Zal straks ook een sterke euro worden vervloekt?

De kwestie

De euro is zeven jaar lang vervloekt als een bananenrepubliekvaluta. Dat deden niet alleen populistische eurosceptici, maar ook befaamde Nobelprijswinnaars als Paul Krugman en Joseph Stiglitz, die van de overkant van de grote plas gehakt maakten van de muntunie.

Het was slechts een kwestie van tijd dat de munt eerst minder waard zou worden dan een dollar en dan volledig zou instorten in de richting van de Venezolaanse bolivar. Toen het niet in 2011 gebeurde, zou het wel in 2012 zijn. En zo ging het elk jaar door.

Dinsdag kwam de koers van de euro boven de 1,20 dollar, terwijl die vlak voor het einde van 2016 nog maar 1,04 dollar waard was. Met lede ogen zien de Britten hoe hun trotse pond sterling straks nog minder waard is dan het symbool van de tot voor kort zo gehate EU.

Critici zien de euro nog altijd als een rammelkast die slechts overeind wordt gehouden door de geldsmijterij en het lagerentebeleid van Mario Draghi's ECB. Alleen hebben de centrale banken van de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Japan hetzelfde gedaan of doen ze dat nog. Daarnaast zou door elke maand 60 miljard euro in het financiële systeem te pompen de waarde van de euro niet moeten stijgen maar juist moeten dalen.

Uiteraard zou de muntunie beter werken als de eurozone ook een politieke unie of federale staat zou zijn, iets wat voorlopig een utopie is. Afgezien van het feit dat de VS en Groot-Brittannië ook allesbehalve perfecte federaties zijn (in beide landen is men tot op het bot verdeeld over Trump en Brexit), hoeft dat zo'n politieke unie geen noodzaak te zijn. In 1433 werd in de Bourgondische Nederlanden een eenheidsmunt geïntroduceerd. Zowel de eigen munt als de koersen van buitenlandse muntstukken waren overal in de unie gelijk. Die hield stand tot het begin van de Tachtigjarige Oorlog, 135 jaar later.

Ook de taler-unie van de Duitse staten in de 19de eeuw, waarvan de stabiliteit werd gewaarborgd door de Pruisische centrale bank, bleef lang in stand. De eurozone viert 1 januari al weer het 19-jarig bestaan en is daarmee ouder dan bijvoorbeeld eerdere initiatieven als 'de slang' van de jaren zeventig of het Europees Monetair Stelsel van de jaren tachtig en begin jaren negentig.

Als los verband van landen met een eigen economisch beleid staat de zone nog steeds overeind. Blijkbaar wordt de politieke wil van de landen om eraan vast te houden telkens onderschat. Duitsland en Frankrijk - samen met Jeroen Dijsselbloem - slagen er toch altijd weer in leden die uit de pas lopen uiteindelijk weer in het gareel te krijgen. Deze politieke wil is, met de verkiezing van Macron en de herverkiezing van Merkel ophanden, voorlopig weer gegarandeerd.

De grootste bedreiging van de euro is niet meer de zwakte maar de stijgende koers die de Europese concurrentiepositie en export kan gaan ondergraven.

Binnenkort wordt de euro ineens om heel andere reden vervloekt.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.