BERICHT UITAMPHIA ZIEKENHUIS

Ze hangen aan de lippen van de datameester van het ziekenhuis

De komende weken doet verslaggever Willem Feenstra regelmatig verslag vanuit ziekenhuis Amphia in Breda, waar het crisisberaad nu wordt geopend met staafdiagrammen. 

Pim Sas voor zijn schermen met data in het hospital control center.Beeld Willem Feenstra

Het crisisoverleg van het ziekenhuis begint donderdagochtend als een les wiskunde op de middelbare school. Ingespannen turen afdelingshoofden en bestuursleden naar het grote scherm, waar felgekleurde grafieken, staafdiagrammen en tabellen elkaar in rap tempo opvolgen. Uit de zaal klinkt de stem van Pim Sas (44), voor deze gelegenheid docent, die sneller praat dan menigeen kan denken.

Sas is de manager van het hospital control center, de data-afdeling van het ziekenhuis die gaat over de capaciteit. De sommen die hij hier behandelt, zijn voor Amphia van levensbelang. Voornaamste variabelen: verwachte patiënteninstroom, verwachte patiëntenuitstroom en uiterste capaciteit. Oftewel: kan het ziekenhuis de hausse aan coronapatiënten de komende weken aan?

Dat hij deze dagelijkse vergadering aftrapt, het was tot een paar jaar geleden ondenkbaar. Zijn bescheiden afdeling zat in een klein noodgebouwtje tegenover het echte ziekenhuis. Als hij met zijn cijfers en berekeningen de weg overstak, kon hij rekenen op een luisterend oor. Niet veel meer dan dat.

Nee, dan nu. Bij het dagelijkse crisisberaad zitten ze allemaal, de mensen die de beslissingen nemen. Afgevaardigden van de intensive care, de spoedeisende hulp, facilitaire zaken, infectiepreventie, de reguliere zorg, communicatie, personeelszaken en de leiding van het ziekenhuis. Wat zij hier bespreken, is morgen nieuw beleid.

En hij, de dataman, heeft het woord. Hij lepelt op: ‘De ligduur op de ic is in de modellen bijgesteld naar veertien dagen. De mediaan van de ligduur is nu zeven en een halve dag. De platgeslagen ligduur is negen dagen. Op de ic hebben we dertig bedden, acht zijn vrij. Op de nood-intensive care zijn elf patiënten, twee bedden vrij. We gaan naar 46 bedden waarvan 38 covid.’ En zo gaat het nog een tijdje door.

Als zijn conclusie volgt, de oplossing van de som, veren de aanwezigen op. De in- en uitstroom van patiënten is nu redelijk in balans. Het lijkt erop dat het ziekenhuis het ergste heeft gehad.

Even later gaat Sas me voor naar zijn heiligdom. Zelf vergelijkt hij het met de verkeerstoren van Schiphol, het is een kleine kamer met drie grote schermen aan de muur. Belangrijker: de ruimte grenst aan de gang waar ook het bestuur zit. 

In 2018 was de ommekeer gekomen. Een grote griepepidemie in Nederland, bijna tienduizend doden. Er was onzekerheid in het ziekenhuis. Kunnen we dit aan? Sas besloot iedere dag een rapport te maken over de cijfers. Het maakte inzichtelijk welke angsten terecht waren. En welke niet.

Daarna veranderde het sentiment. ‘Mensen begrepen ineens dat het hospital control center er niet was om hun te controleren’, zegt Sas, ‘maar om controle te behouden.’ Nu stromen de gegevens uit het elektronische patiëntendossier Epic rechtstreeks naar de schermen op zijn kamer.

Links de spoedeisende hulp, waar deze ochtend zestien patiënten zijn binnengekomen. ‘Opnametijd: 10:27, Leeftijd: 43 jaar oud, Hoofdklacht: val met fiets, Status: in behandeling arts’. Maar ook: acht patiënten met vermoedelijk corona.

Het middelste scherm: het beddenhuis. Ieder bed is een genummerd blokje. Blanco is leeg, een blauw hoofd een reguliere patiënt, een rood hoofd corona. Soms staat er een datum bij: het verwachte moment van ontslag. Soms verdwijnen de hoofdjes: een patiënt die naar huis is. Of een sterfgeval. 

Rechts is het scherm van de details, ‘COVID-19 (in ontwikkeling)’. Neem het staafdiagram ‘Ontslagen patiënten per bestemming’. Gisteren: vier overleden, één naar de revalidatie, één naar het verpleeghuis, acht weer naar huis.

De afgelopen weken waren spannend, zegt Sas. Hij zag de exponentiële lijn omhoog van het aantal opnames. De eerste weken telkens 2,4 keer zoveel als de voorgaande week. Deze week verwacht hij een vermenigvuldiging met 1,4. ‘Je kunt je er kapot op rekenen’, zegt hij.

Laatst vroeg een collega aan hem: jij hebt zeker wiskunde gestudeerd? Nee dus, hij is opgeleid als verpleegkundige. Het maakt hem pragmatisch. Zijn eerste jaren in deze functie hebben hem geleerd: het hoeft niet allemaal tot achter de komma. ‘Liever negentig procent juist’, zegt hij, ‘met honderd procent draagvlak, dan wiskundig perfect en geen resultaat’.

Morgen zal hij de vergadering weer openen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden