Reportage Techniekles

Zagen en boren tijdens ‘maakkunde’: ‘Bij andere vakken ben je alleen maar aan het schrijven’

Een balansopdracht met kraaltjes en ballonnen in behoorlijk lastig, vinden ze op ‘t Kofschip. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Alle basisscholen moeten vanaf dit jaar (2020) lesgeven in wetenschap en technologie. Op ’t Kofschip in Volendam zijn ze al begonnen: ‘Leerlingen in groep 4 kunnen prima met stanleymesjes werken’.

Een bak met kralen valt om, vier meiden slaken een kreet. ‘Jij bent zo klunzig!’, roept een van hen uit, terwijl ze gezamenlijk proberen kraaltjes in ballonnen te proppen. De ‘maakkunde’-les zorgt in groep 8 op basisschool ’t Kofschip voor het nodige rumoer.

Op de Volendamse school zijn ze na bijna twee jaar wel zo’n beetje gewend aan de lessen, maar vanaf dit jaar (2020) moeten alle Nederlandse basisscholen aan de bak. Zoals afgesproken door onderwijsinstellingen en het Rijk in het zogenaamde Techniekpact, moeten wetenschap en technologie voortaan vaste onderdelen zijn van het curriculum. Zo leren kinderen al op jonge leeftijd ontwerpen, onderzoeken en probleemoplossend werken.

Om leerlingen en leerkrachten meer vertrouwd te laten raken met de technische lessen, ontwikkelde wetenschapsmuseum Nemo in samenwerking met verschillende onderwijsinstellingen het vak maakkunde. 135 scholen hebben nu nascholing gevolgd in deze lesmethode, waarin bijvoorbeeld de kleintjes tijdens de chemielessen hun eigen stoepkrijt maken, terwijl oudere leerlingen in de lessen over geluid zelf een gitaar bouwen. ‘Kinderen leren zo dat van alles om je heen door mensen is bedacht en vormgegeven’, vertelt Marjolein van Breemen, initiatiefnemer en adjunct-directeur van Nemo. ‘We hopen dat kinderen zich daardoor wat meer eigenaar maken van hun omgeving.’

‘Het is heel leuk om zelf dingen te maken en ontwerpen. Bij andere vakken ben je alleen maar aan het schrijven.’ Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Leraren reageren volgens Van Breemen enthousiast, maar zijn er nog niet altijd klaar voor. ‘Er staat veel druk op het onderwijs door het lerarentekort. Basisschoolleraren moeten al overal les in geven, van rekenen tot muziek. Daarom hebben we de methode zo makkelijk uitvoerbaar en praktisch mogelijk gemaakt, met de nodige achtergrondinformatie.’

Veel leraren krijgen koudwatervrees van het woordje ‘techniek’, ziet leraar Ruud Slinger, ‘maakkunde heeft daarin veel drempels weggehaald.’ Hij geeft zelf al een tijd les in wetenschap en techniek op ’t Kofschip en begeleidt leraren die ook maakkunde gaan geven, zoals vandaag groep 8-leraar André Keijzer. Samen lopen ze rond in de klas terwijl de leerlingen een mobile proberen te maken die in evenwicht moet blijven.

‘Het is heel leuk om zelf dingen te maken en ontwerpen. Bij andere vakken ben je alleen maar aan het schrijven’, vertelt Damian (11), die een zwarte trui draagt met de tekst ‘Please try again’. ‘Maar soms is het wel lastig als je iets hebt opgeschreven en getekend en dat het dan tóch niet werkt.’

Niets mis met een beetje frustratie, vindt Ruud Slinger. ‘Ze mogen wel een beetje zweten en borstelen, het is geen knutsellesje. Nu maken ze bijvoorbeeld proefstukjes om hun mobile te testen, maar moeten ze ook op papier uitleggen wat ze hebben geleerd: waarom blijft het nou wel of niet in evenwicht?’

‘Ik denk dat het in evenwicht blijft doordat het houtje in het midden zit en het aan beide kanten even zwaar is,’ licht Damian toe als hij zijn ontwerp aan leraar André Keijzer laat zien. ‘Er staat nu niets in je uitleg over je steunpunt, daar zou ik ook nog over schrijven’, reageert de meester. Hij vindt het leuk te zien hoe de kinderen zelfstandig en in stapjes werken. ‘Je ziet dat ze leren onderzoeksvragen en hypotheses te stellen. Ze zijn niet maar wat aan het knutselen, maar denken er echt eerst over na.’

Dat is ook duidelijk het geval bij Niels (11, gel in het haar, de ogen samengeknepen van concentratie). Voor hem liggen een rode ballon en groene papieren kerstboompjes om zijn mobile te versieren, met de basis zit het al snor. Hoe blijft zijn mobile zo in balans? ‘De bal aan de ene kant is groter dan die aan de andere kant. Omdat het draadje naar de grote bal 22 centimeter is, heb ik het draadje naar de kleine bal twee keer zo lang gemaakt.’

Materiaal voor de techniekles. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Een tafel verderop, waar de vier meiden zich hebben gestort op kraaltjes en ballonnen, is het enthousiasme over de lessen wat minder. ‘Het is zo saai’, vindt de 11-jarige Britt (hoge, blonde paardenstaart, konijnensloffen met glitteroortjes aan de voeten). ‘Je krijgt eerst een hele lange uitleg, pas na een paar lessen mag je beginnen.’

‘Saai’ is volgens Ruud Slinger vaak een synoniem voor ‘lastig’. ‘In groep 2 zie je dat de kinderen veel soepeler zijn in hun inventiviteit. Ze maken van een rioolbuis zo een knikkerbaan. Ook als die voor de tiende keer instort, pakken ze het weer op en lukt het uiteindelijk wel. Oudere kinderen denken sneller: ‘Verrek, ik heb mijn doel nog steeds niet bereikt.’’ Belangrijk is om kinderen vertrouwen te geven: ‘Pak die zaag maar, ga maar boren. In groep 4 laat ik ook kinderen met stanleymesjes werken. Je kan daarbij gewoon rustig instrueren dat ze met iets scherps werken.’

Britt houdt ondertussen een plankje vast, dat haar klasgenootje aan het doorzagen is. Later wil ze architect worden. Is het daarvoor niet best handig, om alvast iets over techniek te leren? ‘Nee, want het zijn geen architectachtige dingen. Nou ja, alleen het tekenen misschien.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden