De Gids Jamie Cullum in Londen

Zanger en pianist Jamie Cullum leidt ons rond door zijn geliefde Londen

De beste koffietent, de fijnste platenzaak, de hotste jazz en het liefste poppentheater: zanger en pianist Jamie Cullum leidt ons rond door zijn geliefde Londen.

Jamie Cullum, 13 juli 2019, backstage op het North Sea Jazz Festival, Rotterdam. Beeld Daniel Cohen

Weinig jazzartiesten kunnen zo goed het publiek bespelen als Jamie Cullum. Sinds de 39-jarige Britse zanger en pianist in 2004 op het North Sea Jazz Festival debuteerde is hij er een hoofdattractie, geliefd om zijn innemende voorkomen en bewonderd om de souplesse waarmee hij jazzklassiekers afwisselt met de jongste pophits en eigen repertoire. Vorige maand deed hij het weer: de grootste zaal van het Rotterdamse Ahoy-complex inpakken alsof het een kleine club betrof. 

Met zijn kersverse album Taller  op zak meldt hij zich een uurtje voor zijn festivaloptreden bij de Volkskrant. Het verzoek ons virtueel rond te leiden door zijn geliefde stad Londen accepteert hij gretig, want het brengt hem even dichter bij huis. Bij zijn vrouw Sophie Dahl, topmodel en kleindochter van schrijver Roald Dahl, en bij zijn dochters Margot (6) en Lyra (8) die hij heeft achtergelaten in het landelijke Buckinghamshire. Jamie Cullum heeft een beetje heimwee. Naar zijn gezin en naar Londen, waar een dag eerder twee van zijn muziekhelden, Neil Young en Bob Dylan, samen in Hyde Park stonden geprogrammeerd. Daar was hij graag bij geweest.

Bijna 40

Zanger en pianist Jamie Cullum, op 20 augustus 1979 geboren in Roachford, Essex , bracht in 1999 in eigen beheer zijn eerste plaat uit, Heard It All Before. De doorbraak kwam in 2003 met zijn derde album Twentysomething. Dat jaar speelde hij voor het eerst in het Amsterdamse Bimhuis. Het grote publiek leerde hem in 2004 kennen op het North Sea Jazz Festival, toen nog in Den Haag. Cullum werd er vaste gast en speelde in juli in de grootste zaal, Nile, een maand nadat hij zijn achtste studioplaat Taller had uitgebracht.

‘Ik word vaak verbaasd aangekeken als ik zeg dat ik van hun stemmen  houd’, zegt hij aan een picknicktafel backstage in Ahoy. ‘Maar ik vind het prachtig hoe die mannen op leeftijd steeds weirder zijn gaan klinken en zich van niemand iets aantrekken. Ik hoop dat ik over veertig jaar ook zo sterk ben.’

Bob Dylan en Neil Young zijn inderdaad geen namen die je meteen met Cullums muziek associeert. Maar vergis je niet: hij is een muzikale veelvraat die net zo goed thuis is in de jazz- als in de popgeschiedenis. In zijn weelderige pianoliedjes smeedt hij het beste uit jazz, pop en soul aaneen. Vanaf zijn eerste concert op North Sea Jazz, toen nog in Den Haag, maakte hij indruk door het gemak waarmee hij oude Cole Porter-liedjes koppelt aan actuele hits van Pharrell Williams.

In 2004 stond hij nog met een trio op het podium,  dit jaar is het een compleet orkest. Zijn inzet is onveranderd aanstekelijk. Cullum stuift over het podium, in het zwarte zijden bloesje waarvan we een uurtje eerder de herkomst vernamen, want de zanger en pianist blijkt niet te beroerd zijn shopgewoonten in Londen toe te lichten: ‘Winkelen doe ik vooral op dinsdag, voor mij een soort feestdag. Dan heb ik ’s avonds mijn radiouitzending bij de BBC en breng ik de dag door in de stad.’

 Met de trein rijdt hij in een minuut of veertig van zijn woonplaats Amersham naar het  Marylebone Station in Londen. ‘Dan pak ik de tube of als het mooi weer is de City Bike. Ik heb mijn helm in een rugzakje en vind het lekker om een beetje door de parken of langs het water te rijden.’ Voor hij ’s avonds op Radio 2 zijn wekelijkse Jazz Show presenteert, wandelt hij rond in de uitgaanswijk Soho. 

Jamie’s Londen in tien favoriete plekken:

1 Café: Kaffeine, 66 Great Titchfield Street

2 Platenzaak: Sounds Of The Universe, 7 Broadwick Street

3 Japans restaurant: Koya Soho, 50 Frith Street

4. Jazzclub: Ronnie Scott’s Jazz Club, 47 Frith Street

5. Boekhandel: Daunt Books, 84 Marylebone High Street

6. Poppentheater: Little Angel Theater, 14 Dagmar Pasage

7 Museum: Victoria & Albert Musuem, Cromwell Road

8 Bibliotheek: British Library, 96 Euston Road

9 Kleding: Clutch Café, 78 Great Portland Street

10 Kleding: Saint Laurent, 32-33 Old Bond Street

Koffiebar Kaffeïne in Great Titchfield Street, Londen. Beeld Kaffeine

Eerste stop: Kaffeine, een koffiebar in Great Titchfield Street, dicht bij Oxford Circus. ‘Kaffeine is een Australisch tentje dat de lekkerste koffie van Londen serveert. Nee, niet Italië maar Australië is het beste koffieland. Als ik dan even zit, bedenk ik wat ik verder die dag zal gaan doen. Meestal is dat eerst een rondje platenzaken in Soho.’

Zijn favoriete platenwinkel is Sounds of the Universe, om de hoek bij Berwick Street, de winkelstraat waar Oasis in 1995 de hoesfoto van hun album (What’s the Story) Morning Glory? heeft geschoten. ‘Toen zaten daar nog zes, zeven winkels vlakbij elkaar, nu nog maar drie. Sounds of the Universe wordt gedreven door de mensen achter een van mijn favoriete platenlabels, Soul Jazz. Die brengen fantastische compilaties uit met muziek uit alle windstreken. Maar ook met Londense dance en hiphop.

‘Reggae is hun specialiteit, maar ze hebben ook een goed oor voor spirituele jazz. Er staat steevast een rijtje tips op een plankje, die zijn vaak obscuur maar altijd goed.’

Platenzaak Sounds of the Universe, Broadwick Street in Londen. Beeld Redferns

Met een tas vol platen en cd’s wandelt Cullum dan naar de grootste boekhandel van Londen, Foyles. ‘Wel de grootste, maar niet mijn favoriete boekwinkel’, zegt hij beslist. ‘Dat is Daunt Books in Marylebone High Street. Ook daar werken ze met tips van het personeel en er is ook een soort boekenclub, waarvan mijn vrouw en ik enthousiast lid zijn. Eens per maand krijgen we hun favoriete boek opgestuurd.’

Boekwinkel Daunt Books in Marylebone High Street, Londen. Beeld rv

Meestal blijft dat voor Cullum ongelezen, bekent hij. Hij is een langzame lezer, maar snuffelen in boekenzaken doet hij graag. ‘Foyles heeft op de tweede etage een jazzwinkel, Ray’s Jazz. Vroeger was dat een beroemde zelfstandige platenzaak, nu is het onderdeel van Foyles, naast de afdeling muziekboeken. Daar hang ik al gauw een uurtje rond.’

En dan begint zijn maag te knorren en krijgt hij zin in udon. Een Japans noodlegerecht dat volgens Cullum nergens beter smaakt dan in restaurant Koya Soho in Frith Street. ‘Met de hand gerolde of koude udon, het is me allemaal even lief. Koya is ook in trek onder Japanners, wat natuurlijk een goed teken is. Ik kom er twee, drie keer per maand en mijn vrienden weten dat ze mij daar dinsdagmiddag rond lunchtijd kunnen vinden.’

Japans restaurant Koya Soho in Frith Street, Londen. Beeld Koya Soho

Schuin tegenover Koya bevindt zich een van de oudste en beroemdste jazzpodia van Engeland, Ronnie Scott’s Jazzclub. Een klein theater vol rood pluche waar het publiek de muzikanten bijna kan aanraken. ‘Iedere grote jazzmuzikant heeft er gespeeld of wil er spelen. Ik heb er vaak opgetreden. Meestal word je  er voor een reeks avonden achtereen geboekt. Aan het begin van mijn carrière heb ik veel aan die langere engagementen gehad. Het zit er altijd vol, met de bezoekers bijna op je schoot. Dan leer je wel hoe je met je publiek moet omgaan.’

Zijn eerste bezoek aan Ronnie Scott’s herinnert Cullum zich nog goed. In 1998, omstreeks zijn 18de, draaide zijn wereld om film en muziek. ‘Ik was in de Curzon Soho Cinema naar Alfred Hitchocks Rear Window geweest en liep daarna volkomen bedwelmd Ronnie Scott’s in, om de hoek. Daar speelde de Charles Mingus Big Band, met tenorsaxofonist Seamus Blake. Die blies mij haast letterlijk omver. Het was een beslissend moment in mijn leven; vanaf toen wist ik dat het om jazz zou gaan.’

Ronnie Scott's Jazzclub in Frith Street, Londen.

Ietwat jaloers op de huidige Londense jazzscene is Cullum wel. ‘Twintig jaar geleden leek jazz uit de mode. Ik wist dat ik moeite zou hebben het publiek vast te houden, als ik niet ook wat pop zou spelen. Nu is jazz hot in Londen. Vooral in het oosten van de stad, in Hackney en Dalston, verschijnen nieuwe clubs en podia. De beste plek was de afgelopen jaren Total Refreshment Center in Dalston, dat helaas onlangs is gesloten. Die baanbrekende plaat met nieuw talent, We Out Here, is er opgenomen. Er waren oefenruimten en er was altijd live-muziek. Het had een huiskamersfeer waarin iedereen zich thuisvoelde.’

Little Angle Theater, Dagmar Passage in Londen.

Cullum geeft toe dat het nachtleven minder aan hem is besteed sinds hij kinderen heeft. ‘Ik neem mijn dochters  graag mee de stad in, maar dan volg ik uiteraard een andere route. Meestal gaan we naar een poppentheater in Islington, Noord-Londen. Het Little Angel Theater maakt voorstellingen voor kinderen die ook leuk zijn voor volwassenen. Dit soort amusement heeft het moeilijk, internet en gamen zijn grote concurrenten, maar ik vind het belangrijk dat kinderen met dit soort ambachtelijke kunst in aanraking komen.’

Victoria & Albert Museum, Londen. Beeld Getty

Musea bezoekt Cullum met zijn moeder, bijvoorbeeld de ‘oude kostuums, jurken en mode’ in het Victoria & Albert Museum. Samen zagen ze er de grote Mary Quant-expositie, die nog tot februari is te zien. ‘Als ik nog een tip mag geven, dan is het deze expositie. Weer allemaal jurken, dacht ik eerst.  Maar de collectie hotpants en minirokken waarmee Quant in de jaren zestig beroemd werd, vond ik prachtig.’  Het maakte een nieuwe fascinatie voor de jaren zestig in hem los.

Het eerste wat hij doet als zich zo’n nieuw interessegebied aandient, is een bezoek brengen aan de British Library. ‘Het is al jaren een van mijn favoriete plekken. Het is mooi ingericht, er zijn interessante exposities en ze hebben een uitstekende koffiebar. Ik kom er als ik even een paar uur over heb en mijn hoofd tot rust wil brengen. Dan ga ik aan een tafeltje zitten en pak een net bij Foyles of Daunt gekocht boek uit mijn tas. Niks consumeren, geen geklets en ook geen muziek. Stilte en lezen. Heerlijk.’

British Library, Londen. Beeld Universal Images Group via Getty

Maar ho, het wordt tijd om aan zijn aanstaande optreden te denken. En daar heeft Cullum na de rondleiding door zijn geliefde stad extra veel zin in. Hij wijst nog even op zijn zwarte bloesje. ‘Vind je dit niet iets voor Bob Dylan?’ Hij voegt eraan toe dat het een Saint Laurent-shirt is, gekocht in Old Bond Street. ‘Ik was nooit zo’n snob, maar het hoort blijkbaar bij het ouder worden. Daarom kom ik ook graag in Clutch Cafe in Soho. Niet voor de koffie, maar voor de mooie Japanse kleding die ze er verkopen. Wel duur, een jeans voor driehonderd pond is er heel gewoon. Niet dat ik dat gewoon vind. Maar ik kijk er graag rond. Japanse kleding staat me goed.’

Winkel van Saint Laurent in Old Bond Street, Londen. Beeld Getty Images
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden