YOURI DER SPASSVOGEL

EX-VOETBALLER VAN SCHALKE '04 YOURI MULDER (36) WOONDE ANDERHALF JAAR IN GELSENKIRCHEN. HIJ WEET HET ZEKER: DIE DUITSERS ZIJN ANDERS, MAAR NIET PER SE SLECHTER....

IK rijd nog steeds in een auto met een Duits kenteken. Nee, niet om het geld. Volgens mij is het zelfs duurder. Ik betaal nu in twee landen wegenbelasting. Het is luiheid. Ik zou in Gelsenkirchen naar het Strassenverkehrsambt moeten.

En daar moet ik dan een papier inleveren dat ik waarschijnlijk allang kwijt ben. Zoiets.

Die Mercedes heb ik acht jaar geleden gekocht.

Ik doe moeilijk ergens afstand van. Op de teller staat 380.000 kilometer. Toen ik tussen Enschede en Gelsenkirchen heen en weer reed, was het zo'n beetje mijn huis. En hij rijdt nog precies zo. Het nummerbord hoort erbij. Ik vind het ook véél mooier, witte nummerborden met zwarte letters.

Ik reed altijd over Ahaus, een stukje binnendoor, twintig minuten. Daarna 80 kilometer snelweg. En dan gewoon, normaal rijden. 320. Er rijdt toch geen kip. Dat vond die auto heerlijk. Elke dag heb ik dat gedaan. Geen 320, maar wel 180. Dat heeft die auto goed gedaan.

Hier lokt het geen reacties uit. Nooit gemerkt.

Misschien ook omdat ze weten dat het mijn auto is, door dat witte nummerbord. Kom zaterdag maar eens terug, dan is Enschede een Duitse stad.

Ik heb anderhalf jaar in Gelsenkirchen gewoond.

Met vrienden ging ik in 1988 naar Nederland-Ierland.

Met de Strassenbahn gingen we naar het Parkstadion.

We reden door een straat, de Kurt-Schumacherstrasse, en ik dacht: néé. Tramrails óp de straat, niet mooi verzonken in het wegdek maar er bovenop gelegd.

En aan beide kanten zwartgeblakerde flats. Je zult hier wonen, dacht ik. Vijf jaar later woonde ik een straat verderop.

Ik hield het anderhalf jaar vol. Het voetbal wordt daar zo intens beleefd, ik had geen moment rust. Als ik 's ochtends de deur uitliep, stonden er meteen mensen voor mijn neus met tuinkabouters in Schalkekleuren.

Ja, tuinkabouters. Daarop moest ik dan een handtekening zetten. Het was niet te doen. Niet dat ik belaagd werd door hordes mensen, maar ik werd steeds met het voetbal geconfronteerd.

Ik loop niet weg voor een verloren wedstrijd, dan ga ik juist het café in om mijn gezicht te laten zien, maar het werd te gortig. In het eerste seizoen verloren we tien wedstrijden op rij. Er viel niet te leven. Van een andere speler werd de vrouw weggepest. Dan is het een hard bestaan, hoor. In de tweede helft van het seizoen ging het ineens goed, maar toen kon je ook niet naar buiten. Hé, geweldig! Daar ben je van hen. Ze hebben helemaal geen schroom om jou te claimen. En terecht. Je bent ein Schalker. En wij gaan elke wedstrijd met zeventigduizend man naar Schalke kijken. En als jij dan op straat loopt, heb ik het recht jou aan te klampen of om een handtekening te vragen of te zeggen dat je een Scheissmilionaire bent.

Nederlanders denken anders. Ach, laat hem maar met rust. Hier wordt het voetbal meer met een ironische knipoog bekeken. Duitsers zijn heel serieus! Ze lachen niet om zichzelf.

Ik was niet zo iemand die dacht dat alle Duitsers dik waren en veel bier dronken en daarbij braadworst aten. Maar eh, ergens klopt het ook weer wel. Als Duitsers naar München gaan, is het eerste dat ze op het vliegveld doen een Weisswurst met zoete mosterd kopen en een glas Weissbier.

Groter denken Ga hier de grens over en je komt in een totaal andere wereld. Ik kocht dit huis en vertelde het op de club. Leuk, wat voor huis? Een oud huis, 1932. 1932? Je koopt toch geen oud huis? Een Duitser bouwt! Daar snappen ze niets van. Is het goedkoper of zo? Ze zijn beter opgevoed dan Nederlanders. Kinderen kijken er meer op tegen hun ouders. Alle spelers aten keurig netjes met mes en vork. Veel betere tafelmanieren.

Iedereen.

Als mijn broer en ik naar Wickie de Viking keken, wilde Jan altijd het nieuws zien. Het Nederlandse nieuws vond hij niks. Mijn grootvaders waren bloedlink op die Duitsers, pfff. Daar heb ik mooie verhalen over gehoord. Gingen ze vissen in Duitsland. Aangehouden bij de grens. Wat gaan jullie doen? Vissen.

Drie uur later, dezelfde douanier: wat hebben jullie gedaan? Nou, gevist.

Dat is de Duitser. Hij moet het vragen en dus doet hij het, ook al weet hij het antwoord al. Maar hij doet het uit fatsoen, niet om vervelend te zijn. Dat is een groot verschil met Nederlanders, die kunnen niet met macht omgaan. Zet een Nederlander een pet op of plak een paar strepen op zijn mouw en hij slaat door.

Een Duitser niet. Als je geen kaartje hebt en je legt het uit, zegt die: meneer, gaat u maar zitten. Ik ga naar een concert van U2 en ik ben laat. In het stadion zit al 65 duizend man. Ik heb twee kaarten, en die twee plaatsen zijn nog vrij. Dat gebeurt in Nederland niet.

Opsodemieteren, je bent te laat.

Voordat ik bij Schalke een contract tekende, wilden ze dat ik meeging op trainingskamp. We moesten naar Fehmarn, een eiland bij Kiel. Het was ongeveer vijf, zes uur rijden. Ik zat naast Jens Lehmann, de keeper. Ze hadden net een Tsjech gekocht die geen woord Duits sprak, Nemec. Zat tegenover me. Vijf, zes uur lang heeft niemand iets gezegd. Niemand! Jezus, dacht ik, wat is dit dan? Propvolle bus, snikheet, allemaal in zo'n net uit het plastic gerukt Adidasshirtje.

Een nieuw seizoen, weet je wel. Pffff. Maar daar was het allemaal goed.

Ik ben met Rudi Assauer, de manager, mee terug gereden. Dat mocht. Met hem klikte het. We zaten in zijn auto, een enorme Mercedes, zo'n ouwe vierkante, S-klasse, 600.

Hij moest eerst naar Bremen, naar de verjaardag van een vriend. Hij reed, rookte een sigaret, telefoneerde, keek in een boekje en reed intussen 240. Op een gegeven moment zaten we in Kassel, helemaal aan de andere kant van het land, totaal verkeerd.

Zo'n chaoot was dat. Vloeken dat hij deed. Scheisse! Omgekeerd en naar die vriend van hem gereden.

Wel raar. Zat ik daar in Bremen met de manager van mijn nieuwe club, na een idiote rit dwars door Duitsland.

Maar ik zag ook de warmte. Assauer maakte een omweg van 400 kilometer om een oude vriend te bezoeken.

Dat had wel wat. Die afstand zei hem niets.

Het land is groter. Ze denken groter.

Bij FC Twente gaf ik vaak aanwijzingen aan andere spelers. Dat deden anderen ook, Ronald de Boer en zo. Hij zeker, als hem iets niet beviel was het: wham, recht op de man af. Zo hoort het ook. Maar bij Schalke voelden ze zich meteen aangevallen. Niemand zei iets in het veld. Zoals het in de bus was, was het in het veld ook. Als ik wat schreeuwde, kwamen ze later bij me. Youri, eh, heb je soms iets tegen mij? Als je bij FC Twente je sleutels per ongeluk op tafel liet liggen, kon je er zeker van zijn dat iemand ze pikte. Had ik een hekel aan. Sommige spelers zaten daar de hele dag op te azen. Haringen in auto's verstoppen en zo, bij 30 graden. Heel vermoeiend. In Nederland trapte ik er vaak expres in. Het was goed voor de sfeer.

Maar in Duitsland ging ik het zelf doen, stond ik zelf vaseline aan de deurkruk te smeren. En dan zag ik ze kijken. Hè? Hé, hoorde je ze dan tegen de masseur zeggen, er zit vaseline aan deze deurkruk, je moet je handen wassen als je hebt gemasseerd.

Ik was de lockere Hollander, de losse, vrolijke jongen die alles zei, ook in de kranten. Youri der Spassvogel. Terwijl ik eigenlijk hartstikke serieus ben.

Ik heb een beetje voorbereidend werk gedaan voor de Nederlanders die later kwamen. Het werd er allemaal iets minder stijf.

Hogere humor Het is er wat feodaler, de samenleving bestaat uit meer lagen dan bij ons. Wij vinden dat iedereen gelijk is. Dat is ook aangenaam, eigenlijk. Maar dat betekent ook dat niemand nog tegen een politieagent opkijkt.

Leraren Duits zijn toch ook altijd heel anders dan een leraar Engels of Frans? Voor een leraar Duits heeft iedereen respect, dat is altijd een strenge man.

Natuurlijk vraag ik me af of ik niet te veel denk in stereotypen en clichés. Maar het is allemaal zo. Ze wonen hier 20 kilometer vandaan en ze zijn anders.

Ze vinden Nederlanders slim. Jullie zijn door schade en schande wijs geworden, zeggen ze, door dat water. Beetje dommig met dat water omgaan, dat kunnen jullie. Dat was dan weer hogere humor, om te pesten. Mij werd ook gevraagd wanneer ik nou een keer mijn caravan mee naar de club zou nemen.

De rivaliteit werkt maar één kant op. Ze grinniken om ons. Zo'n lastig mugje dat af en toe even prikt. Ik herinner me een grote foto in Bild Zeitung. Een vader en zijn zoontje in een Feyenoord-shirt steken allebei hun middelvinger op. Een grote kop ernaast: kijk eens, dat zijn onze buren. Wij zijn een beetje van God los.

Ze kijken ook tegen ons op, hoor. Wij zijn locker, ontspannen, niet zo stijf. Dat erkennen ze. Ze worden zelf heel snel heel erg serieus. Daar hoor je gezag uit te dragen. Bij gezag hoort ernst. Ze zouden graag een beetje zoals wij willen zijn. '

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden