Zalenvuller

interview jan willem sligting Pop

Na 33 jaar stopt Jan Willem Sligting ( 66 ) als concertprogrammeur bij Paradiso. Hij gaat met pensioen. Hoewel Sligting de pers altijd op afstand hield, blikt hij voor deze ene keer terug op Bowie en de Stones.

Na ruim 33 jaar werkzaam te zijn geweest als concertprogrammeur in Paradiso, neemt Jan Willem Sligting (66) vandaag afscheid van de Amsterdamse poptempel. Hij gaat met pensioen.


Van buiten lijkt de voormalige kerk aan de Weteringschans - die in maart 1968 haar deuren opende als 'kosmisch ontspanningscentrum' - weinig veranderd. Van binnen eigenlijk ook niet, vindt Sligting. Goed, er is de afgelopen decennia veel vertimmerd, de capaciteit is vergroot en er kwam een tweede balkon bij. Maar alles draait nog altijd op wat er op het podium is te horen en te zien. 'Nog steeds kom ik binnen, kijk ik naar het podium waar straks wordt opgetreden en denk: ik hoop dat het mooi wordt. Naar een concert gaan is iets geweldigs.'


Maar de business is harder en commerciëler geworden. Artiesten zijn voor hun inkomsten steeds afhankelijker geworden van concerten, met hogere gages als gevolg. 'Paradiso heeft de toegangsprijzen altijd laag willen houden. Uit sociale overwegingen? Nee, business. Met lagere prijzen kun je meer kaartjes verkopen en komen bezoekers sneller terug. Zo simpel is het.'


De rekensommetjes zijn hetzelfde gebleven, legt Sligting uit. Inschatten hoeveel publiek iemand trekt, nadenken wat je redelijkerwijs als toegang kunt heffen. En je hebt de gage die je wilt betalen. 'Dan is het wat mij betreft take it or leave it.'


Het voordeel, zo beaamt Sligting onmiddellijk, is natuurlijk dat Paradiso in Amsterdam staat en dus sneller wordt benaderd dan zalen elders in het land. 'Wij werken hard, maar in het Paard in Den Haag of Tivoli in Utrecht kun je harder werken en toch meemaken dat voor Amsterdam wordt gekozen. Dat is niet fair, maar draai het eens om. Als jij en ik in een bandje zitten en we kunnen in Engeland één concert geven, dan gaan we niet naar Birmingham maar naar Londen.'


Behalve de hogere gages zijn ook de entourages waarmee artiesten komen veranderd. 'Blondie kwam eind jaren zeventig gewoon voor een tientje, die waren maar met z'n vieren. Nu komen ze met een enorme crew die ook moet worden betaald.'


Een leuk concert was het wel, van Blondie een paar weken terug. Sligting praat graag over de artiesten - klein, groot en buitencategorie - die Paradiso afgelopen decennia heeft verwelkomd. Alle namen en begrippen die de man met de onberispelijke, onkreukbare reputatie noemt, zijn samen te vatten in vijf hoofdstukjes.


Junior Walker And The All Stars


Sligting was in het voorjaar van 1981 net aangenomen als muziekprogrammeur, toen hij in Londen een affiche zag hangen van de aloude Motown-saxofonist Junior Walker. 'Dat leek me nou mooi, die band in Paradiso. Ik keek wie het boekte, ging bellen, maakte een rekensommetje en op 29 mei kwam Walker met zijn band. Er werden 800 kaartjes verkocht, het was geweldig.'


Het bevestigde Sligting in het idee dat je niet, zoals in Paradiso in die tijd gebruikelijk was (post-punk tierde welig) alleen nieuwe bands moest boeken. 'Het gaat erom iets neer te zetten wat er nog niet is. Wat er niet is, daarvan moeten we meer hebben. Zo ben ik altijd blijven denken.' Een goed begin van zijn job: minimaal twee concerten per week boeken en aan het eind van het jaar 'zoveel ton' overhouden.


Nachtprogrammering en de opkomst van dance


Een van Sligtings eerste daden was de aanvangstijden van concerten flink naar voren halen. Voor hij begon, leken concerten vooral bedoeld voor Amsterdammers en toeristen die zin hadden in een avondje Paradiso, ongeacht wie er optrad. Maar Sligting realiseerde zich al snel dat veel popliefhebbers buiten de stad thuis bleven, omdat ze de laatste trein niet konden halen.


Begin jaren tachtig was het eerder uitzondering dan regel dat concerten uitverkocht raakten, mede omdat Paradiso nauwelijks buiten de stadsgrenzen adverteerde. Je kon op de avond zelf besluiten of je naar een band wilde gaan, waarvoor je nu maanden van te voren al een kaartje moet kopen.


Op de dag van een optreden stond de telefoon roodgloeiend van mensen die wilden weten hoe laat het begon. 'Dat zei me genoeg. Die mensen kwamen van buiten en wilden nog terug. Naar voren dus met die tijden. Later is ten onrechte gezegd dat ik dat deed vanwege de nachtprogrammering, maar daar was toen nog geen sprake van. Die kwam pas veel later.'


In de jaren negentig werd het steeds gebruikelijker dat Paradiso in weekenden na het 'gewone' concertprogramma dansavonden organiseerde. Daar waren weer andere programmeurs voor verantwoordelijk, zoals Sligting in de jaren tachtig ook collega's kreeg die meer behept waren met de toen populair wordende Afrikaanse en andere wereldmuziek.


Sligting was wel verantwoordelijk voor de eerste nachtvullende dansavonden, zoals de Pep Club van Eddy de Clercq en de door Londenaren georganiseerde feesten Soho Connection en Jazz Bop. Avonden die hem nog altijd met trots vervullen. Eddy de Clercq liet het publiek tot vroeg in de morgen dansen op vooral oude soulmuziek. 'Nu is dat de gewoonste zaak van de wereld, maar een nacht lang dansen op muziek van een dj, dat was toen echt iets nieuws.'


Sligting was er bij en bleef alle nachten tot het einde. 'Toen in de jaren negentig dance doorbrak, vond ik ook dat we daar speciale programmeurs voor moesten aanstellen. Het was onmogelijk dance er even bij te doen.'


Bowie, de Stones en de buitencategorie


Ineens werd het modieus dat artiesten die veel te groot waren voor Paradiso, met toen nog een capaciteit van 1.200 man, daar toch wilden optreden. Het begon in juni 1989 toen David Bowie zich meldde met zijn band Tin Machine. Er was veel commotie, want een toegangsprijs van 75 gulden was in die tijd ongehoord. Sligting: 'Ik weet nog hoe ik schrok toen kaartjes voor Vladimir Horowitz in het Concertgebouw 100 gulden kostten. Het publiek had er geen moeite mee. In het geval van Bowie ook niet. Ik zie het liever niet, maar je moet geen slachtoffer worden van je eigen principes.'


Sligting herinnert Bowie als buitengewoon betrokken. 'Het concert zou op een groot scherm worden uitgezonden op het Museumplein, productioneel nogal een gedoe. Maar Bowie wilde absoluut bij de productievergadering aanwezig zijn en stelde zinnige vragen.'


Na Bowie volgde in 1993 The Velvet Underground. Kaartjes waren 150 gulden, 'maar in Ahoy een dag later waren ze 50 gulden, dus dat leek me fair.' In 1995 gaf Prince twee nachtconcerten en in mei van dat jaar speelden The Rolling Stones. 'Leon (Ramakers, toenmalig directeur van Mojo Concerts, red.) belde en zei: Jan Willem, dit is geen grapje, de Stones willen in Paradiso spelen.'


Op 26 en 27 mei 1995 stonden ze er, om opnamen te maken voor het semi-akoestische live-album Stripped. Productioneel was alles te behappen. Een extra balkon, een nieuwe doorgang. 'Om alles werd keurig gevraagd. Het gebouw werd in oude staat hersteld.' Probleem was hooguit het regelen van de kaartverkoop. Het verkooppunt voor tickets moest tot het laatste moment geheim blijven om chaos te voorkomen. 'Iemand belde mijn vrouw: weet jij waar het is? Om haar te beschermen heb ik het haar niet verteld.'


Sterker nog, de echtgenote van Sligting, die graag naar de Stones wilde, wist niet eens dat er onder het echtelijk bed al een paar nachten een doos met Stones-polsbandjes stond, die in de Melkweg zouden worden verkocht. 'Gelukkig bleek op de avond zelf dat er nog wat publiek bij kon en kwam mijn vrouw alsnog binnen.'


De Stones kwamen wel, maar Bob Dylan en Neil Young kwamen nooit naar Paradiso. Over Dylan heeft Sligting gesprekken gevoerd. De plannen waren al vergevorderd, het kostenplaatje was rond. 'Dan komt er een bericht: it's not happening. Tja, je moet je niet gek laten maken.' Neil Young, die in december 1989 in de Stopera speelde, liep Sligting mis. 'Ik heb toen wel gezegd: een gemiste kans dat het niet hier is. Daar blijft het bij.'


No Famous Covers


De herontdekking van oude soulmuziek eind jaren tachtig was mooi, zeker voor een liefhebber van soul en blues als Sligting. De keerzijde was wel dat veel Amerikaanse acts meenden het publiek hier te moeten trakteren op medley's van platgespeelde Motown- en Stax-hits.


Waar iedere reggae-band tot afgrijzen van Sligting een Bob Marley-medley in de set voegde, liet geen soulster het liedje Respect van Otis Redding en Aretha Franklin onaangeraakt. 'Ik heb toen maar een keer in een contract het zinnetje 'no famous covers' laten opnemen. Dat was nota bene bij een heldin van mij, Ann Peebles. Maar het hielp. Amerikanen hebben nogal eens de neiging het publiek hier te onderschatten. Dieptepunt was jazztrompettist Donald Byrd. We hadden voor Jazz Bop een mooi lijstje nummers opgesteld, begon hij ineens Glenn Miller te spelen.'


Trias politica


Sligting houdt van een scheiding der machten in het popcircuit, die hij aanduidt als zijn trias politica. Programmeurs, artiesten met hun managers en agenten, en journalisten en radiomakers dragen wat Sligting betreft hun eigen verantwoordelijkheid. Het publiek speelt de rol van het volk in Montesquieus oorspronkelijke leer. 'Ik versta me bijna nooit met journalisten', zegt hij naar waarheid. 'Managers die clubs beginnen of dealtjes sluiten met radio en pers... Het is niet verboden, maar ik zou het anders doen.'


Sligting is altijd duidelijk. Zelfs zijn eigen vrouw mag niet zomaar een polsbandje, dus de rest krijgt standaard 'nee' als antwoord op de vraag of hij niet nog een plekje op de gastenlijst heeft. 'Als je een keer ja zegt, wordt nee zeggen moreel steeds moeilijker.'


Zijn onverzettelijkheid bleek niet altijd succesvol. 'Ik heb me verzet tegen uitbreiding', zegt hij over het tweede balkon dat er toch kwam. 'Maar ik merk wel dat de artiesten het geweldig vinden, als ze vanaf het podium de zaal inkijken. Dat is ook belangrijk. Uiteindelijk moet ook de artiest tevreden naar huis gaan, wat weer goed is voor de goodwill. Maar het belangrijkste is dat het publiek een mooie avond had. Dat is waarvoor je het doet.'


The Rolling Stones (1995)


'Ze speelden geweldig. Dat doen ze lang niet altijd. Laatst zag ik de door Scorsese gemaakte concertfilm Shine A Light. Klonk nergens naar.'


Prince (1995)


'Zelfde jaar als de Stones. Prince wilde na zijn shows in de Brabanthallen nog voor een klein publiek optreden. Hij bleek geweldig in vorm. Als mensen met zo'n reputatie ook nog eens zo goed zijn, doet me dat echt wat.'


The Sound (1981)


Joy Division, The Police en U2 stonden in Paradiso voor Sligting er werkte, maar aan veel andere newwavebands heeft hij mooie herinneringen. The Sound, 'met die ontzettend gedreven zanger Adrian Borland', was zijn favoriet. 'U2 en The Police hebben het gered, The Sound niet. Borland pleegde zelfmoord, maar wat waren ze goed.'


Townes Van Zandt (1992)


Sligting zag de in 1997 aan alcoholverslaving overleden singer/songwriter graag, en vaak. Het indrukwekkendst was het concert in 1992. 'Townes speelde een dag na de Bijlmerramp. Hij stamelde iets als 'ongelofelijk', waarna hij echt een paar minuten stil was. Heel indrukwekkend.'


Helaas niet: Roy Orbison


'Toen ik hoorde dat Roy Orbison dood was, luttele weken voordat hij hier zou optreden, was ik echt kapot. Hij had net een mooie nieuwe plaat gemaakt. Iedereen geloofde weer in hem.'


Ook niet: Ray Charles


'Daar heb ik me echt enorm voor ingezet, om Ray Charles met zijn piano naar Paradiso te krijgen. Je kunt nog zo hard rennen, maar als ze niet willen, vergeet het dan maar.'


Sligtings favorieten

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.