Z-woordpuzzel

Na een zelfmoord vragen nabestaanden zich vaak af of zij iets over het hoofd hebben gezien. Wat zijn de signalen dat iemand overweegt zijn leven te beëindigen? En wat kun je als naaste dan doen?

Het kan kennelijk zomaar ontstaan, een knetterende kortsluiting in de geest. Psychiater Bram Bakker en journalist Bram Hulzebos beschrijven in Loden Last, hun boek over nabestaanden van zelfmoordenaars, hoe Harm uit Gelderland, een volgens zijn vrouw liefdevolle en opgewekte veertiger en vader van twee zoons, onverwacht voor het einde koos. Op zijn laatste dag bezocht hij in zijn baan als vertegenwoordiger nog een klant, tapte daar gewoontegetrouw nog enkele moppen, reed vervolgens met zijn auto naar het spoor en wierp zichzelf voor de trein. Hij had die dag zelfs nog een nieuwe band onder zijn auto laten zetten.


Zijn vrouw gist nog altijd naar wat eraan voorafging. Tegen de auteurs: 'Hoe kan het dat ik dit niet heb zien aankomen, ik kende hem toch zo goed?' Het liep even wat minder op zijn werk, hij wilde altijd graag bij de beste verkopers horen - misschien was het dat wel geweest.


Het is een vertrouwd patroon in de manier waarop familie en vrienden de rouw verwerken: ze vragen zich af of ze iets hebben gemist, zelfs als er jaren geworstel met somberte en intense neerslachtigheid aan vooraf zijn gegaan. Lees wat de actrices Isa Hoes en Lies Visschedijk erover zeiden in de Volkskrant. Hoes over het verlies van haar man Antonie Kamerling: 'Maar ik denk nu dat ik het eigenlijk niet zag. Ik had pas heel laat door (...) hoe ziek hij eigenlijk was.' Visschedijk over het verlies van haar man Marc van Uchelen: 'Het is een langzaam glijdende schaal waar je je met z'n tweeën op bevindt en je ziet het niet als je er bovenop zit.'


Menigeen wil weten hoe het werkt, Isa Hoes geeft drukbezochte lezingen over haar leven met Antonie.


Volgens deskundigen in de psychiatrie zijn reacties als die van Hoes en Visschedijk verklaarbaar. Je voelt je schuldig. Je hebt gefaald. Je hebt niet ingegrepen of je hebt te weinig gedaan. De reflex kan ook zelfbescherming zijn: ik kon er niks aan doen. Nabestaanden zeggen het ook tegen elkaar om te voorkomen dat ze elkaar verwijten gaan maken.


Psychiater Jan Mokkenstorm, medisch directeur van de GGZ inGeest en de drijvende kracht achter de hulpsite voor suïcidalen 113online.nl, beklemtoont dat schuldgevoel iets heel anders is dan schuldig zijn. 'Maar shaming and blaming is onlosmakelijk met dit onderwerp verbonden. Mensen behoren tot groepen om te kunnen overleven; het voelt als een nederlaag als iemand niet meer wil meedoen.'


Zijn vakgenoot Bram Bakker wijst erop dat het ook de professionele hulpverlener kan overkomen. 'Een cliënt kan na een goed verlopen consult rechtstreeks naar de trein lopen. Ook de psychiater zal zich afvragen wat hij in vredesnaam heeft gemist.'


De statistiek wijst uit dat Harm uit het boek van Bakker en Hulzebos een uitzondering is: in zeker driekwart van de gevallen waarin iemand zelfmoord pleegt, waren er signalen vooraf. De helft van hen heeft zelfs in het laatste half jaar nog een huisarts bezocht, 7 procent heeft het voornemen eruit te stappen ter sprake gebracht. Wel leidt een bepaalde gebeurtenis vaak tot het beslissende zetje; de kortsluiting in de niet te ontwarren kluwen stroomdraden.


De signalen zijn vaker meer versluierd dan het klip en klaar etaleren van het voornemen. Een nogal nadrukkelijk afscheid kan argwaan wekken: zomaar bezittingen afstaan of opmerkingen als 'we hebben het toch goed gehad samen', 'ik wil niet meer', 'ze zijn beter af zonder mij'.


Argwaan is geboden als iemand in een plotselinge staat van euforie belandt na een periode van zwaarmoedigheid. 'Te mooi om waar te zijn', schrijft Mokkenstorm in zijn vorig jaar verschenen boek Hoop doet leven, De 113Online Suicide Survival Guide. Het kan opluchting zijn: het besluit is genomen. Hetzelfde geldt bij het vertonen van risicogedrag (hard rijden, onveilige seks), het stoppen van medicatie of lusteloos gedrag. Volgens Bram Bakker zijn plotselinge veranderingen van gewoonten al reden tot zorg: iemand die uren gaat tuinieren of klussen in een schuurtje, terwijl hij eerder geen enkele interesse in dergelijke activiteiten vertoonde.


De vraag is wat je ermee moet als naaste. Natuurlijk is lang niet iedereen die plotseling veelvuldig de schoffel ter hand neemt suïcidaal. De ernst is lastig in te schatten. Het aantal mensen tussen de 18 en 65 jaar dat voor een periode van minstens twee weken aan suïcide denkt, wordt geschat op zeker een half miljoen, maar tussen denken en doen gaapt een groot gat: in 2012 pleegden 1.750 personen zelfmoord.


Het is belangrijk om naar de omstandigheden te kijken. Lijdt de persoon aan een bipolaire stoornis, aan een depressie of schizofrenie? Waren er al eerder zelfmoordpogingen? Is er sprake van verslaving aan drugs of alcohol? Komt het in de familie voor? Zijn er incidenten geweest, conflicten, het verlies van een dierbare of baan?


Ad Kerkhof, hoogleraar klinische psychologie, psychopathologie en suïcidepreventie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam: 'Veruit de meeste mensen doen het niet. Maar je moet het serieus nemen. De signalen zijn eigenlijk altijd een vraag om hulp.'


Wat het voor partners nog moeilijker kan maken, is dat de betrokkene vingerwijzingen niet aan hem of haar geeft, maar aan personen die wat verder weg staan, juist om de geliefde te ontzien - 'die heeft het al zwaar genoeg met mij'. Het is een ander aan wie de blik in de werkelijke binnenwereld wordt gegund.


Het advies aan de naasten uit het veld van de psychiatrie klinkt eenstemmig: breng het bij de betrokkene ter sprake, hoe terloops de zinspeling op een eigenhandig einde ook mag zijn. Vrees niet dat je de sombermansen op een idee brengt: reken maar dat de gedachte weleens in ze is opgekomen. Het is belangrijk een verwijtende of achterdochtige toon te mijden. Vraag bijvoorbeeld niet of 'je wel beseft wat je de familie zou aandoen'. In het jargon van de sector: hou het bij jezelf. 'Ik maak me zorgen om jou.' 'Hoe kan ik je helpen?' 'Sta je me toe iemand erbij te halen? Ik kan dit niet alleen.'


Klinisch psycholoog Ad Kerkhof vindt dat zo'n gesprek ver mag gaan. 'Vraag gerust door. Hoe bereid je het voor? Heb je al een touw gekocht of denk je aan pillen? Dat kan heel confronterend zijn, maar het is nog veel confronterender erachter te komen als het al te laat is.'


Mokkenstorm: 'Maak duidelijk dat je aan de kant staat van het leven en de hoop. Je kunt empathie tonen, maar laat ook weten dat het voor jou ellendig is als de ander eruit stapt.'


Bereid je wel voor op lastige dilemma's. Zo kan de aangesprokene eisen dat de inhoud van het gesprek 'tussen ons' blijft. Mokkenstorm: 'Dat moet je nooit beloven. Zo word je meegetrokken in het pact en kun je weinig meer ondernemen.' Het dreigement er een einde aan te maken kan na zo'n eerste onderhoud veelvuldig passeren. Dan kan het geduld opraken. 'Hoe menselijk het ook is, zeg niet na de twintigste keer dat iemand je vertelt dat het leven voor hem echt niet meer hoeft: nou, ga je gang dan maar. Wie suïcidaal is, twijfelt heel erg. Die is juist op zoek naar zulke zetjes en zal meteen conclusie trekken: zie je wel, jij vindt het nu ook!'


En buiten het gesprek, in de praktijk van alledag, wat moet je ermee? Kun je de ander nog alleen laten? Kun je in de lente beter op vakantie naar het bloemeneiland Madeira in plaats van een mogelijk verregend intermezzo op de Drentse hei? Kun je Samuel Barbers Adagio for Strings nog wel draaien? Kijken we samen naar Into the Wild, dat zo beroerd eindigt, of schakelen we snel over naar Love Actually?


Mokkenstorm: 'Het gewone leven moet doorgaan. Het is niet vol te houden dat alles in het teken gaat staan van degene die klem zit. Wat je wel kunt doen, is bij de ander nagaan wat suïcidale gevoelens triggert en wanneer ze er niet zijn. Afleiding helpt. Echt. Het is dan mooi meegenomen dat van afstel uitstel komt.'


Net zo unisono als het advies erover te praten, is de raad professionele hulp te zoeken, hoe groot de barrière voor de tobber ook zal zijn. Volgens Mokkenstorm betekent de entree in de hulpverlening dat de fase van ontkenning, relativering en misleiding voorbij is. 'Je kunt niet meer doen alsof er niets meer aan de hand is.' Maar ook al heeft de betrokkene er geen trek in, stap dan toch maar in diens naam naar de huisarts of bel een crisisdienst. 'In het dal van de wanhoop is het toch handig als iemand de kleine weggetjes weet. Je krijgt toegang tot therapieën en pillen.'


Kerkhof: 'Er is geen enkele garantie dat het goed afloopt, maar het staat vast dat de patiënten in de psychiatrie minder suïcidaal worden.' Hij komt met een op het eerste gezicht weinig bemoedigend cijfer: 40 procent van de zelfdodingen in Nederland voltrekt zich in het circuit van de hulpverlening. 'Dat lijkt veel, maar het is juist een goed teken: er is over gesproken, er zijn maatregelen genomen. In het buitenland liggen de percentages veel lager, 10 tot 15 procent. Maar daar gaat het búíten de klinieken veel vaker mis. In Vlaanderen is het aantal zelfmoorden het dubbele van dat in Nederland. Er rust een stigma op, er wordt buiten de hulpverlening nauwelijks over gesproken.'


Als alle bekommernis vruchteloos is gebleken en de naaste een nabestaande is geworden, zijn er dan nog manieren om van het schuldgevoel af te komen? Psychiater Bram Bakker, wiens boek vol staat van gevallen waarin een uitputtende gang langs instanties tot niets leidde, pleit ervoor om naar voorbeeld van de obductie in de geneeskunde ook zelfmoorden verregaand te analyseren, in samenspraak met huisarts en familieleden. 'Je hoort het zo veel van de partners: ik zal er uiteindelijk wel mee kunnen omgaan, maar ik hoop dat anderen er nog iets van kunnen leren.'


Klinisch psycholoog Kerkhof zegt ook geregeld reconstructies te maken om de rol van de nabestaande duidelijk te maken. Was het omdat ik niet naar Oostenrijk op vakantie wilde? Waarom had ik niet in de gaten dat hij droevige programma's op tv meed? 'Het is vaak een heel lastige opgave, een puzzel van wel duizend stukjes, waarvan er mogelijk wel tweehonderd zoek zijn terwijl je niet weet wat de voorstelling is. Maar gaandeweg ontstaat een beter beeld, je gaat het begrijpen. En vaak zul je zien dat je het eigen aandeel in de reeks gebeurtenissen nogal hebt overschat.'





ZELFMOORDTEST

Een test die objectief kan meten of een zelfmoord ophanden is, bestaat niet. De Amerikaanse klinisch psycholoog Stephen Silverman werkte jaren aan een apparaat dat op basis van stemanalyses de neiging tot zelfdoding kon vaststellen. Hij bespeurde bij zijn patiënten tijdens het praten kille en metaalachtige klanken. In klinkers verdwenen bijvoorbeeld hoge frequenties. Maar tot een betrouwbaar instrument leidden zijn inspanningen niet. Klinisch psycholoog Ad Kerkhof van de VU in Amsterdam was meteen al sceptisch. 'Het zou niet meer kunnen zijn dan een hulpmiddel. Je kunt suïcidale patiënten ook gewoon vragen of ze iets van plan zijn. De meesten doen er niet zo geheimzinnig over.'


Op de hulpsite voor suïcidalen 113online.nl staat een vragenlijst waarmee de ernst van zelfmoordgedachten wordt bepaald, waarna een advies volgt. De test wordt gemiddeld twintig keer per dag gemaakt.


VIJF VOOROORDELEN OVER ZELFMOORD

'Ze menen het niet echt'

De meerderheid heeft geen echte doodswens. Maar meestal zijn aan zelfmoorden meerdere pogingen voorafgegaan. Iemand die reeds een poging ondernam, heeft honderdvijftig keer zoveel kans op het plegen van zelfmoord als iemand die geen poging heeft ondernomen.


'Wie erover praat, doet het toch niet'

Ruim driekwart van de zelfmoordplegers zinspeelde op het voornemen.


'Suïcide is erfelijk'

Niet bewezen. Bij risicofactoren, zoals depressiviteit, spelen de genen wel een rol. Het van nabij meemaken van een zelfmoord kan drempelverlagend werken, maar het omgekeerde is net zo goed mogelijk.


'Je kunt er beter niet over beginnen, het brengt de ander op ideeën'

Nog nooit aangetoond. Aannemelijk is dat de aangesprokene er zelf al aan gedacht heeft. Erover praten is vaak een opluchting.


'Zelfdoding is impulsief'

Er is een raming dat tussen gedachte en daad gemiddeld tweeënhalf jaar zit. Maar vaak is er sprake van een - soms ook toevallige - gebeurtenis die tot de stap leidt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden