Zandzakken met wat cement

Toeristenboten wachten aan de Lancang rivier op betere tijden terwijl de dorpelingen zich vermaken met hanengevechten, zonder sporen, zonder bloed....

De oudste stad van Yunnan is Kunming waarvan de inwoners het volgens Marco Polo geen punt vonden als hun vrouwen door anderen bekend werden, vooropgesteld dat dit vrijwillig gebeurde. Het is een zich snel vernieuwende stad op tweeduizend meter hoogte. Slopers slaan oud betonijzer met mokers recht. Leerlingen krijgen op een schoolplein met communistische marsmuziek en op commandotoon ochtendgymnastiek.

In de paar nog resterende oude straten vinden we een kwetterende vogeltjesmarkt, met in een prachtig Quinhuis Pizza Da Rocco. Rocco heeft in Napels Chinees gestudeerd, is met een Chinese getrouwd, bakt meer dan pizza en, wat zeldzamer is, schenkt goede Italiaanse wijn. De band tussen de Italiaanse en Chinese keuken is veel ouder: Marco Polo bracht al mie en noedels naar Europa om die spaghetti of ravioli te noemen.

Boven het Dian Chi, het Dianmeer, rijzen de dichtbeboste westelijke heuvels op. Onbekend met de weg sjok ik achter een groepje prachtig zingende Chinezen aan. Ik krijg een glimlach en even later een flinke part van een kinderhoofdgrote pomelo, veel smakelijker dan grapefruit.

We lopen in de stortregen over bergpaadjes tot een dorpje. In een restaurant - kamertjes rondom een binnenplaats - zitten meer gezelschappen. Onmiddellijk verschijnen er krukjes, majong stenen, zonnepitten, thee en verdunde hete melk. Het is koud, maar daar heeft niemand last van. Uit de rugzakjes komen pantoffeltjes; schoenen worden om de kachel te drogen gezet.

Na een uurtje krijgen we allemaal dezelfde maaltijd. Ik bied aan te betalen, maar krijg geen kans. Plastic zakjes gaan om de droge sokken in de nog natte schoenen en we lopen verder de berg op. Bij een splitsing houden ze een busje aan. Kunming - ik word erin gezet. Terug naar de stad. Nooit zal ik ze weerzien .

Verder naar het zuiden, tegen de Birmese grens, ligt Jinghong. Over de Langcangrivier hangt een imponerende brug aan een enorme kabelharp. De stad bestaat uit laagbouw en wordt met palmlanen doorsneden. We eten in een door een vriendelijk Hani-meisje gerund restaurant en steken de geelbruine rivier over waar op de oevers grote toeristenboten wachten op betere tijden. Daar zien we de eerste - of zo men wil - de laatste houten Daihuizen. De bergbewoners uit de omgeving zijn meer Maleisch dan Chinees en in sarong gekleed.

In een weelderig park waar op een podium volksdansen plaatsvinden, laten Dai, nu zelf toerist, zich paarsgewijs fotograferen, met in hun midden een aaibare pauw die gewillig zijn staartveren opsteekt. Buiten het park zijn hanengevechten, zonder sporen of bloed. Het is razendsnel dreigen, blazen, tegen elkaar opspringen, uit de ring duwen. Veel gelach en gokken. De strijd duurt van enkele seconden tot een paar minuten, de hanen raken hoogstens wat veertjes kwijt.

In een bloemenkwekerij fotografeer ik frêle orchideeën. De tuinman wijst me de deur: misverstand, verderop staat de echte kas met veel meer mooiere orchideeën. Op een plein klinken 's morgens vóór zevenen al revolutionaire muziek en toespraken om het volk op te wekken tot weer een arbeidzame dag. 's Middags staan daar lange rijen geduldig wachtende ouderen voor een teug uit een duur uitziende fles met een tijgeretiket. Het is een naar bedrog stinkend elixer, verkocht door een gelikt type met een beeldschone assistente. In het park keuvelen oude mannen met krekels zo groot als kleutervuistjes in fragiele bamboekooitjes die aan de boomtakken hangen.

Ten oosten van Jinghong, na dichtbeboste heuvels en een regenwoud, ligt Menglun. De zeven daar nog levende olifanten zijn het circusstadium dicht genaderd. Menglun is een stoffig gat aan de Luosuo, een soort streekdorp waar de bussen doorheen razen.

Interessanter is het botanische park, te bereiken via een hangvoetbrug. Het park werd eind jaren vijftig door de Chinese botanist Cai Xi Tau uit de jungle gehakt. Achterin vinden we een hotel boven een vijver met vorstelijke zwanen. In het park groeien bomen met luchtwortels, die zichzelf alsmaar uitbreiden, en bladerrijke struiken met felrode en paarse bloemen waaruit enorme nachtzwarte vlinders nectar zuigen. Op een eilandje wonen twee grote mensachtige apen die - duidelijk onze voorouders - tot diep in de nacht een hels lawaai maken.

Even buiten Menglun ligt een park met Baidorpen: houten woningen op palen. Beneden zijn de stal en de opslag van gereedschappen, boven is een luchtige woning met een stenen vuurplaat en een groot tv-apparaat. Aan de gevlochten wanden hangen posters van Michael Jackson. Voor het huis koken moeder en dochter voor de verkoop in palmbladeren gewikkelde rijstpakketjes met rietsuikerstroop. We krijgen plakjes zoete knol. In de overgang van boerenleven naar toerisme poseren opgedofte kinderen in te glimmende klederdrachten voor de foto. De toeristen laten - op ons na - op zich wachten. Langs de rivier is een complete akker afgekalfd en, door boomwortels bij elkaar gehouden, vijftien meter omlaag gestort. De boerin heeft er een vers paadje naar toe aangestampt en is opnieuw met de hak in de weer.

We vliegen naar Nanning vanaf een modern vliegveld tussen rubberplantages. De tappers wonen in hutten met hun eeuwige eenden en wroetende biggen tussen vijvers met kroos. Uit de spiraalvormige wonden van de rubberbomen vloeit traag de witte rubber in aan de bomen gebonden halve kokosnoten die als ontvangstschaal dienen.

Nanning ligt aan de Parelrivier. In het droge slijk langs het water hebben oude vrouwen akkers gehakt, die ze met juk emmers uit de olieachtige stroom bevloeien. Vrachtpramen liggen op de rivier. Daartussen drijven tobbes met vissers die, met een autoband om hun middel, met hun handen peddelen en een soort schraapzak neerlaten. Vanaf de oever halen hun vrouwen hen met een touw weer binnen waarna ze tussen de modder naar de gevangen wormen zoeken.

Koelies lossen de pramen en snellen met balen van tachtig kilo over de loopplank. Voortdurend worden de dijken verhoogd en versterkt, een bekend gezicht voor een Nederlander. Dat gebeurt o.a. met zandzakken waarin een beetje cement is verwerkt zodat die dus zichzelf verharden.

Onder aan de dijk, lager dan de rivier, ligt de oude stad met krothuisjes en, zoals overal, drukke marktpleintjes. Levende karper wordt aan een draadje door de rugvin met een balans gewogen.Ook worden diensten als masseur, kruidendokter, sterrenwichelaar en handlezer aangeboden. Op de muren verwijzen kinderlijke tekeningen naar het belang van één kind, maar ook naar hygiëne, goede manieren en het vermijden van ruzie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden