Zakenman met een babyface

Chris Hughes is nog geen dertig, maar hij stond aan de wieg van Facebook en stippelde de internetstrategie van Barack Obama uit. Nu is hij hoofdredacteur van het politieke tijdschrift The New Republic. Een riskante, maar nobele onderneming.

Wat u moet onthouden: Chris Hughes (1983) is beter dan u. Althans, zo heet het fanblog dat tot zijn eer wordt bijgehouden - 'Chris Hughes Is Better Than You'. Daar zie je foto's van de jonge media-ondernemer met zijn keurige zijscheiding, babyface en gestreken overhemden. Hij is te gast bij talkshows, houdt een praatje op zijn oude universiteit Harvard, of hij kijkt breedlachend de camera in, als de perfecte schoonzoon.


Wat Hughes doet? Geschiedenis schrijven, zou hij in alle bescheidenheid kunnen zeggen. Maar dat zegt hij niet, want zoiets doe je niet als je Chris Hughes bent.


Als roommate van Mark Zuckerberg had hij in 2004 het vijfde Facebookprofiel (de vierde was voor Zuckerberg, de andere drie voor tests). Tussen de programmerende nerds was hij het menselijke gezicht met de fenomenale social skills, wat hem de bijnaam 'The Empath' (de empathische) opleverde. En zo werd Hughes woordvoerder en klankbord van het sociale netwerk, toen nog The Facebook geheten.


Een paar jaar later, Facebook had inmiddels tien miljoen gebruikers en net een bod van een miljard dollar afgewezen, werd Hughes benaderd door een relatief onbekende senator. Ene Barack Obama. Of hij wilde helpen met de onlinecampagne. Dat wilde Hughes wel. Tegen het eind van de campagne had MyBarackObama.com twee miljoen gebruikers en was er 30 miljoen dollar opgehaald. En de rest is, zogezegd, geschiedenis.


Voor zijn werk bij Facebook ontving Hughes 1 procent van de aandelen, wat hem bij de beursgang in 2012 in één klap multimiljonair maakte. Forbes schat zijn vermogen op minstens 600 miljoen dollar (460 miljoen euro).


Wat doe je als je bij de twee succesvolste start-ups uit de geschiedenis betrokken was, nooit meer hoeft te werken, nog geen dertig bent, en je, zoals Hughes zegt, 'een directe en positieve invloed op de wereld' wilt hebben?


Hughes kocht The New Republic, een tijdschrift dat volgend jaar honderd jaar bestaat, en bombardeerde zichzelf tot uitgever én hoofdredacteur. The New Republic richt zich op een intellectuele nichemarkt. Denk aan slow journalism, aan de Groene Amsterdammer of aan 'The New Yorker van Washington D.C.', zoals Hughes het zelf verpakt.


Het blad, dat al jaren een kelderend abonneebestand had, kreeg een restyling en werd naar de 21ste eeuw gebracht met een gelikte site en tablet-app. Begin februari, bijna een jaar na de aankoop, verscheen het eerste nummer in de nieuwe stijl. De eerste signalen zijn goed: de oplage steeg van 39 duizend naar 45 duizend en nadat Hughes de paywall had afgebroken, trok de site drie miljoen unieke bezoekers.


Toch blijft het verwarrend: wat bezielt een man die groot is geworden in de nieuwe media om zich op de noodlijdende tijdschriftenbranche te storten? Hughes houdt vol dat het een commercieel project is, maar klopt dat? Wat is hij echt: een idealist of een zakenman?


Hughes groeit op als enig kind van oudere ouders in een middenklassegezin in Hickory, North Carolina, een Republikeins oord in het zuiden van Amerika. Op een dag typt hij 'best schools in America' in bij Yahoo, bestelt brochures en wordt, zonder dat zijn ouders het weten, met een beurs toegelaten tot Phillips Academy Andover, de kostschool waar beide Bush-presidenten naartoe gingen.


Op Andover komt hij tot een groot zelfinzicht. 'Ik ging naar kostschool als een zuidelijke, gelovige, heteroseksuele jongen en toen ik vertrok was ik niet meer gelovig of heteroseksueel.' Hij leert het zuidelijke accent af, wordt chef nieuws van de schoolkrant, voorzitter van de Young Democrats en komt uit de kast.


Na zich jarenlang hard te hebben gemaakt voor het homohuwelijk trouwt Hughes met Sean Eldridge, een nog jongere Democraat, onder het toeziend oog van vierhonderd gasten in een balzaal op Wall Street. Op huwelijksreis leest het stel Oorlog en vrede, de vuistdikke klassieker van Tolstoj. Hughes, die het voornamelijk leest op zijn iPhone, heeft het boek het eerst uit. Een wedstrijdje in ontspanning.


Hard werken is een tweede natuur voor Hughes. Op zijn 17de omschrijft hij zijn werkethos in de schoolkrant als 'ascese voor vooruitgang'. Een paar luie of zoekende studentikoze jaren heeft hij niet nodig: zuipen, bankhangen en uitslapen is niets voor hem. Zijn vrienden noemen hem 'een oude ziel', wat misschien te maken heeft met zijn ouders; zijn vader is vijftig jaar ouder dan hij.


Zijn ouwelijke karakter staat in contrast met zijn jeugdige verschijning. 'Ben jij 12?', vraagt een vrouw op het Paris Review-lentebal aan Hughes, die zojuist heeft gespeecht. Hij is het gewend. 'Twaalf keer twee plus vier!', antwoordt hij vrolijk.


Op Harvard worden de verschillen tussen hem en zijn studiegenoten nog groter. Zuckerberg en de zijnen lezen niet, douchen nauwelijks, zijn het meest op hun gemak in programmeercode en kleden zich in jeans en slippers. Naast 'The Empath' krijgt Hughes de bijnaam 'Prada' voor zijn onberispelijke kledingkeuze. Hij wordt de drijvende kracht achter alle gebruikersvriendelijke opties van Facebook. Zo bedenkt hij het legendarisch nutteloze 'porren' en ook het uitrolsysteem, waardoor nieuwe universiteiten zich een voor een aansluiten bij het sociale netwerk. Waar Zuckerberg denkt in plusjes en minnetjes, denkt Hughes in mensen.


In tegenstelling tot de andere Facebookoprichters, die hun studie afblazen en naar Californië trekken, blijft Hughes in Harvard en studeert magna cum laude af op geschiedenis en literatuur. Ondertussen werkt hij elke dag een paar uur voor Facebook en bouwt hij de deelfuncties uit. Hij weet hoe je het Facebookvolk tevreden moet houden.


Dat instinct maakt hem perfect voor de campagne van Obama. Diens geloof in de kracht van mensen om 'change' mogelijk te maken, valt samen met Hughes' opvattingen. Hoewel Facebook onmiskenbaar veel invloed op de wereld heeft, bekommert het zich niet om goed en kwaad. Hughes mist dat, zegt hij in interviews. Hij wil goed doen, betekenisvol werken en in Obama vindt hij zijn nieuwe muze.


Het succes van de campagne bevestigt voor het eerst ook zijn kunde en visie. Niet langer was hij de jongen die toevallig bij Zuckerberg op de kamer belandde. Hijzelf werd de mascotte voor de onbegrensde mogelijkheden van het internet.


'Dat is de parallel tussen Facebook en The New Republic', zegt Michael Slaby, Obama's nieuwe technologische campagneleider, in New York Magazine. 'Hij heeft een bepaald soort - arrogantie is niet het goede woord. Hij bracht de campagne een beetje die Facebook-bravoure, dat gevoel dat je ideeën onoverwinnelijk zijn.'


Maar niet alle ideeën pakken goed uit, leert ook Hughes. Na Obama besluit hij zich nogmaals op een goed doel te richten. Sterker nog: hij richt zich op alle goede doelen. Zijn platform Jumo moest 'voor goede doelen doen wat Yelp (de Amerikaanse Iens, red.) voor restaurants deed'. De website zou engagement stimuleren en ngo's transparant maken. Het sloeg totaal niet aan.


Nu heeft hij een nieuwe roeping. Hughes gaat de diepgravende journalistiek redden van een wisse dood. 'Ik ben geobsedeerd door de vraag hoe serieuze journalistiek zal overleven in het digitale tijdperk', zegt hij tegen New York Magazine. 'Als mensen deze vorm van journalistiek niet meer ondersteunen, heb ik het gevoel dat onze beschaving in verval is en onze democratie niet kan bloeien.'


Op de voorkant van het eerste nummer in nieuwe stijl staat zijn oude vriend Obama. Hughes deed het interview zelf, samen met zijn redactiechef Franklin Foer, oudere broer van schrijvers Jonathan Safran Foer en Joshua Foer. Echt opzienbarend was het niet. Hoewel de onthulling dat Obama houdt van kleiduivenschieten de wereld over ging.


De aankoop van The New Republic is een even ambitieus, charmant als overzichtelijk project. Dat de kwaliteitsjournalistiek van het blad behouden dient te worden, staat buiten kijf. Daarnaast is het een klein blad en zal het dat altijd blijven. De piek was in de jaren negentig met een oplage van ruim 100 duizend; zelfs voor een Nederlands opinieblad niet bijster veel in die tijd. Inmiddels is daar nog maar de helft van over.


Met de herlancering van The New Republic gaat Hughes niet voor een zo groot mogelijk aantal likes, zoals hij gewend is van Facebook of Upworthy, waarin hij onlangs investeerde. Deze site met het motto Things that matter. Pass 'emon heeft het viral verspreiden tot kunst verheven. Nee, het gaat niet om wat mensen leuk vinden om te lezen, maar wat ze denken dat ze moeten lezen. Want dat is wat The New Republic ooit was: onmisbaar voor de politieke junkie.


Eigenlijk kan Hughes weinig fout doen. Als het blad toch onrendabel blijkt, zal niemand hem dat kwalijk nemen. Hij strijdt voor een nobele zaak in donkere tijden. Het enige wat hij echt te verliezen heeft, is zijn reputatie. Na Jumo zou The New Republic weer een idee kunnen zijn dat meer idealistisch is dan commer- cieel. De ondergang van zijn eeuwoude tijdschrift zou een bevestiging zijn van wat veel critici al denken: Chris Hughes is geen harde zakenman, Chris Hughes is te goed voor deze wereld.


THE NEW REPUBLIC

The New Republic is niet in de losse verkoop in Nederland te krijgen; een papieren abonnement komt je hier op een relatief dure 125 euro te staan, dus het best is een iPad-abonnement te nemen à raison van 34,99 dollar per jaar. Los kopen op de iPad kan ook - voor 3,99 dollar lees je dan in het meest recente nummer waarom internet zo open is dat het pijn doet, wat al die film- en televisieseriezombies ons proberen te vertellen en hoe de visie van Nelson Mandela langzaam uiteenvalt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden