Zacht enfant terrible

Savages is de drieëntwintigste film van Oliver Stone over een gewelddadig Mexicaans drugskartel. Klinkt de activistische boodschap van de filmmaker er nog in door, of rest er slechts een doffe klank?

Hij wordt de ketter van Hollywood genoemd. Bedoeld als geuzennaam, ook al doet die hem de laatste jaren meer kwaad dan goed. De Amerikaanse filmmaker Oliver Stone, 66 jaar inmiddels, vergaarde zijn status in de jaren tachtig en negentig onder meer dankzij venijnige meesterwerken als Platoon, Wall Street, JFK en Natural Born Killers, ruim voor hij de gelikte drugsthriller Savages maakte, die vanaf vandaag in de filmtheaters draait.

Grote, toegankelijke films vol onverholen maatschappijkritiek - in zijn gouden jaren beheerste Stone een combinatie die in Hollywood momenteel zelden nog wordt vertoond. In Platoon (1986) en Born on the Fourth of July (1989) rekende hij vernietigend af met de Amerikaanse oorlogspolitiek in Vietnam. Wall Street ging anno 1987 over de decadentie en corruptie van de financiële elite en maakte van hoofdrolspeler Gordon Gekko (Michael Douglas) een rolmodel voor een generatie gesjeesde, opportunistische bankiers die de wereld twee decennia later in een crisis zou storten.

JFK (1991) was een virtuoos vertelde complottheorie over de moord op John F. Kennedy. Het krankzinnig uitbundig gefilmde seriemoordenaarspektakel Natural Born Killers (1994) liet zich kijken als een studie naar de aantrekkingskracht van geweld in de media (en kreeg ironisch genoeg een aanklacht voor de kiezen omdat Stone zou aanzetten tot geweld, na een slepende rechtszaak werd de filmmaker vrijgesproken).

Daarnaast maakte een rocksterachtige levensstijl (drank, drugs) in die periode van de filmmaker het definitieve schoolvoorbeeld van een enfant terrible. Vrijwel alles gebruikte Stone om zijn geest te verruimen, vertelde hij afgelopen juni in een uitgebreid interview met het Amerikaanse tijdschrift The Hollywood Reporter. Van LSD tot mescaline, van paddo's tot ayahuasca en xtc. Cocaïne ook. Met prozac hield hij zijn depressies onder controle.

Tegenwoordig is hij rustiger, bezweert de filmmaker in hetzelfde vraaggesprek. Dankzij zijn huwelijk met de Zuid-Koreaanse Chong Stone, hun 16-jarige dochter en zijn dagelijkse meditatiesessie. Een jointje op zijn tijd blijft aantrekkelijk, maar de craziness behoort tot het verleden, zeggen ook de mensen om hem heen. Maar het lijkt erop dat de vos met het verliezen van zijn haren ook zijn streken heeft verloren.

Stel dat pure, intense filmkunst in het geval van Oliver Stone alleen uit een gezonde dosis gekte kan ontstaan, is het dan niet logisch dat de scherpe kantjes er inmiddels een beetje af zijn?

Met Savages, zijn drieëntwintigste film, schetst Stone hoe een hypergewelddadig Mexicaans drugskartel grip probeert te krijgen op de succesvolle wiethandel van twee Amerikaanse jongens. Het is een vlot verteld, in zonovergoten geel gedraaid verhaal waarin de war on drugs als een neerwaartse spiraal van corruptie en geweld wordt afgeschilderd, inclusief paralellen met de oorlogen in Irak en Afghanistan. De oorzaak van het extreme drugsgeweld is een kopie van de toestanden in het Midden-Oosten, vertelde Stone afgelopen weekeinde aan The Guardian. En die toestand is in zijn ogen dan weer de schuld van George Bush jr.

Activist

Vanaf zijn studentenfilm Last Year in Vietnam (1971), een soort The Deer Hunter avant la lettre waarin de filmmaker een Amerikaanse Vietnamveteraan vertolkt die terug in New York de oorlog niet kan loslaten, is Stone een activist. Maar waar dat engagement in het begin van zijn oeuvre leidde tot urgente, beklijvende films, mist de filmmaker het afgelopen decennium de scherpte, waardoor de boodschap meer wegheeft van een doffe echo.

Zijn verweer tegen de aanzwellende kritiek op zijn werk werd gaandeweg brozer. Vond men Any Given Sunday (1999) vermoeiend omdat Stone een film lang verkondigd dat het in topsport, American football in dit geval, om geld en ego's draait? Zo'n sportcompetitie is loodzwaar, zei de filmmaker destijds, dus wanneer de kijker vermoeid raakt, gebeurt dat volgens plan. Grapje natuurlijk, maar het ging er vooral om dat de lessen van Stone op dat moment voor het eerst als een vicieuze cirkel van drammerigheid werden beschouwd.

Fidel Castro

De overtreffende trap volgde met de namens betaalzender HBO gemaakte documentaire Comandante (2003), samengesteld uit een serie interviews die de filmmaker voerde met Fidel Castro. Het was al veelzeggend dat Stone zich tot het documentairegenre wendde om zijn punt duidelijk te maken (Cuba is hier hetzelfde sociale paradijs als in Michael Moore's zorgverzekeringsaanklacht Sicko), maar hij toonde zich zelfs zo weinig kritisch dat HBO hem terugstuurde met het vriendelijke verzoek om toch maar wat aanvullende vragen te stellen.

Hij vertilde zich opzichtig aan de biopic Alexander (2004), met een suffig geblondeerde en houterig spelende Colin Farrell als de grote veroveraar. Een film waarmee hij naar eigen zeggen zijn reputatie definitief op het spel zette. Het 11 september-drama World Trade Center (2006) werd vervolgens afgetroefd door het minder gepolijste maar veel sterkere United 93 van Paul Greengrass, dat vrijwel gelijktijdig verscheen.

Het zachtaardige presidentsportret W. (2008), over George Bush jr., was geen schim van de afrekening die Stone in 1995 met Richard Nixon voor ogen stond. Het vervolg op Wall Street uit 2010 verhaalde met terugwerkende kracht over de huidige economische crisis, waar het origineel een blik in de toekomst wierp.

Toegeven - het zat Stone de laatste jaren niet mee. Er waren plannen om films te maken over het bloedbad van My Lai (de moord op ongeveer vierhonderd ongewapende Vietnamese burgers door Amerikaanse soldaten in 1968), over Martin Luther King en over Silvio Berlusconi, maar de geldschieters durfden het niet aan.

Concreet is voorlopig alleen de tiendelige televisieserie The Untold Historyof the United States die hij met historicus Peter Kuznick samenstelde, en waarin hij onder meer uitlegt dat er voor president Truman bijvoorbeeld geen noodzaak was om de Tweede Wereldoorlog met twee atoombommen te beëindigen. Critici omschreven het project reeds als een 'levensgevaarlijke behandeling' van de Amerikaanse geschiedenis.

Een speelfilm die vergelijkbare reacties oproept, lijkt momenteel ver weg.

Zijn eerste rel veroorzaakte Oliver Stone niet als regisseur, maar als scenarioschrijver. De destijds 32-jarige Stone bewerkte het boek Midnight Express van Billy Hayes, die als Amerikaanse student wegens hasjsmokkel in een Turkse gevangenis belandde, tot het script voor de gelijknamige film. Stone ontving een Oscar, maar wat vooral bleef hangen was de kritiek dat hij de Turken zou neerzetten als karikaturale misdadigers. Bij een bezoek aan Turkije in 2004 bood hij officieel zijn excuses aan voor iets dat hij het dramatiseren van de werkelijkheid noemde.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden