tentoonstellingsruimte, heeft er geenlast van. Een expositie als Marokko in de Nieuwe Kerk wist maar liefst 35duizend Marokkanen binnen te halen (op een totaal van 175 duizendbezoekers).

Natuurlijk, naar culturele tentoonstellingen komen sowieso meer mensendan naar 'moeilijke' beeldende kunst, maar hier bleek wel dat er zeeractief kon worden geworven: intensieve marketing, organisatie vangroepsreizen omdat oudere Marokkanen nu eenmaal liever in groepsverbandgaan, veel tv-spotjes tijdens de Ramadan, een audiotour in het Arabisch enhet Berbers.

En daarnaast: het aandeel personeel van allochtone afkomst is in museaalNederland nog steeds nihil. Navraag bij de twaalf grootste musea naarallochtonen op directieniveau, onder conservatoren, op de afdelingen pr,marketing, communicatie en educatie - kortom, onder de beleidsmakers enuitvoerders - leverde steeds hetzelfde antwoord: geen.

Wie het probleem aansnijdt, krijgt van de musea steevast te horen dat'we ze niet kunnen vinden' en er 'geen allochtonen kunstgeschiedenisstuderen'. Maar met de eenzijdige personeelsbezetting lijkt het er toch opalsof je met bejaarden een jongerenblad wilt maken.

Alle politieke initiatieven en rapporten ten spijt, de museumwereld iser blijkbaar nog steeds niet in geslaagd gehoor te geven aan de'maatschappelijke plicht' om het kunstpubliek diverser te maken, waartoeHedy d'Ancona 16 jaar geleden al opriep.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden