Z-Koreanen houden van hun gehate noorderburen

Eenderde van de Zuid-Koreanen heeft familie in het Noorden. Ze spreken dezelfde taal, maken dezelfde grapjes. Toch zijn de van elkaar gescheiden landen werelden apart....

Van onze verslaggeefster Charlotte Huisman

In het zakencentrum van Seoul staat, ingeklemd tussen hoogbouw, een stukje Berlijnse muur; een gift van het Berlijnse stadsbestuur, dat de Koreanen een spoedige hereniging toewenst. Een mooie gedachte, maar niet echt realistisch, zeker na de kernproef van Noord-Korea vorige maand, luidt samengevat de reactie van veel Zuid-Koreanen die het monument passeren. Van de nieuwe gesprekken in het zeslandenoverleg, waaraan Noord-Korea zijn deelname heeft toegezegd, wordt weinig verwacht in Seoul.

Velen hadden al hun bedenkingen bij het idee om, na een mogelijke val van het autoritaire communistische regime, de Noord-Koreaanse broeders in de armen te sluiten. De twee landen zijn volledig uit elkaar gegroeid sinds in 1945 een grens werd getrokken; de een is nu een van de grootste economieën ter wereld, terwijl de ander zich van de wereld isoleerde en volledig is verarmd.

Als 48 miljoen rijke Zuid-Koreanen 22 miljoen straatarme Noord-Koreanen moeten gaan onderhouden, gaat onze welvaart naar de knoppen, luidt de redenering. Noord-Korea is immers nog armer dan Oost-Duitsland ooit was. Het Koreaanse instituut voor Unificatie schat de kosten voor de eerste tien jaar tussen de 200 miljard en 1,86 biljoen dollar.

De ongewisse toekomst vanwege de Noord-Koreaanse nucleaire machtspolitiek hangt als een donkere wolk boven het succesvolle Zuid-Korea; buitenlandse investeerders houden immers niet van instabiliteit. Maar hoe verschrikkelijk ze het Noord-Koreaanse regime ook vinden, eenderde van de Zuid-Koreanen heeft familie in Noord-Korea. Ze spreken dezelfde taal, maken dezelfde grapjes; die mensen kun je niet laten verhongeren, vinden ze.

Aan de andere kant: je moet ze ook niet te veel geven, want dat verdienen ze niet en het levert bovendien niets op. Dat verwijt een meerderheid van de Zuid-Koreanen nu hun regering, die sinds eind jaren negentig probeerde de banden met Noord-Korea te verbeteren met miljarden dollars aan economische hulp en diplomatie. Uit peilingen blijkt dat na de kernproef de steun voor deze zogeheten zonneschijnpolitiek behoorlijk is afgenomen, tot 40 procent. Veel Zuid-Koreanen vragen zich vertwijfeld af: hebben we het Noord-Koreaanse regime met onze hulp sterker gemaakt?

De kranten schrijven kritisch over de weinig ferme reactie van het land op de kernproef, waardoor bovendien de relatie met de VS verder verslechtert. Zuid-Korea isoleert zich als het de noorderburen niet steviger aanpakt, is de teneur van de commentaren van de krant JoongAng Daily. Een meerderheid blijft wel voor banden met het noorden, ook om oorlogsdreiging te voorkomen, maar daar moeten de Noord-Koreanen wel iets tegenoverstellen.

President Roo Moo-hyun beloofde zijn zonneschijnpolitiek te herzien, maar concreet is hij nog niet geworden. Een aantal ministers – onder meer die van Hereniging – en het hoofd van de veiligheidsdienst zijn vervangen, nadat zij hun ontslag hadden ingediend na de kernproef. Maar nog steeds kunnen Zuid-Koreanen een trip maken naar de berg Mount Kumjang in Noord-Korea, het enige deel van Noord-Korea dat ze zonder problemen kunnen bezoeken.

Zuid-Korea investeerde daarbij flink in een nieuw industrieel complex in Kaesong, in Noord-Korea, vlak over de bestandslijn; tot ergernis van de VS, die vinden dat Zuid-Korea zo helpt aan de financiering van het nucleaire programma. Zuid-Korea beziet het project anders: als ware het een paard van Troje wordt het kapitalisme Noord-Korea binnengebracht.

Het is kortom een spagaat van haat-liefde, de relatie met de noorderburen die deels familie zijn maar ook een kernbom ontwikkelen die, als die wordt gebruikt, het meest waarschijnlijk de Zuid-Koreanen zal treffen. Maar of ze nu bang zijn voor de nucleaire dreiging? Nee, zeggen opvallend veel Zuid-Koreanen. De dreiging, ze zijn er aan gewend, sinds de Koreaanse oorlog in de jaren vijftig; de vrede is tot nog toe nooit getekend.

Veel mannen hebben bovendien tijdens hun diensttijd gepatrouilleerd in de gedemilitariseerde zone, de zwaar bewaakte grens tussen de twee landen. Ze hebben daar Noord-Koreaanse soldaten gezien op slechts enkele tientallen meter afstand in de zone, die op een aantal plekken meer weg heeft van een natuurgebied dan een grimmige scheiding van twee landen in oorlog.

Een kleine (nationalistische) minderheid uit wel zijn angst en vraagt zich af of Zuid-Korea niet ook een kernbom moet ontwikkelen. Maar de meeste Zuid-Koreanen zijn banger voor de VS (die zouden kunnen gaan bombarderen, waarna Noord-Korea de aanval zou kunnen inzetten op de zuiderburen) dan voor Noord-Korea, zegt prof. Sung-han Kim van het Instituut van Buitenlandse Zaken en Nationale Veiligheid (IFANS). ‘Zuid-Korea is om die reden tegen militaire actie onder elke omstandigheid. We prefereren hoe dan ook de diplomatieke weg.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden