Zappen in een gezond gebouw

In het nieuwe kantoor van Schiphol is afgerekend met alles wat andere gebouwen ziek maakt. Bovendien kan iedereen vanuit zijn stoel zijn eigen klimaat regelen....

KANTOORTUINEN waren het bouwkundige resultaat van de democrateriseringswoede in de jaren zeventig. En nu mogen ze niet meer van de Arbo-wet. Werknemers moeten aan ramen kunnen zitten of in ieder geval heel dicht in de buurt ervan.

In het nieuwe kantoorgebouw van de luchthavendirectie op Schiphol is te zien hoe de Rotterdamse architect prof. Wim Quist dit probleem heeft aangepakt. De werkkamers in het Schipholgebouw liggen aan weerszijden van lange gangen. Het zijn een soort doorzonwoningen: zonlicht kan door een grote glazen pui naar binnen. De grote hoeveelheid van dit licht in het gebouw drukt de elektriciteitsrekening.

Ook aan de gangzijde van de kamers zitten glazen wanden. Gangwandelaars hebben zo een breed uitzicht op de activiteiten in de werkruimtes. Daar schijn je aan te wennen.

De vijf meter brede gang tussen de glazen wanden - Schiphol noemt die de middenzone - is gereserveerd voor het collectieve. Er staan frisdrankautomaten met in de buurt vergaderzitjes. Lage archiefkasten staan er ook, plus de computers en de faxen. In de kamers bevinden zich zo weinig mogelijk kasten om te voorkomen dat die voor de glazen wand worden gezet. Eén kast, bureaus en stoelen, dat is het zo'n beetje. Te veel kasten en apparaten in de kamers houden de zon maar tegen.

Het vernuft in de werkruimtes zit in het plafond. Het is een bijna onzichtbaar kristalontvangertje dat de privé-wensen in de vorm van infraroodstralen ontvangt. Met een speciaal ontwikkelde 'zapper' kan de bewoner op afstand het zonnescherm bedienen, de verlichting aandoen, en de kamertemperatuur afstemmen op de eigen wensen. Een voor Europa uniek systeem, dat moet bijdragen aan een optimaal werkklimaat.

In het nieuwe kantoorgebouw, aan de A 4 bij de ingang van de luchthaven Schiphol, zijn begin dit jaar de eerste gebruikers getrokken. 'Het biedt honderd procent comfort, terwijl de energiekosten de helft lager liggen dan bij vergelijkbare kantoorgebouwen', zegt ir G. Halmos van het gelijknamige adviesbureau in Den Haag, dat verantwoordelijk is geweest voor de installatietechniek.

Het kantoorgebouw - bouw en inrichting kosten 120 miljoen gulden - krijgt een vloeroppervlak van 35 duizend vierkante meter. Meer dan 60 procent daarvan is al in gebruik; vierhonderd werknemers zitten er nu. Halverwege volgend jaar wordt de rest opgeleverd.

Verschillende innovaties drukken het energiegebruik van het gebouw. Zo is er gebruik gemaakt van zogeheten klimaatgevels. Dit zijn wanden van dubbel glas met aan de binnenkant nog een extra glasplaat. Dergelijke wanden geven extra warmte-isolatie en geluidwering. In de extra tussenruimte kan de zonwering naar beneden worden gelaten. Bovendien wordt ventilatielucht, die vers via het plafond binnenkomt, door deze spouw afgevoerd. Zo wordt zomers de spouw gekoeld, terwijl in de winter deze juist wordt verwarmd. Dit maakt radiatoren voor de ramen overbodig.

De ventilatie in het gebouw is ruim voldoende maar ook niet meer dat dat, en dient voor het zuiveren van de lucht, niet voor de verwarming van ruimtes, zoals meestal het geval is. Vanwege die beperkte funtie is minder luchtverplaatsing nodig, zodat vervelende luchtstromen worden vermeden. De ruimtes worden verwarmd met warm water en gekoeld met koud water dat door stalen buizen stroomt, achter de plafonds.

's Zomers stroomt er water van 15 graden Celsius door de buizen, en 's winters warm water van 35 graden. Kleppen achter het plafond die met de zapper kunnen worden bediend, regelen de hoeveelheid water door de leidingen, en daarmee de kamertemperatuur.

De bedradingen voor elektriciteit en voor het computernetwerk, de waterbuizen, alles zit in het plafond. De zappers maken lichtknopjes en thermostaten overbodig. In de wanden is geen bekabeling nodig. Het voordeel is dat ruimtes eenvoudig groter of kleiner kunnen worden gemaakt door met tussenwanden te schuiven.

De temperatuur van het warme water uit de verwarmingsketels en die van het koelwater liggen relatief dicht bij de gemiddelde ruimtetemperatuur van 20 graden Celsius. Hierdoor zijn de temperatuurverschillen in de ruimte gering, en dat is een van de voorwaarden voor een prettig werkklimaat, meent Halmos.

'Warmte is veel beter met water te transporten dan met lucht, zoals dat in de meeste gebouwen gebeurt. Dat kan wat energiehoeveelheid betreft een factor duizend schelen', zegt Halmos. 'Nieuw? Welnee de Romeinen beschikten al over op water gebaseerde lage-temperatuurinstallaties.'

HET koelwater in de zomer wordt uit een koude-opslagreservoir gehaald in de bodem, dat via twee putten bereikbaar is. 's Winters wordt daar kou opgeslagen. Uit een warmte-opslag bij het gebouw wordt eerst relatief warm water - temperatuur 13 tot 15 graden - opgepompt, en gebruikt om aangezogen buitenlucht op te warmen voor gebruik als ventilatielucht. Dit 'warme' water koelt hierdoor af en wordt vervolgens met een temperatuur van 7 tot 8 graden Celsius teruggepompt in de kou-opslag. In Nederland is de temperatuur van het grondwater gemiddeld 12 graden.

Waterlagen op honderd meter diepte onder het gebouw vormen die kou- en warmte-opslag. De twee koude putten zitten aan de ene kant van het gebouw, de twee warme aan de andere kant. Computers met programmatuur waarmee een jaar vooruit kan worden gekeken, optimaliseren de opslag van warmte en koude door het jaar heen.

'De kracht van het concept zit in het gecombineerde gebruik van klimaatgevels en -plafonds', meent Halmos. 'De luchtsnelheden zijn daardoor beperkt.' Er zijn geen grote temperatuurverschillen en bij de ramen en de geluiddichte gevel is geen koude straling meer. Dit verbetert volgens Halmos het klimaat in de werkvertrekken.

Zo'n tien jaar geleden ging de bouwfilosofie uit van gebouwen met dikke, geisoleerde muren en kleine ramen, om de warmte zoveel mogelijk binnen te houden. Dit maakte grote ventilatiesystemen noodzakelijk en leverde vaak een slecht binnenklimaat op, waardoor het sick building syndrome opgeld deed. Er werd weliswaar gas bespaard, maar het elektriciteitsverbruik voor verlichting nam aanzienlijk toe.

Zo is het meest energiezuinige kantoorgebouw - in 1987 bij de oplevering werd nog gezegd van de wereld - inmiddels van zijn voetstuk gevallen. In het gebouw van de toenmalige NMB-bank in de Bijlmer in Amsterdam, een soort burcht met tien torens, wordt aanzienlijk meer elektriciteit verbruikt dan was berekend.

Ramen, betoogt Halmos, hoeven helemaal niet klein te zijn. De dubbele beglazing is tegenwoordig van uitstekende kwaliteit. Bovendien zijn er veel ontwikkelingen geweest op het gebied van wind- en temperatuurdichte gevels. Betonnen muren en vloeren moesten in het verleden vooral dik zijn, zodat veel warmte in die steenmassa zou kunnen worden opgeslagen. 'Daar dient nu de bodem voor, veel massa om warmte (of koude) op te slaan. De bouwconstructie hoeft niet meer als warmtebuffer te fungeren. Dat maakt een slanke constructie mogelijk, met als nevenvoordeel een lager grondstoffenverbruik.'

De technische innovaties in het gebouw van de Luchthaven Schiphol vallen niet duurder uit dan conventioenle systemen. Koude- en warmte-opslag, warmwaterketels en klimaatplafonds zijn volgens Halmos 20 procent goedkoper dan conventionele installaties zoals koelmachines en ketels. Er zijn nog meer technische innovaties mogelijk, maar die zijn voorlopig nog relatief duur. Het marktmechanisme bepaalt het gebruik daarvan, meent Halmos. 'Klimaatplafonds bijvoorbeeld zijn door het grootschalig gebruik dat wij er nu van maken met een factor drie tot vier in prijs gedaald.'

ZIJN adviesbureau werkte ook mee aan de bouw van het nieuwe kantoorpand van verzekeringsmaatschappij Zwitser Leven aan de A 9 in Amstelveen (architect prof. ir P. de Bruijn). Daar is men nog een stapje verder gegaan. Er zal daar een extra warmtepomp worden gebruikt.

Deze werkt volgens een omgekeerd koelkastprincipe; warm water uit de energie-opslag met een relatief lage temperatuur kan met zo'n machine op zeer efficiënte wijze op een hogere temperatuur worden gebracht.

Er is dan minder aardgas voor de ketels nodig, omdat de opslagreservoirs efficiënter kunnen worden benut. Het energieverbruik van dat verzekeringsgebouw, dat eind volgend jaar zal worden opgeleverd, ligt bijna 60 procent lager dan bij eenzelfde kantoorgebouw met ketels en koelmachines.

Dit roept de vraag op of er uiteindelijk kantoorgebouwen zijn te bouwen die geen energie verbruiken, die dus zichzelf kunnen bedruipen. Halmos krijgt de kriebels van die vraag. 'Een nul-energie-gebouw moet geen doel op zichzelf zijn', zegt hij geïrriteerd. 'Door een lage-temperatuursysteem te gebruiken, kun je veel energetisch leuke dingen doen. Maar de inzet daarbij moet de realisatie zijn van een optimaal werkklimaat.

'De laatste tijd is dit te veel ondergesneeuwd geraakt ten opzichte van die drang tot energiebesparing. Ooit zal het er wel van komen, van zo'n nul-energie-gebouw tegen een betaalbare prijs met warmte/kracht-eenheden en bijvoorbeeld zonnepanelen voor de produktie van warmte en elektriciteit. De introductie van die technieken moet geleidelijk gaan, zorgvuldig, stap voor stap.'

Broer Scholtens

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden