Zandkastelen in de woestenij

Lange tijd was er voor architecten in de Utrechtse universiteitswijk De Uithof weinig eer te behalen. Maar sinds het bureau OMA van Rem Koolhaas de supervisie heeft over de herinrichting, is er een einde gekomen aan het lukraak neerzetten van betonkolossen in de polder....

HOE VAAK KOMT het voor dat er in Nederland een weg wordt gesloopt? Daar hoor je nooit over. Gebouwen worden gesloopt, wegen gaan in het ongunstigste geval een sluimerend bestaan leiden, als parkeerhaven bijvoorbeeld. De Toulouseweg, aan de rand van de Utrechtse universiteitswijk De Uithof, staat daarentegen op de nominatie om te verdwijnen. Opdat de weilanden van het naburige landgoed Amelisweerd vloeiend kunnen doorlopen tot de campus, en er ligweiden en picknickplaatsen ontstaan waar studenten kunnen recreëren.

Weg met die uitgestorven Toulouseweg en zijn lachwekkend aandoende verkeersdrempels! Scherp het contrast aan tussen bebouwing en natuur! Zo redeneren de planologen die zich al jaren buigen over dit wetenschappelijk reservaat aan de oostzijde van Utrecht. Dat was nog niet lang geleden het meest verketterde universitaire gebied van Nederland.

Er wordt een insluiper naast die versmade weg gedoogd, en niet zomaar een. Uit de weilanden klimt een studentenflat omhoog, van de architect Rudy Uytenhaak: een knipoog naar La Grande Arche in Parijs. De grote vierkante poort, uitgevoerd in grijs beton, herbergt een eindeloos lijkend aantal studentenkamers. Het gebouw daalt trapsgewijs af naar het landgoed erachter, waar de poort overgaat in een complex met zaagtanddaken. Het lijkt wel een uitgeschoven verrekijker die De Uithof richt op de natuur.

Meewarige blikken waren zijn deel, toen Aryan Sikkema bijna tien jaar geleden in een gezelschap verkondigde dat zijn nieuwe werkterrein De Uithof betrof. Hij werd er directeur huisvesting. De Uithof werd gezien als de Bijlmer, er was geen eer aan te behalen. Grote lompe gevaarten in het Siberië van Utrecht. Bovendien was de universiteit in die dagen ook nog eens met handen en voeten gebonden aan het ministerie, dat weinig wenste te investeren in gebouwen.

Langzamerhand veranderde die houding. Sikkema: 'Bij de universiteit ontstond een gevoel dat er ook iets moois aan de maatschappij moest worden nagelaten. Jarenlang heerste er een mentaliteit van niks willen, nu zou de universiteit laten blijken wat ze wél wilde.'

In de aanloop tot de decentralisatie gaf Sikkema het bureau OMA van Rem Koolhaas de opdracht een visie voor De Uithof uit te werken. 'Een fantasierijk en visionair bureau. Het enige in Nederland dat niet zijn neus ophaalt voor de architectuur van de jaren zestig.'

De architectuur van De Uithof - tien jaar geleden was die grof samengevat de Transitorium-gebouwen 1 tot en met 3, de Ponskaart waarin tandheelkunde huisde, een observatorium dat niet in bedrijf was, een bestuursgebouw en het Academisch Ziekenhuis Utrecht. De wijk was op een onbewaakt moment in de jaren zestig geboren, maquettes waren verheven tot gebouwen. Van planning had de universiteit niet gehoord. Om De Uithof uit het slop te trekken, stelde de gemeente aanvankelijk woningbouw voor, zodat de wijk nog enigszins leefbaar werd. Toen dat onzalige plan in de la verdween, verscheen Sikkema ten tonele, tussen bergen nota's, vergaderstukken en ontwerp-bestemmingsplannen.

In De Uithof had je nergens houvast, vond Sikkema, die eerder ervaring opdeed met de stadsvernieuwing in Amsterdam (Haarlemmer Houttuinen, Jordaan). De Uithof moest net zo compact en intens worden als een gemiddelde stadswijk. Moest beschutting bieden.

De Uithof bleef in de portefeuille van Art Zaaijer, ook toen deze na drieënhalf jaar bij OMA vertrok en voor zichzelf begon. Hij werd gedelegeerd architect van OMA, wat onder meer betekent dat hij architecten bijstuurt en het overzicht bewaart. Met als motto 'hoe minder regelgeving hoe beter'. Het Grand Design van De Uithof.

Om te voorkomen dat de universiteit verder als een olievlek zou uitdijen over het omringende parklandschap, deelden Zaaijer en OMA het gebied in in clusters. Helderheid was het gebod. Hier bebouwing, daar landschap. Verdichting op de kavels die toch al waren bebouwd. Een scherp contrast tussen steen en groen. Met misschien één uitzondering: de studentenflat van Uytenhaak die de weilanden binnendringt.

De campus is de gevangene van zijn situatie: overal lijkt ruimte, maar nergens ís ruimte. Zaaijer: 'Iedereen denkt dat er plaats genoeg is, maar het landschap rond de universiteit is beschermd. Amelisweerd ligt ertegenaan.' Compactheid is dus een must, maar heeft ook een esthetische waarde. 'Je beleeft het landschap sterker door de samenklontering van gebouwen.'

Een voorbeeld van de concentratie van gebouwen is de Kasbah-zone, een lage bouwmassa waarin de (gefuseerde) Hogeschool Midden-Nederland met tal van faculteiten neerstreek. Elke architect kreeg daar de opdracht zijn kavel tot de rand en de hoek te bebouwen en in elk geval één blinde muur achter te laten. Dat maakt het voor de volgende architect die ernaast aan de slag gaat, gemakkelijker. Hij plakt er zijn gebouw tegenaan. Zo groeit er een trein aan faculteiten op de Heidelberglaan.

Kasbah, is dat niet synoniem met jaren zeventig-kneuterigheid, met holle gemeenschapszin? Maar Zaaijer vult het begrip anders in. 'Het is een archetype. Een klassiek principe. Wil je de platte pannenkoeken kwaliteit geven, dan moet je zorgen dat het geheel meer is dan de som der delen. Dat betekent bijvoorbeeld dat de gebouwen niet alleen bereikbaar zijn vanuit de straat maar ook onderling aan elkaar gekoppeld worden, met binnentuinen en patio's.'

Nee, er is nooit sprake van geweest dit experiment als mislukt te beschouwen en terug te keren naar de binnenstad, zegt Sikkema. 'Kijk naar de volumes van de gebouwen. De welvaart heeft de universiteit alleen maar doen uitdijen. We kunnen niet meer terug. Er is wel eens over gedacht om gebouwen bij het Domplein voor de universiteit te slopen. Daar moet je nou toch niet aan denken.'

Toch heeft de universiteit de binnenstad niet helemaal de rug toegekeerd: rechten en letteren zijn er gebleven, en hoe. Voor rechten werd onlangs het oude Provinciehuis aangekocht.

De Uithof is de gêne voorbij, langzaam begint het besef door te dringen dat in de woestenij een paar mooie zandkastelen zijn opgericht. De verzameling vroegoude kolossen is geleidelijk omringd door frisse, moderne complexen. Als de kenniswijk ooit af is, biedt hij een staalkaart van architectuurstijlen uit de periode 1961 (het eerste Transitoriumgebouw van Wouda) tot pakweg 2010. De oude gebouwen zijn zo goed en zo kwaad als het kan opgelapt en opgefrist. En al is niet alles geslaagd - Sikkema wijst op een al te bonte inkleuring van betonvlakken -, de wijk kan met een gerust hart de volgende eeuw in.

We lopen over de centrale as, de oost-west-gerichte Heidelberglaan. Die laan wordt versperd door een loopbrug en een (doodlopend) bruggebouw. Zaaijer en OMA hadden hier de Lijnbaan van Rotterdam in gedachten. De Uithof is alleen veel minder eenvormig, het is een ratjetoe aan rooilijnen, stijlen en materialen. Bovendien razen er nog eens de snelbussen over die de universiteit verbinden met het oude hart van Utrecht. Ooit, ooit, - als de politiek in Utrecht nog niet door meer schommelingen wordt getroffen - moet de HOV hier eindigen, het hoogwaardig openbaar vervoer. Eerst was dat een sneltram, nu komt er een vrije busbaan.

Onder de leiding van OMA is een nieuwe generatie architecten naar de Utrechtse enclave gehaald, het is een parade van talenten. Zuidelijk van de Heidelberglaan bouwde Jeanne Dekkers de agogische afdeling van de hogeschool. Tegen de blinde wand van blinkend stalen golfplaat schurkt in 2001 de bibliotheek van Wiel Arets. We springen een grachtje over en komen bij Mecanoo die rond drie binnentuinen de faculteit management en economie schikte. Of de dames en heren studenten de peuken willen opruimen als ze bij mooi weer de patio's verlaten, staat er op de glazen toegangsdeuren te lezen. Maar het stormt en regent, en de patio is op slot.

Aan de overkant van de laan zien we OMA zelf, een gebouw waar half Japan op afkomt: het soms bekritiseerde maar evengoed geprezen Educatorium. Opvallendste uiterlijke kenmerk: de dubbelgevouwen betonnen schijf die steunt op een schuin geplaatste glazen wand. Het Educatorium laat zich lezen als The Greatest Hits van Koolhaas: alles wat hij elders heeft beproefd, doet hij daar opnieuw (en beter): een buitenwand van halfdoorzichtig riglit (verticale glazen stroken), het gebruik van roosters maar ook van glazen vloerdelen. Trappen van betimmeringsmateriaal, tl's achter transparant golfplaat. Maar meer nog dan een uitstalkast van materialen is het Educatorium een overrompelende aaneenschakeling van ruimtes, waaronder een royale collegezaal en een kleinere, met projectiecabine in de vorm van een houten ei.

Niet iedereen van het College van Bestuur was amused over het Educatorium als toevoeging aan de universiteit, erkent Sikkema. 'Het is nu wel mooi geweest. Kan er niet iets klassieks komen?', luidde de kritiek.

Het restaurant van het Educatorium kijkt straks uit op het NMR-gebouw van Ben van Berkel. De letters staan voor Nuclear Magnetic Resonance, een machine met elektro-magnetische velden; de architectuur blijft beperkt tot de omhulling van de machine waaraan nu nog wordt gewerkt. Voor het zover is, is het uitzicht vrij op de laatste aanwinst van De Uithof, het Minnaertgebouw van Willem Jan Neutelings, in gebruik bij de geowetenschappen.

Op weg ernaar toe passeren we de hortus die er onder meer vanwege zijn hekwerk uitziet als een hertenkamp. Dan staan we oog in oog met het Minnaertgebouw, daar is geen misverstand over mogelijk want de naam ondersteunt in reusachtige letters de hoek van de faculteit. Het is een surrealistisch fenomeen, een kruising tussen een oceaanstomer en een parkeergarage. Die associatie blijkt niet zo vreemd als we naderhand lezen dat de dakspanten standaard liggers zijn waarop viaducten worden gebouwd, met een overspannning van 22 meter breed.

De terracotta gevel is versierd met littekens, door de architect rillen genoemd. Het is, conform de geofysische gebruikers, een gevel als een aardkorst die lijkt open te barsten. Na een bescheiden entree en een trapje op, komen we in de langwerpige centrale hal. Er klettert water uit de muur, in het bassin liggen fonteinschalen gevuld met kokkels. En als we het schemerdonker op ons hebben laten inwerken zien we aan de voorzijde een batterij 'coupés', nissen met rode banken waarin studenten koffie drinken of een sigaret roken.

Het is een hal als die van een waterzuiveringsgebouw. En dat klopt ook, want de grote binnenvijver is het hart van het koelsysteem. Het op het dak opgevangen regenwater wordt via het plafond en de wanden in het bassin verzameld. Vandaaruit wordt het het hele gebouw doorgepompt. Het koelt de buizen in de computerruimtes, spoelt de toiletten en wordt, na gedane arbeid, geloosd in de binnentuin.

Een poëtische ontboezeming van Neutelings in een boek over het gebouw: 'Om zich te bevrijden van toegevoegde techniek is de architectuur zelf machine geworden: beton koelt, kozijnen dragen, banken blazen, wanden verlichten, bakstenen dempen.' Dat alles is geintegreerd in een gebouw als een menselijk lichaam.'

Je vraagt je alleen af of er al eens een dronken student in het geleidelijk aflopend bassin is verzeild geraakt.

Er schijnen inmiddels andere universiteiten al met enige afgunst naar de Utrechtse ambities te kijken. Architectuur als middel om je identiteit te onderstrepen, dat kan vruchten afwerpen in een tijd waarin het hoger onderwijs de concurrentie aangaat.

Sikkema : 'Het Minnaertgebouw was ongeveer klaar toen er een groep belangrijke onderzoekers bij ons dreigde te worden weggekocht door de universiteit van Princeton. De vraag was echt, blijven we hier of gaan we naar de VS? Toen ze het gebouw af zagen en de kans kregen om daar te beschikken over een afdeling, besloten ze te blijven. Het is misschien pijnlijk, maar een beter bewijs dat dergelijke investeringen nut hebben, is er niet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden