Zanger/ gitarist heeft Green On Red achter zich gelaten Bij Chuck Prophet is alles per ongeluk

Zanger en gitarist Chuck Prophet, de zelfverklaarde uitvinder van de lo-fi, is met zijn derde solo-plaat Feast of hearts 'een beetje thuisgekomen'....

Van onze verslaggever

Henrico Prins

AMSTERDAM

Chuck Prophet, zanger en gitarist, vindt zichzelf niet zo bijzonder. Hij maakt wel bijzondere muziek. De groep Green On Red, waarmee hij in de jaren tachtig de wereld rondtrok en verbaasde, heeft hij achter zich gelaten. Hij is toe aan zijn derde solo-album, het zojuist verschenen Feast of hearts. Een ingetogen plaat is het geworden, waarop nog maar heel in de verte ruimte is voor de rammelende songs die hij vroeger schreef.

Groot is het verschil met zijn debuut, dat in 1990 met gejuich werd onthaald. Brother Aldo nam hij destijds op voor nog geen achthonderd dollar. En zo klonk het ook. 'Je zou mij dus', zegt hij in zijn Amsterdamse hotelkamer, 'kunnen beschouwen als de uitvinder van de lo-fi. Alleen was die term toen nog niet bedacht. Maar ik lach me kapot hoor, om zo'n trend. Is het niet heel vaak zo, dat ze een gebrek aan muzikale kwaliteiten proberen te versluieren door een beroerde sound?'

Langs een haast eindeloze weg, in een band die er voor alles een uitputtend bestaan on the road op nahield, is hij met Feast of hearts 'een beetje thuisgekomen'. Bij Green On Red leerde hij 'liggend te drinken en zittend te slapen' - meer heeft hij er niet aan overgehouden. Nu durft hij onbekommerd mooi te spelen, en dat is misschien wel voor het eerst in zijn lange loopbaan.

'Brother Aldo verscheen in een tijd waarin de domste groepjes voor de dag kwamen met digitaal opgenomen demo's. De liedjes waren shit, maar ze klonken fantastisch. Om een kans te maken, ging ik de reactionair uithangen.' Hij bleef zijn songs uitkleden, hij maakte ze zo kaal mogelijk 'om over te brengen wat ik wilde overbrengen'. Voor hem is muziek 'de volmaakte vorm om iemand iets te vertellen'.

Nu is een rafelig geluid alom geaccepteerd. Hij hoeft dus niet meer zo nodig, laat hem zijn gang maar gaan, hij ziet wel hoe het uitpakt. 'Intussen begrijp ik de Springsteens en de Stings ook wel hoor, dat ze zich een jaar laten opsluiten in een studio met 128 sporen. Zij hebben hun verantwoordelijkheid jegens een immens groot publiek. Ik heb alleen maar verantwoording af te leggen aan mezelf.'

Daarom probeert hij alleen nog te doen wat hij leuk vindt, in de overtuiging dat zijn publiek louter bestaat uit mensen die er net zo over denken als hijzelf. 'Tijdens concerten merk ik tenminste vaak dat er een sfeer ontstaat van: wij met z'n allen tegen de rest van de wereld. Dat is niet slecht. Dat is romantiek, het is in elk geval waar het in de muziek om zou moeten draaien.'

Maar in de eerste plaats schrijft Chuck Prophet zijn nummers voor Chuck Prophet. Zijn liedjes hebben wensen en verlangens, daar luistert hij naar. Ze kunnen vragen om een vette drumpartij, maar evengoed om de glijdende tonen van de pedal steel. Wat gebeurt er nu helemaal, in zijn songs? 'Ik vecht tegen de demonen, ik boks met mezelf in het donker en dat zet ik dan op een bandje. Dat is mijn werk.'

Platen maken beschouwt hij als een magische bezigheid, maar het is ook pijnlijk. Glimlacht: 'Mijn wereld is erg klein.'

Eigenlijk is het verschijnen van Feast of hearts te danken aan zijn platenmaatschappij. Zelf was hij bijna vergeten dat hij nog zoiets was als beroepsmuzikant. 'Ik denk dat ze bij China Records een beetje aan het bladeren waren in hun kaartenbak. Wie hebben we zoal? The Levellers. Green On Red, o nee, die bestaan niet meer. Chuck Prophet. Is dat niet die vent waar we nog bergen geld van tegoed hebben?'

En dan werkt het waarschijnlijk 'net als op de beurs', zegt hij. 'Wat te doen als je aandelen zakken? Méér kopen.' Dus belden ze hem op. 'Om te horen of ik nog leefde.' Daar was hij juist erg druk mee, met leven. 'Ik heb ze maar een song gestuurd, How many angels. Ik pakte de gitaar, deed mijn ogen dicht en dacht: heerlijk. Het is er weer. Geen country, geen blues, geen pop. Muziek die ik nooit eerder gehoord had.'

Veertig songs heeft hij bedacht, voor een plaat waar er maar elf op terecht zijn gekomen. Elf warme liedjes, waarvan je alleen kunt zeggen dat het inderdaad geen country is en geen blues, dat de samenzang met Stephanie Finch bij vlagen verpletterend overkomt, en dat alleen zijn gitaarspel soms nog doet denken aan een gruizig verleden.

Meer heeft hij niet nodig. 'Ik kan best een hoop schrijven, maar waarom zou ik dat allemaal uitbrengen? Moet ik daar mensen elke dag mee confronteren? Net als bij Brother Aldo, dat vond ik zelf niet eens een echt album, het is dat iemand anders op het idee kwam om er een plaat van te maken. En ik ben al helemaal niet als Giant Sand, dat een cd opneemt met veertig minuten feedback. Waarom kopen die luisteraars zelf geen gitaar met een effectpedaal? Kunnen ze de hele dag thuis gieren, da's nog lollig ook.'

Over Chuck Prophet zelf valt niet veel te vertellen. Zegt Chuck Prophet. 'Het beste dat je over mij kunt zeggen, is dat ik geboren ben in Whittier, Californië. Daar kwam ooit ook een Amerikaanse president vandaan. Maar dat moest natuurlijk weer Richard Nixon zijn.'

Hij kan zijn 'kleine dingetje' doen en hij peurt er veel voldoening uit. Zijn solo-carrière is per ongeluk tot stand gekomen. Dat moet zo blijven: alles is per ongeluk, een liedje is geen werk. Chuck Prophet heeft net zijn manager aan de kant geschoven. Die rookte sigaren en zei: 'Geeft niet wat je doet, als je maar een hit maakt.' Daar hoef je bij hem niet mee aan te komen.

Chuck Prophet: Feast of hearts. China Records WOLCD1061.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden