Reportage Zandvoort

Zandvoort kan heel wat racefans hebben

Meer dan 100 duizend mensen kwamen dit weekeinde naar Zandvoort voor de Jumbo Racedagen. Een logistieke generale repetitie voor de gemeente, die de Formule 1 volgend jaar weer ontvangt. Als dit racefestijn een graadmeter was, hebben racefans en omwonenden weinig te vrezen.

Fans in de duinen langs het circuit tijdens de WTC race op de Jumbo Racedagen. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Op de rotonde Bloemendaalseweg-Julianalaan in Overveen, de flessenhals op weg naar Zandvoort waar het op een normale zomerdag al stampvol staat, epicentrum van de verkeerschaos op racedagen en potentiële overlast-ground zero tijdens de Formule 1 volgend jaar, word je zondag vlak voor het eerste optreden van Max Verstappen overvallen door een kakafonie van woest... getjilp. Eindeloos vrolijk gekwetter afkomstig van Nationaal Park Kennemerland-Zuid, heerlijk hoorbaar want niet gehinderd door enig motorgeluid.

Dit weekeinde trokken meer dan 100 duizend autofanaten naar Zandvoort voor de Jumbo Racedagen. Het is een ronkend, piepend, knetterend, gierend racefestijn waar Max Verstappen met zijn Formule 1-wagen over het circuit scheurt en allerlei lagere klassementen tegen elkaar strijden op het asfalt. De Jumbo Racedagen zijn ook de generale repetitie voor de Heineken Dutch Grand Prix, de Formule 1 die in mei 2020 na 35 jaar afwezigheid terugkeert naar de badplaats. Hoe komen al die mensen Zandvoort in en weer uit? Met gemak, zo blijkt.

Voor de kenner is het gesneden koek. Pieter van Saase (29) kwam met vier vrienden in zijn auto uit Noordwijk, aanhangwagentje erachter, en aan het begin van de N201 naar Zandvoort. Fietsen van de aanhanger en trappen maar, niks aan de hand. Iedereen binnen een straal van 30 kilometer rond Zandvoort weet dat je op dit soort dagen de auto niet moet nemen, zegt Van Saase. Daarbuiten snappen ze dat kennelijk inmiddels ook, getuige het gebrek aan files op zondag racedag.

Fans in de duinen langs het circuit tijdens het laatste optreden van Max verstappen op de Jumbo Racedagen. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Verbrand rubber

Grijnzend staat Van Saase ’s middags op een duin aan de rand van het circuit, terwijl een vriend halve liters bier aandraagt en de gierende racewagens van de World Touring Car Cup het gesprek onmogelijk proberen te maken. Dat geluid, daar gaat het hem om. Het gaat door je hele lijf, kippevel krijg je ervan. Zelf incasseert Van Saase regelmatig boetes met zijn Audi A6, ‘topsnelheid 259 kilometer per uur’. In zijn vakanties werkt hij in een Oostenrijkse skishop, eigenlijk vooral zodat hij door Duitsland kan scheuren. Dat gevoel van vrijheid, adrenaline, één met de machine – was hij maar autocoureur geworden in plaats van verkoper bij een groothandel in plantenbakken.

Dat denken er meer vandaag in Zandvoort. Het is horen, zien, maar ook ruiken, voelen en – als je héél dicht bij de pits staat – proeven. Tijdens de drift demo, waarbij achterwielaangedreven wagens met rokende banden over het asfalt glijden, drijven wolken verbrand rubber richting het publiek, over de duinen naar een strand waar vandaag niemand wat te zoeken heeft. De rook prikt de ogen en droogt de mond. De mannen en mannetjes in Verstappen-petjes op de duinen grijnzen er alleen maar breder van. Machtig mooi toch.

Op zondag kwamen er bijna 60 duizend mensen naar het dprp, langs twee eenbaansautowegen en over een spoor dat is berekend op elk kwartier een boemeltreintje. En vooruit – over het fietspad. Bij de Formule 1 wordt het nog veel drukker, met op zondag meer dan 100 duizend mensen op één dag. Als het een zonovergoten topdag is, komen daar nog eens 60 duizend strandgangers bij. Dat heeft de gemeente nog nooit te verwerken gehad. Zandvoort wil voorkomen dat het de wereldpers haalt met beelden van kilometerslange files en urenlange vertragingen, in plaats van uitzinnige fans en een daverend racesucces. 

Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Vertrouwen

Het plan ligt klaar: verdriedubbeling van de elektrische capaciteit van de spoorlijn en van het aantal treinen – daar moeten wel enkele miljoenen voor op tafel komen – en vooral heel veel pendelbussen en fietsen. Mensen moeten van ver met de trein komen, van dichtbij met de fiets, en wie toch met de auto komt moet ergens in de periferie van Zandvoort parkeren en/of kamperen, en dan per bus of fiets het laatste deel afleggen.

Maar naar de Formule 1 komen ook 30 duizend buitenlandse liefhebbers. Voor hen is een gecombineerd traject van auto-trein-bus/fiets/aanhangwagen wellicht wat minder overzichtelijk. Bovendien, zo blijkt in de trein op weg naar Zandvoort, krijgen raceorganisatie en gemeente er nog een uitdaging bij: niet alleen de infrastructuur moet worden opgewaardeerd, het vertrouwen van potentiële bezoekers in een goede organisatie kan ook wel een oppepper gebruiken.

‘Vorig jaar heb ik drie uur door Zandvoort gereden om een parkeerplek te vinden’, zegt Tim van Oorschot (37), zonnepanelenmonteur, vanonder zijn witte petje in de trein tussen Amsterdam en Haarlem. ‘Van 9.15 tot 12 uur. En aan het eind van de dag hadden we nog een boete ook. Ik denk dat het nog veel drukker wordt dan iedereen nu zegt, let maar op.’

Verkeer bij de drukke rotonde aan de Julianalaan richting Zandvoort, na afloop van het laatste optreden van Max verstappen op de Jumbo Racedagen. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Met de boot

De suggestie om met de fiets te gaan valt in slechte aarde, in de trein op weg naar Verstappen en het circuit. Als het per se moet, als de fiets elektrisch is. Een vader met 15-jarige dochter zegt helemaal niet naar de Formule 1 te willen gaan. Te druk. Van Oorschot wil het wel proberen. Gevraagd hoe, kijken hij en twee vrienden in de vierzitsbank van de trein naar het vierde lid van hun gezelschap. Die heeft een bootje. ‘Een motorjacht’, zegt hij zelf. ‘Met als het moet acht slaapplaatsen. Dan moeten we wel op tijd op pad.’

De weergoden hebben geholpen de Jumbo Racedagen een logistiek succes te maken. Maar het moet gezegd: op weg terug werkt de NS als een geoliede machine. Een bataljon veiligheidsmensen spreidt reizigers over de treinstellen en schuift ze per duizend als lemmingen soepel de treinen in, waarvan er voor de gelegenheid zes in plaats van twee per uur gaan. Het advies om met het openbaar vervoer te komen is massaal opgevolgd door de autofanaten, en links en rechts klinkt verbaasd gemompel: zo slecht is dat nog helemaal niet, zo’n trein.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden